Zorgmachtiging na voortzetting crirismaatregel toegewezen, maar omgezet naar eerste zorgamchtiging wegens te laat ingediend verzoekschrift van de OvJ.
Rechtbank Rotterdam 3 September 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:10827
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-08-2026
Datum publicatie
03-09-2026
Zaaknummer
C/10/722935 / FA RK 26-5577
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2026:10827text/xmlpublic2026-09-03T13:41:592026-08-30Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Rotterdam2026-07-30C/10/722935 / FA RK 26-5577UitspraakMondelinge uitspraakBeschikkingNLRotterdamCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:10827text/htmlpublic2026-09-03T13:41:452026-09-03Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBROT:2026:10827 Rechtbank Rotterdam , 30-07-2026 / C/10/722935 / FA RK 26-5577 Zorgmachtiging na voortzetting crirismaatregel toegewezen, maar omgezet naar eerste zorgamchtiging wegens te laat ingediend verzoekschrift van de OvJ.
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie 30 juli 2026C/10/722935 / FA RK 26-5577Zaak-/rekestnummer: C/10/722935 / FA RK 26-5577
Referentienummer: ZM/IND/208324 Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 30 juli 2026 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van: de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier, met betrekking tot:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 2002, [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. R.L.I. Jansen te Dordrecht. 1Procesverloop1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 23 juli 2026. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: de medische verklaring opgesteld door [psychiater] , psychiater, van 7 juli 2026; de zorgkaart van 6 juli 2026; het zorgplan van 1 juli 2026; de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan; de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wvggz; de relevante politiegegevens van betrokkene. 1.2 De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 juli 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen: betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
[de moeder] , de moeder tevens wettelijk vertegenwoordiger van betrokkene;
[behandelaar 1] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige en ambulant behandelaar, (telefonisch) en [behandelaar 2] , arts, beiden verbonden aan [zorginstelling] (hierna: de behandelaars). 1.3 De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte. 2Beoordeling2.1 Bij beschikking van deze rechtbank van 18 juni 2026 is op grond van artikel 7:7 Wvggz een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend. Op 9 juli 2026 is het niet-ondertekende verzoekschrift van de officier ingediend. Vervolgens, op 23 juli 2026, is de wel ondertekende versie ingediend. Dit is echter na verloop van de voortzetting van de crisismaatregel (9 juli 2026). De rechter heeft het verzoek dan ook omgezet tot een eerste zorgmachtiging zoals bedoeld in art. 6:4 Wvggz. 2.2 Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten bipolaire-I-stoornis. 2.3 Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, maatschappelijke teloorgang, bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene manisch-psychotische ontregelt is geraakt (recidiverend patroon) nadat hij is gestopt met de medicatie en andere stressoren (overwerken in de nachturen). Tijdens ontregeling is sprake van ernstige achterdocht naar omgeving, behandelaren, voeding en medicatie, paranoïde wanen, ernstig ontremd en gevaarlijk rijgedrag (rondjes rijden om politiebureau en meerdere boetes vanwege het door rood rijden) met verlies van het rijbewijs als gevolg. Daarnaast is ook sprake van duidelijke vermindering in ziektebesef en -inzicht met een geagiteerd beeld. Tijdens dit toestandsbeeld dreigt de mogelijk op uitval uit het werk/ondernemerschap. De behandelaars lichten toe dat betrokkene tijdens opname weer is ingesteld op olanzapine en al snel de maximale zelfstandige vrijheden heeft gekregen waarna hij met ontslag is gegaan. 2.4 Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig. 2.5 De advocaat verklaart dat betrokkene goed meewerkt aan de nodige zorg. Toch staat betrokkene er dubbel in: hij heeft liever geen zorgmachtiging, maar ziet ook in dat het twee keer binnen een jaar tijd flink is misgegaan.
De rechtbank ziet dat het nu veel beter gaat met betrokkene, toch volgt zij het standpunt van de behandelaars dat behandeling middels een zorgmachtiging nodig is om terugval te voorkomen en betrokkene langer behandeld zal moeten worden. Uit de overgelegde stukken blijkt dat betrokkene de afgelopen periode onvoldoende bereid was om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Tijdens ontregeling is sprake van duidelijke oordeels- en kritiekstoornissen waardoor minder samenwerking zal zijn. Verder heeft betrokkene in het verleden medicatie gestaakt en herhaaldelijk aangegeven dat hij de medicatie alleen inneemt vanwege de maatregel. Gebleken is dat er op dit moment nog geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. 2.6 De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Namens betrokkene wordt verzocht om de zorgvorm het verrichten van medische controles alleen toe te passen indien wordt overgegaan tot andere medicatie en betrokkene niet zal meewerken aan deze controles. De rechtbank gaat gezien de toelichting op dit punt van de behandelaars voorbij aan dit standpunt en oordeelt dat de zorgvorm het verrichten van medische controles in dit geval dient samen te gaan met de zorgvorm medicatie, ongeacht de soort. Mocht aanpassing van de medicatie, en in verband daarmee de controles daarop, noodzakelijk zijn dan biedt deze machtiging daarvoor de basis indien betrokkene onverhoopt niet goed meewerkt. 2.7 Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden: het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles; het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken;
en wanneer betrokkene psychisch ontregeld raakt en hierdoor (een risico op) ernstig nadeel ontstaat dat ambulant niet is af te wenden, acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg aanvullend noodzakelijk: het beperken van de bewegingsvrijheid; het opnemen in een accommodatie. 2.8 De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten: het toedienen van vocht en voeding; het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden. 2.9 Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. 2.10 Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag. 3Beslissing De rechtbank: 3.1 verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] voornoemd; 3.2 bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.7. kunnen worden getroffen; 3.3 bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 januari 2027; 3.4 wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is op 30 juli 2026 mondeling gegeven door mr. V. van Dorst, rechter, in tegenwoordigheid van H. Hasančević, griffier, en op 6 augustus 2026 schriftelijk uitgewerkt en getekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.