Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBROT:2026:12813

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.

Rechtbank Rotterdam 1 October 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2026:12813 text/xml public 2026-10-01T11:58:08 2026-09-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-08-28 C/10/724537 / JE RK 26-1567 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12813 text/html public 2026-10-01T11:56:22 2026-10-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:12813 Rechtbank Rotterdam , 28-08-2026 / C/10/724537 / JE RK 26-1567
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/724537 / JE RK 26-1567

Datum uitspraak: 28 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. A.P. van Elswijk, kantoorhoudende in Rotterdam.

[pleegmoeder] en [pleegvader],

hierna te noemen: de pleegouders, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

De kinderrechter merkt als informant aan:

[persoon A] ,

pleegzorgwerker bij Enver, hierna te noemen: de informant.

Het verloop van de procedure

1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 6 augustus 2026, bij de rechtbank binnengekomen op diezelfde datum;

de brief van de pleegouders, bij de rechtbank binnengekomen op 24 augustus 2026;

de brief met bijlagen van mr. Van Elswijk, bij de rechtbank binnengekomen op 27 augustus 2026;

de pleitnota van mr. Van Elswijk, overhandigd en voorgedragen ter zitting van 28 augustus 2026.

1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat;

een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] (telefonisch);

de informant.

1.3. De pleegouders zijn met bericht van verhindering vooraf niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de pleegouders wel juist zijn opgeroepen.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij de pleegouders.
2.3.
Bij beschikking van 17 november 2025 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 1 september 2026. Bij deze beschikking heeft de kinderrechter tevens de machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 1 september 2026.
<nr>3</nr>Het verzoek 3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
<nr>4</nr>De standpunten 4.1.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. [voornaam minderjarige] is sinds 2021 uit huis geplaatst. Inmiddels verblijft hij al jaren in een perspectiefbiedend pleeggezin en is een opvoedbesluit genomen. Voor [voornaam minderjarige] is - nog meer dan voor andere kinderen - voorspelbaarheid en emotionele beschikbaarheid van zijn verzorgers noodzakelijk. Een terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder thuis is dan ook niet in zijn belang. Er bestaan op dit moment nog steeds zorgen over [voornaam minderjarige] . Zonder betrokkenheid van de GI kan zijn veiligheid onvoldoende worden gewaarborgd. Het is belangrijk dat [voornaam minderjarige] omgang heeft met de moeder en de vader en de GI moet hierbij de regie voeren. Needed People is betrokken en in samenwerking met pleegzorg vinden er begeleide contactmomenten plaats. De contactmomenten zijn de laatste tijd goed verlopen. Tegelijkertijd hebben de pleegouders aangegeven dat zij merken dat [voornaam minderjarige] na de contactmomenten agressief gedrag vertoont. Dit moet de komende periode verder onderzocht worden.
4.2.
Door en namens de moeder wordt ter zitting een pleitnota overhandigd en voorgedragen. Daarnaast wordt het volgende naar voren gebracht. [voornaam minderjarige] is getraumatiseerd. De hechting tussen de moeder en [voornaam minderjarige] moet worden verbeterd. Dit is de afgelopen periode onvoldoende gebeurd. De moeder heeft zelfs langere tijd geen contact gehad met [voornaam minderjarige] . De contactmomenten konden niet worden georganiseerd omdat Needed People geen financiering van de gemeente ontving. Hoewel de GI heeft aangegeven dat de contactmomenten goed verlopen en kunnen worden uitgebreid, is dit niet gebeurd. De moeder staat open voor hulpverlening en wil samen met [voornaam minderjarige] een hechtingscursus volgen. Ook is het van belang dat [voornaam minderjarige] therapie volgt om zijn trauma te verwerken. [voornaam minderjarige] heeft tegen de moeder gezegd dat hij niet bang is bij de moeder thuis. De GI maakt de situatie onnodig complex. Er is al langere tijd geen vaste jeugdbeschermer betrokken en in eerdere uitspraken van rechtbanken heeft dit geleid tot het beëindigen van de ondertoezichtstelling. Het verzoek moet worden afgewezen.
