Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBROT:2026:7169

Veroordeling voor het medeplegen van een poging tot het teweegbrengen van een ontploffing. Gevangenisstraf van vijftien maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk.

Rechtbank Rotterdam 22 June 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2026:7169 text/xml public 2026-06-22T10:38:55 2026-06-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-18 10/228052-25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Dordrecht Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:7169 text/html public 2026-06-22T10:35:26 2026-06-22 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:7169 Rechtbank Rotterdam , 18-03-2026 / 10/228052-25
Veroordeling voor het medeplegen van een poging tot het teweegbrengen van een ontploffing. Gevangenisstraf van vijftien maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk.

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10/228052-25

Datum uitspraak: 18 maart 2026

Datum zitting: 4 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] ,

gedetineerd in [naam PI] .

Advocaat van de verdachte: mr. T. Arkesteijn

Officier van justitie: mr. E. Blanken

Kern van het vonnis

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een poging tot het teweegbrengen van een ontploffing. Hij wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met oplegging van bijzondere voorwaarden.
<nr>1</nr>Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte van:

primair: het medeplegen van een poging tot het teweegbrengen van een ontploffing en/of brandstichting;

subsidiair: de medeplichtigheid aan het medeplegen van de voorbereiding van een ontploffing en/of brandstichting;

meer subsidiair: de medeplichtigheid aan het medeplegen van een poging tot het teweegbrengen van een ontploffing en/of brandstichting.

De volledige tenlastelegging (beschuldiging) houdt in dat:

primair

hij op of omstreeks 21 augustus 2025 te Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen en/of brand te stichten bij

een woning, te weten de woning gelegen aan de [adres delict] ,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten de woning gelegen aan de

[adres delict] en/of omliggende woningen en/of de inboedel van die woningen

en/of nabijgelegen geparkeerde auto's en/of

levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten

meerdere personen die aanwezig waren in de woningen gelegen aan de [adres delict]

en/of in omliggende woningen en/of op straat aanwezige personen,

te duchten was,

- via snapchat afspraken heeft gemaakt over de benodigdheden en/of de wijze van

uitvoering van voornoemde brandstichting en/of ontploffing en/of

- via snapchat berichten heeft ontvangen en/of verstuurd waarin gevraagd wordt

“Wie heeft een c6je liggen nu” en/of

- tas(sen) met een (zelfgemaakt) explosief en/of meerdere Cobra’s en/of een accu in

ontvangst heeft genomen en/of heeft overgedragen aan zijn mededader(s), en/of

- met een scooter en/of fiets in de richting van het Albertina Sisululpad en/of de

woning gelegen aan de [adres delict] is gereden, terwijl verdachte en/of zijn

mededader(s) in het bezit waren van een (zelfgemaakt) explosief en/of meerdere

Cobra's en/of een accu en/of

- een flesje met een chemisch geurende vloeistof in de tas(sen) heeft leeggegoten

en/of

- ( vervolgens) met een (zelfgemaakt) explosief en/of meerdere Cobra’s en/of een

accu naar, althans in de richting van, de woning gelegen aan de [adres delict] is

gelopen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

[medeverdachte 1] , en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer tot op heden

onbekend gebleven personen op of omstreeks 21 augustus 2025 te Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, ter voorbereiding van het

misdrijf waarop

naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is

gesteld, te weten het

teweeg brengen van een ontploffing en/of het stichten van brand, terwijl daarvan

gemeen gevaar

voor goederen en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een

ander te

duchten is (als omschreven in artikel 157 Wetboek van Strafrecht),

opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen,

te weten

- meerdere, althans een, mobiele telefoon(s) om met anderen te communiceren

over dit strafbare

feit en/of van anderen instructies en/of informatie te krijgen met betrekking tot dit

strafbare feit

en/of

- een (huur)scooter om verdachte en/of zijn mededader(s) te vervoeren naar en/of

van de plaats

delict en/of

- een (zelfgemaakt) explosief en/of meerdere, althans een, Cobra('s) en/of een accu

en/of en/of

een flesje met chemisch geurende vloeistof en/of

- een auto en/of een of meerdere, althans een, tas(sen) en/of handschoen(en), om

het explosief te

vervoeren en/of op te slaan,

bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd,

doorgevoerd,

uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 21 augustus

2025 te Rotterdam, althans in Nederland,

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen

heeft verschaft, door

- contact en/of overleg te hebben met voornoemde personen/persoon over dat er

een scooter en/of handschoenen en/of plastic tas geregeld moet worden en/of

- met de scooter naar het Albertina Sisulupad te rijden en/of aanwezig te zijn bij de

