Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
Rechtbank Rotterdam 17 June 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:6956
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-06-2026
Datum publicatie
17-06-2026
Zaaknummer
C/10/719117 / JE RK 26-843
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
ECLI:NL:RBROT:2026:6956text/xmlpublic2026-06-17T13:20:422026-06-17Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Rotterdam2026-06-08C/10/719117 / JE RK 26-843UitspraakBeschikkingNLRotterdamCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:6956text/htmlpublic2026-06-17T12:57:142026-06-17Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBROT:2026:6956 Rechtbank Rotterdam , 08-06-2026 / C/10/719117 / JE RK 26-843 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/719117 / JE RK 26-843
Datum uitspraak: 8 juni 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI, over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. 1Het verloop van de procedure1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 30 april 2026, door de rechtbank ontvangen op diezelfde datum. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger] . 1.3. De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. 2De feiten2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2.
[minderjarige] woont bij de moeder.2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 juni 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 13 juni 2026. 3Het verzoek3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4Het standpunt van de GI4.1. De GI handhaaft ter zitting het verzoek. Er zijn positieve ontwikkelingen zichtbaar, maar het blijkt voor de moeder nog lastig om deze structureel vast te houden. Er zijn zorgen over het schoolverzuim van [minderjarige] en zijn gezondheid, in het bijzonder zijn overgewicht. Hoewel de moeder hiervoor ondersteuning ontvangt en betrokken hulpverlening aanwezig is, lukt het haar onvoldoende om adviezen en begeleiding duurzaam toe te passen. De GI ziet geen onwil bij de moeder, maar vooral onmacht die mede samenhangt met haar eigen problematiek en traumatische ervaringen. Om die reden is voortzetting van het gedwongen kader nog noodzakelijk. 5De beoordeling5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [minderjarige] nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarbij gaat het met name om zijn schoolverzuim, zijn gezondheid en de opvoedingsvaardigheden van de moeder. Hoewel er vooruitgang zichtbaar is en de moeder hulpverlening accepteert, blijkt het voor haar moeilijk om positieve ontwikkelingen vast te houden. De kinderrechter acht het daarom noodzakelijk dat de GI in de komende periode betrokken blijft om de moeder te ondersteunen en toezicht te houden op de ontwikkeling van [minderjarige] . 5.3. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar. 5.4. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6De beslissing De kinderrechter: 6.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 13 juni 2027; 6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026 door mr. C.N. Melkert, kinderrechter, in aanwezigheid van A.L.I. Janssens als griffier, en op schrift gesteld op 15 juni 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:260 BW.