Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBROT:2026:12651

Negatieve schone lei afgewezen. Verlenging van de regeling voor de duur van één jaar om schuldenares in de gelegenheid te stellen haar tekortkoming in de afdrachtverplichting te herstellen.

Rechtbank Rotterdam 25 September 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2026:12651 text/xml public 2026-09-25T10:16:56 2026-09-25 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-09-17 FT RK 24-1303 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Insolventierecht Faillissementswet 354 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12651 text/html public 2026-09-25T10:01:20 2026-09-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:12651 Rechtbank Rotterdam , 17-09-2026 / FT RK 24-1303
Negatieve schone lei afgewezen. Verlenging van de regeling voor de duur van één jaar om schuldenares in de gelegenheid te stellen haar tekortkoming in de afdrachtverplichting te herstellen.
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie

Verlenging termijn schuldsaneringsregeling

insolventienummer: [nummer]

uitspraakdatum: 17 september 2026

Bij vonnis van deze rechtbank van 27 februari 2025 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:

[schuldenares] ,

[straatnaam]

[postcode] te [woonplaats],

schuldenares,

bewindvoerder: mr. W.P. Groenendijk.
<nr>1</nr>De procedure
De bewindvoerder heeft op 27 mei 2026 schriftelijk verslag uitgebracht over de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling. Na aanleiding van dat verslag was een pro forma eindzitting bepaald op 27 augustus 2026.

Bij bericht van 11 augustus 2026 heeft de bewindvoerder, vanwege een na het eindverslag ontstane tekortkoming in de nakoming van de afdrachtverplichting, verzocht de pro forma eindzitting te annuleren en een inhoudelijke eindzitting te bepalen.

In de oproepingsbrief van 13 augustus 2026 heeft de rechtbank de inhoudelijke eindzitting bepaald op 9 september 2026.

Op 2 september 2026 heeft de bewindvoerder de rechtbank bericht omtrent de laatste stand van zaken.

De beëindiging is behandeld ter zitting van 9 september 2026. De bewindvoerder en schuldenares zijn verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.
<nr>2</nr>De standpunten
Bewindvoerder

Tot en met juli 2026 is sprake van een tekortkoming in de nakoming van de afdrachtverplichting van € 4.986,85. De inlichtingenformulieren van augustus 2026 werden nog niet ontvangen, waardoor de exacte tekortkoming tot en met augustus 2026 nog niet kan worden berekend. De tekortkoming in de nakoming van de afdrachtverplichting tot en met augustus 2026 wordt geschat op € 5.594,95.

De tekortkoming in de nakoming van de afdrachtverplichting is ontstaan doordat schuldenares niet langer inkomen ontving uit een Participatiewet-uitkering, maar uit een AOW-uitkering. Daarnaast ontving schuldenares inkomen uit het Pensioenfonds van de ABN AMRO Bank N.V.. Ook heeft schuldenares een voorstel van het Pensioenfonds Zorg & Welzijn, om haar ouderdomspensioen in één keer te ontvangen, geaccepteerd. Dit heeft geleid tot een eenmalige uitkering van € 3.142,57. Over de hogere inkomsten heeft schuldenares geen afdrachten verricht.

De bewindvoerder stelt zich op het standpunt dat door de tekortkoming in de nakoming van de afdrachtverplichting – op dit moment – geen schone lei aan schuldenares kan worden verleend. De bewindvoerder geeft wel aan dat de tekortkoming in de nakoming van de afdrachtverplichting door middel van een verlenging van de regeling kan worden hersteld. De bewindvoerder stelt voor om gedurende de verlenging van de regeling de afdrachtverplichting te beperken tot de minimale boedelbijdrage (het bewindvoerdersalaris). De resterende afloscapaciteit dient schuldenares in te zetten voor het inlossen van de boedelachterstand. De bewindvoerder acht een verlenging van de regeling met tien en halve maand noodzakelijk.

Schuldenares

Ter zitting heeft schuldenares verklaard dat zij haar verplichtingen naar behoren probeerde na te komen om zo de schone lei te verkrijgen. Schuldenares heeft haar hogere inkomsten uit haar AOW-uitkering en inkomsten uit het Pensioenfonds van de ABN AMRO Bank N.V. gemeld op het inlichtingenformulier. Ook heeft zij de eenmalige uitkering vanuit het Pernsioenfonds Zorg & Welzijn vermeld op het inlichtingenformulier. Schuldenares heeft niet tijdig bericht ontvangen van de bewindvoerder dat zij dit inkomen aan de boedel diende af te dragen. Schuldenares heeft hierdoor het inkomen opgemaakt.

Door schuldenares is ingestemd met verlenging van de termijn van de schuldsaneringsregeling voor de duur van twaalf maanden.
<nr>3</nr>De beoordeling
De tekortkoming kan – voor zover verwijtbaar – niet zonder consequenties blijven. Schuldenares was ervan op de hoogte dat zij het inkomen boven het vrij te laten inkomen aan de boedel diende af te dragen. Ze was geïnformeerd over dat vrij te laten inkomen. De tekortkoming is daarom verwijtbaar. De rechtbank zal daarom, ter compensatie, de termijn van de schuldsaneringsregeling verlengen met een periode van twaalf maanden. Gedurende de verlenging zal schuldenares slechts de minimale boedelbijdrage (ter hoogte van het bewindvoerdersalaris) verschuldigd zijn. De resterende afloscapaciteit (het deel van het inkomen boven het vrij te laten bedrag) dient zij in te zetten voor het inlossen van de boedelachterstand. Gedurende de verlenging zal de inspanningsverplichting niet van toepassing zijn. De informatieverplichting zal gedurende de verlenging beperkt zijn tot het verstrekken van informatie omtrent het inlossen van de boedelachterstand. De verplichting om geen nieuwe schulden te maken zal gedurende de verlenging onverkort van kracht zijn. Tijdens de zitting heeft schuldenares met deze verlenging ingestemd.

Benadrukt wordt dat op grond van de wet (artikel 295 Faillissementswet) ook vermogensbestanddelen die schuldenares tijdens de verlenging verkrijgt in de boedel vallen.

Gelet op het voorgaande zal als volgt worden beslist.
<nr>4</nr>De beslissing
De rechtbank:

- stelt de termijn gedurende welke de toepassing van de schuldsaneringsregeling van kracht is vast op twee jaar en zes maanden, ingaande op de dag van de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, derhalve tot 27 augustus 2027 of zoveel korter als de boedelachterstand ten bedrage van € 5.594,95 zal zijn voldaan;

- bepaalt dat gedurende de verlenging:

 de inspanningsverplichting niet van toepassing is;

 de afdrachtverplichting beperkt is tot betaling van het bewindvoerdersalaris. Het (deel van) het inkomen boven het vrij te laten bedrag kan voor het overige worden ingezet voor het aflossen van de boedelachterstand ten bedrage van € 5.594,95;

 de informatieverplichting beperkt is tot het informeren over het inlossen van de boedelachterstand;

 de verplichting om geen nieuwe schulden te maken onverkort van toepassing blijft.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026.

Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.

Artikel delen