overdracht van het (zelfgemaakte) explosief en/of

- een scooter ter beschikking te stellen en/of

- zich met voornoemde scooter gereed te houden bij de Maastunnel teneinde

voornoemde personen/persoon van een spoedige vlucht van de plaats van

ontploffing/brandstichting te verzekeren;

meer subsidiair

[medeverdachte 1] , en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer tot op heden

onbekend gebleven personen op of omstreeks 21 augustus 2025 te Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om

opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen en/of brand te stichten bij een

woning, te weten de

woning gelegen aan de [adres delict] ,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten de woning gelegen aan de

[adres delict]

en/of omliggende woningen en/of de inboedel van die woningen en/of

nabijgelegen geparkeerde

auto's en/of

levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten

meerdere

personen die aanwezig waren in de woningen gelegen aan de [adres delict] en/of

in omliggende

woningen en/of op straat aanwezige personen,

te duchten was,

- via snapchat afspraken heeft gemaakt over de benodigdheden en/of de wijze van

uitvoering van

voornoemde brandstichting en/of ontploffing en/of

- via snapchat berichten heeft ontvangen en/of verstuurd waarin gevraagd wordt

“Wie heeft een

c6je liggen nu” en/of

- tas(sen) met een (zelfgemaakt) explosief en/of meerdere Cobra’s en/of een accu in

ontvangst

heeft genomen en/of heeft overgedragen aan zijn mededader(s), en/of

- met een scooter en/of fiets in de richting van het Albertina Sisululpad en/of de

woning gelegen

aan de [adres delict] is gereden, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) in het

bezit waren van

een (zelfgemaakt) explosief en/of meerdere Cobra's en/of een accu en/of

- een flesje met een chemisch geurende vloeistof in de tas(sen) heeft leeggegoten

en/of

- ( vervolgens) met een (zelfgemaakt) explosief en/of meerdere Cobra’s en/of een

accu naar,

althans in de richting van, de woning gelegen aan de [adres delict] is gelopen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 21 augustus

2025 te Rotterdam, althans in Nederland,

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen

heeft verschaft, door

- contact en/of overleg te hebben met voornoemde personen/persoon over dat er

een scooter en/of handschoenen en/of plastic tas geregeld moet worden en/of

- met de scooter naar het Albertina Sisulupad te rijden en/of aanwezig te zijn bij de

overdracht van het (zelfgemaakte) explosief en/of

- een scooter ter beschikking te stellen en/of

- zich met voornoemde scooter gereed te houden bij de Maastunnel teneinde

voornoemde personen/persoon van een spoedige vlucht van de plaats van

ontploffing/brandstichting te verzekeren.
<nr>2</nr>Bewijs 2.1.
Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het primair ten laste gelegde feit.
2.2.
Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de verdachte wordt vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte zich op 21 augustus 2025 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot het teweegbrengen van een ontploffing bij een woning gelegen aan de [adres delict] . De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring van het primaire feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Verklaring van de verdachte

Op 21 augustus 2025 kreeg ik via Snapchat het verzoek voor de klus. Daarna heb ik [medeverdachte 1] gevraagd om de klus te doen. Het adres van de overdracht van het explosief kreeg ik via Snapchat. Ik heb [medeverdachte 1] en de opdrachtgever via Snapchat berichten gestuurd met betrekking tot de klus.

[medeverdachte 1] en ik zijn samen naar de parkeerplaats gereden voor de overdracht van het explosief. Ik was op de scooter en voor [medeverdachte 1] had ik een fiets geregeld. [medeverdachte 1] wist niet waar hij moest zijn. Hij is op de fiets achter mij aan gereden. Op de parkeerplaats heeft [medeverdachte 1] het explosief aangepakt en meegenomen in de twee tassen. Hij wist waar hij heen moest fietsen. Op de parkeerplaats hoorde ik namelijk via Snapchat waar het explosief moest worden geplaatst en dat heb ik [medeverdachte 1] verteld. Ik heb [medeverdachte 1] zoals afgesproken later opgewacht bij de Maastunnel.

