Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBROT:2026:12817

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg.

Rechtbank Rotterdam 1 October 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2026:12817 text/xml public 2026-10-01T14:45:08 2026-09-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-08-28 C/10/723715 / JE RK 26-1441 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12817 text/html public 2026-10-01T14:43:17 2026-10-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:12817 Rechtbank Rotterdam , 28-08-2026 / C/10/723715 / JE RK 26-1441
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg.
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/723715 / JE RK 26-1441

Datum uitspraak: 28 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam vader] ,

hierna te noemen: de vader, ingeschreven in het BRP op een bij de rechtbank bekend adres, feitelijk zonder vaste woon- of verblijfplaats.
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 22 juli 2026, bij de rechtbank binnengekomen op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover telefonisch een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
De vader is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft in het netwerk, te weten bij de moeder van haar vriendin [naam vriendin] .
2.3.
Bij beschikking van 4 maart 2026 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI tot 4 maart 2027. Bij deze beschikking heeft de kinderrechter tevens de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg verlengd tot 4 september 2026.
<nr>3</nr>Het verzoek 3.1.
De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van acht maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI wijzigt het verzoek tijdens de mondelinge behandeling in die zin dat wordt verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
<nr>4</nr>De standpunten 4.1.
De GI handhaaft het gewijzigde verzoek en licht het als volgt toe. [voornaam minderjarige] wil graag in het pleeggezin bij vriendin [naam vriendin] blijven wonen. Om deze plek te behouden wordt pleegzorg ingezet. Daarnaast zal [voornaam minderjarige] worden aangemeld bij een kamertrainingscentrum. Zodra [voornaam minderjarige] hieraan toe is en er een plek beschikbaar is, kan worden bezien of zij daar kan starten.
4.2.
De vader brengt het volgende naar voren. De vader zou het liefst willen dat hij een huis had waar zijn kinderen ook kunnen wonen, maar dit is helaas niet het geval. Het is fijn dat [voornaam minderjarige] een plek heeft waar zij kan verblijven. De huidige situatie valt hem echter zwaar. Hij woont op dit moment in een tent in de achtertuin van een kennis en wil graag zijn leven weer opbouwen. De vader heeft dagelijks contact met de kinderen en dit verloopt goed.
<nr>5</nr>De beoordeling 5.1.
Op basis van de overlegde stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. Op 7 december 2025 is met spoed een machtiging tot uithuisplaatsing verleend na een heftig geweldsincident tussen de vader en toenmalige stiefmoeder, in wiens woning zij verbleven. Sindsdien heeft [voornaam minderjarige] te maken gehad met veel wisseling en onduidelijkheid over haar woon- en opvoedsituatie. Sinds enige tijd verblijft [voornaam minderjarige] binnen het netwerk bij het gezin van haar vriendin [naam vriendin] . Zij ontwikkelt zich daar positief en heeft aangegeven hier te willen blijven wonen. Ook het netwerkgezin heeft aangegeven [voornaam minderjarige] graag te willen laten blijven. De GI heeft aangegeven dat Enver de komende periode een pleegzorgscreening uitvoert om te beoordelen of de plaatsing duurzaam kan worden voortgezet. Daarnaast wordt [voornaam minderjarige] aangemeld voor een kamertrainingscentrum, zodat kan worden bezien of zij op termijn kan doorstromen naar een meer zelfstandige woonvorm. Het is van belang dat de huidige stabiele situatie van [voornaam minderjarige] wordt gecontinueerd. De vader heeft geen woning en alleen daarom al is een plaatsing bij de vader is daarom op dit moment niet aan de orde.
5.2.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
<nr>6</nr>De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg tot 4 maart 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2026 door mr. A.L. Pöll, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. van der Zeeuw als griffier, en op schrift gesteld op 3 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.

Artikel delen