Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBROT:2026:10829

Zorgmachtiging Wvggz. Eerder verzoek afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing ernstig nadeel. Sindsdien elf overlastmeldingen en actuele dreiging van uithuiszetting. Ernstig nadeel nu voldoende onderbouwd. Zorgmachtiging verleend voor zes maanden.

Rechtbank Rotterdam 3 September 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2026:10829 text/xml public 2026-09-03T13:42:30 2026-08-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-07-30 C/10/722894 / FA RK 26-5559 Uitspraak Mondelinge uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:10829 text/html public 2026-09-03T13:40:35 2026-09-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:10829 Rechtbank Rotterdam , 30-07-2026 / C/10/722894 / FA RK 26-5559
Zorgmachtiging Wvggz. Eerder verzoek afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing ernstig nadeel. Sindsdien elf overlastmeldingen en actuele dreiging van uithuiszetting. Ernstig nadeel nu voldoende onderbouwd. Zorgmachtiging verleend voor zes maanden.
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie

30 juli 2026C/10/722894 / FA RK 26-5559Zaak-/rekestnummer: C/10/722894 / FA RK 26-5559

Referentienummer: ZM/IND/205210

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 30 juli 2026 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1971, [geboorteplaats] ,

hierna: betrokkene,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. N. Schuerman te Rotterdam.
<nr>1</nr>Procesverloop 1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 9 juli 2026.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

de medische verklaring opgesteld door [psychiater] , psychiater, van 3 juli 2026;

de niet ingevulde zorgkaart;

het zorgplan van 8 juni 2026;

de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

de relevante politie-, strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene;
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden bij betrokkene thuis op 30 juli 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen:

betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

[behandelaar 1] , psycholoog, [behandelaar 2] , verpleegkundige, en [behandelaar 3] (deels telefonisch aanwezig), psychiater, allen verbonden aan [zorginstelling] , hierna: de behandelaar.
<nr>2</nr>Beoordeling 2.1
In de medische verklaring staat dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een schizoaffectieve stoornis. De advocaat betwist dat betrokkene aan een stoornis lijdt en betrokkene heeft zelf aangegeven dat hij het niet eens is met de diagnose. Omdat de betwisting niet nader gemotiveerd is, heeft de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de diagnose zoals gesteld door de onafhankelijk psychiater.
2.2
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek en stelt namens betrokkene dat het ernstig nadeel onvoldoende gebleken is. Daartoe is aangevoerd dat de rechtbank op 22 december 2025 een eerder verzoek om een zorgmachtiging heeft afgewezen vanwege het ontbreken van voldoende onderbouwing van het ernstig nadeel. Volgens de advocaat is de situatie sindsdien niet gewijzigd. De rechtbank verwerpt dit verweer. Zij is van oordeel dat thans voldoende is onderbouwd dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige materiële schade, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Uit de beslissing van 22 december 2025 blijkt dat het ernstig nadeel destijds onvoldoende was onderbouwd. De in het vorige dossier overgelegde stukken bevatten slechts een enkele politiemelding van buurtbewoners over het schreeuwen van betrokkene in zijn tuin. Een brief van de woningcoöperatie, waaruit bijvoorbeeld een dreigende uithuiszetting blijkt of zou kunnen worden afgeleid, ontbrak in de stukken. Het ernstig nadeel is ook tijdens de mondelinge behandeling niet nader gemotiveerd. De rechtbank heeft het verzoek destijds daarom afgewezen. Anders dan de advocaat betoogt, is de situatie sindsdien gewijzigd. Uit de overgelegde stukken blijkt dat er na de vorige procedure (vanaf december 2025) veel meldingen van overlast bij de politie zijn ontvangen: in de maanden april, mei en juni 2026 zijn elf meldingen over betrokkene bij de politie gedaan. Daarnaast blijkt uit de toelichting van de behandelaars tijdens de mondelinge behandeling dat de dreigende uithuiszetting actueel en urgent is: de woningbouw heeft betrokkene op 3 juni 2026 een laatste waarschuwing gegeven. Volgens de behandelaar bestaat nu een reële kans dat er een dwangsom wordt opgelegd en uiteindelijk tot uithuiszetting wordt overgegaan. De psychiater heeft verder telefonisch aangegeven dat het betrokkene – ondanks het dringende advies van de rechtbank in december 2025 – niet is gelukt het niet te laten komen tot meerdere overlastmeldingen en om mee te werken met de zorg.
2.3
Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Tijdens de mondelinge behandeling is namens betrokkene ook aangevoerd dat hij niet bereid is om mee te werken aan een behandeling, omdat hij vindt dat hij het niet nodig heeft. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.5
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.

De advocaat heeft afwijzing van de zorgvorm ‘insluiten’ bepleit, omdat deze zorgvorm niet voorzienbaar is. Dit verweer slaagt. De behandelaars hebben tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat betrokkene bekend is met agressief gedrag en dat hij in 2022 ingesloten is geweest. Gelet op het tijdsverloop is dit echter onvoldoende om aan te nemen dat insluiting tijdens een opname opnieuw noodzakelijk zal zijn. De rechtbank wijst deze zorgvorm af.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles;

het beperken van de bewegingsvrijheid;

het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken;

het opnemen in een accommodatie.
2.6
De (overige) door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening, het insluiten en het uitoefenen van toezicht op betrokkene, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, onder verwijzing naar vorenstaande, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en/of de behandelaars tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd hebben verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.7
Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.8
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.
<nr>3</nr>Beslissing
De rechtbank:
3.1
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;
3.3
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 januari 2027;
3.4
wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 30 juli 2026 mondeling gegeven door mr. L.C.I. Aerden, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Veldthuis, griffier, en op 13 augustus 2026 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Artikel delen