<nr>5</nr>De informatie 5.1.
Door de informant wordt het volgende naar voren gebracht. Vanuit pleegzorg wordt geconstateerd dat het goed gaat met [voornaam minderjarige] in het pleeggezin. RIOzorg onderzoekt wat er verder nodig is aan hulpverlening voor [voornaam minderjarige] . Vanuit het Kennis- en servicecentrum voor diagnostiek (KSCD) is vastgesteld dat het perspectief van [voornaam minderjarige] bij het pleeggezin ligt. Hier ervaart hij namelijk rust en stabiliteit. De afgelopen periode hebben er geen contactmomenten tussen [voornaam minderjarige] en de moeder plaatsgevonden door miscommunicatie met Needed People. Dit wordt meegenomen tijdens het volgende evaluatiegesprek.
<nr>6</nr>De beoordeling 6.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] nog steeds ernstig wordt bedreigd. De zesjarige [voornaam minderjarige] is als jong kind uit huis geplaatst en verblijft inmiddels bijna vijf jaar bij de pleegouders, waar hij rust en stabiliteit ervaart en waar zijn perspectief ligt. Uit een KSCD-onderzoek van oktober 2025 blijkt dat de stressvolle ervaringen in de vroege ontwikkelingen van [voornaam minderjarige] een negatief effect hebben op zijn emotieregulatie en zijn gehechtheid en dat zijn functioneren wordt beïnvloed door vroegkinderlijke stress en vroegkinderlijk trauma. [voornaam minderjarige] heeft een verhoogde opvoedbehoefte, in die zin dat hij een bovengemiddelde mate van voorspelbaarheid, duidelijkheid en structuur nodig heeft. Ook volgt uit het KSCD-onderzoek dat de ouders op zeer moeilijk lerend niveau functioneren en over beperkte cognitieve en sensitief-responsieve opvoedvaardigheden beschikken. Het KSCD concludeert dat terugplaatsing bij (een van) de ouders niet in het belang van [voornaam minderjarige] is. Door de GI is vervolgens een opvoedbesluit genomen dat is onderschreven door de Raad voor de Kinderbescherming en bij beschikking van 17 november 2025 door de kinderrechter. Een plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder, hoe begrijpelijk de wens van de moeder daarin ook is, is dan ook niet aan de orde. Alleen dit al maakt dat verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is. De situatie is wezenlijk anders dan de door de advocaat aangehaalde uitspraken, nu de kinderen in die situaties bij de ouders woonden. Een beëindiging van de ondertoezichtstelling zou voor [voornaam minderjarige] betekenen dat hij bij de moeder zou gaan verblijven, zoals de moeder immers wenst. Dit is gelet op het voorgaande niet in zijn belang. Een en ander laat onverlet dat het uiterst onwenselijk is dat er nog steeds geen vaste jeugdbeschermer betrokken is.
6.2.
Er zijn daarnaast nog altijd zorgen over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] die niet in het vrijwillige kader kunnen worden weggenomen. In spanningsvolle situaties en rondom de contactmomenten met de ouders laat [voornaam minderjarige] ontregeld gedrag zien, zoals regressief gedrag, terugval in zindelijkheid, slaapproblemen en boosheid. [voornaam minderjarige] is aangemeld bij RIOzorg voor (verdere) diagnostiek. Het is noodzakelijk dat zijn ontwikkelingsbehoeften verder in kaart worden gebracht en dat wordt onderzocht welke behandeling of begeleiding nodig is. Tegelijkertijd is het belangrijk dat de ouders betrokken blijven in zijn leven. Het belang van [voornaam minderjarige] dient hierbij voorop te staan. De GI dient daarom, in samenwerking met pleegzorg, en Needed People - en wellicht met input van RIOzorg -, te onderzoeken wat nodig is om de contactmomenten met de ouders op een voor [voornaam minderjarige] passende wijze te laten verlopen, zonder dat hij wordt belast met spanningen.
6.3.
Gelet op het voorgaande verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een jaar.
6.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
<nr>7</nr>De beslissing
De kinderrechter:
7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 1 september 2027;
7.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 1 september 2027;
7.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.L. Pöll, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2026, in aanwezigheid van mr. R. van der Zeeuw als griffier en op schrift gesteld op 3 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel 1:260 BW.

Artikel 1:265c, tweede lid, BW.

Artikel delen