2. Verklaring [aangever]

Op 21 augustus 2025 was ik rond 02:15 in de Kleijnstraat in Rotterdam; ik zag een man staan op de Jan Kruijffstraat. Ik sprak de man aan en die vertelde mij dat hij een bom bij zich had, die hij wilde plaatsen. De man wees daarbij naar een tas die hij eerder had weggelegd. Hij verklaarde dat hij het moest doen in opdracht van iemand en dat die persoon op hem wachtte bij de Maastunnel. Ik zei dat hij beter weg kon gaan; hij liet de tassen achter en liep weg.

3. Proces-verbaal van de politie, aanhouding [medeverdachte 1][medeverdachte 1] verklaarde dat hij een tas met een bom moest leggen voor de deur van [huisnummer] van een straat met een ‘K’.

4. Proces-verbaal van de politie, verklaring [medeverdachte 1]Bij de parkeerplaats waren twee jongens. Ze gaven mij allebei een tas. In eentje zat een accu en in de andere zat de bom. Nadat ik de explosie gepleegd zou hebben, zou de man met de scooter op mij wachten bij de Maastunnel.

5. Proces-verbaal van de politie, camerabeeldenOp 21 augustus 2025 stond de auto met kenteken [kenteken] op de parkeerplaats van het Albertina Sisulupad in Rotterdam. Naast de auto stond een persoon. Om 00:36 uur kwam er een scooter aanrijden. De kofferbak ging open en er werden handelingen verricht. Later werden er twee plastic tassen aan de fiets gehangen. De fietser fietste weg met de twee tassen.

6. Proces-verbaal van de politie, onderzoek telefoon [medeverdachte 2]In de telefoon van [medeverdachte 2] zijn Snapchatberichten aangetroffen met daarin: ‘laat hem die accu in de tas zetten’ en ‘je moet de autosleutel pakken en die pakket en accu afgeven aan soldaatje’.

7. Proces-verbaal van de politie, onderzoek telefoon [medeverdachte 1]

Chatberichten tussen [medeverdachte 1] (username: [username 1] ) en de verdachte (username: [username 2] ):

[afbeelding chatbericht]

8. Proces-verbaal van de politieHet Team Explosieven Veiligheid heeft de tas onderzocht. Zij gaven aan dat het een zelf geknutseld explosief betrof.

9. Proces-verbaal van de politieOp 21 augustus 2025 is aan de Kleijnstraat te Rotterdam een explosief aangetroffen. In de tassen werden afzonderlijk van elkaar een fasciapakket van 282 gram bruto, een zwart snoer van ongeveer 30 meter, verbonden aan een elektrische ontsteker, en een 12 Volt accu aangetroffen.

10. Deskundigenverslag NFIDe inhoud van het pakket betreft een explosieve stof en is te typeren als ‘flitspoeder’. Flitspoeder is een krachtige explosieve stof die al onder geringe opsluiting tot ontploffing kan komen.

11. Schriftelijk stuk

Schade voor goederen is een gegeven in de directe nabijheid van de ontploffing. Voor personen binnen een afstand van één meter is ernstig lichamelijk letsel tot dodelijk letsel een gegeven. Wanneer sprake is van rondvliegende scherven en brokstukken, is tot op tientallen meters afstand van de ontploffing gevaar voor lichamelijk letsel tot dodelijk letsel. Het grootste gevaar voor personen in het pand is direct achter de voordeur vanwege de schokgolf en de weggeslagen deurfragmenten. Tot op enkele meters afstand in een vrije baan achter de voordeur is ernstig tot dodelijk lichamelijk letsel een gegeven.
2.3.2.
Bewijsmotivering

In de nacht van 21 augustus 2025 zag aangever Darici een man staan op de Jan Kruijffstraat in Rotterdam. Hij sprak de man aan en die vertelde dat hij een bom bij zich had. Daarna is de man weggelopen en zijn twee tassen blijven staan. Diezelfde nacht werd [medeverdachte 1] aangehouden als verdachte. Hij verklaarde dat hij een tas met een bom moest leggen. Uit nader onderzoek, bleek dat [medeverdachte 1] het explosief diezelfde avond overgedragen had gekregen van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] .

De verdediging heeft bepleit dat geen sprake is geweest van een begin van uitvoering, omdat [medeverdachte 1] nog naar de woning toe moest lopen, de spullen nog uit de tassen moest halen en het fasciapakket voor de deur moest leggen. Daarnaast moest de accu nog worden aangesloten. Dat ligt ver af van een voltooid delict. Tevens was er geen sprake van medeplegen. De verdachte heeft geen substantiële bijdrage geleverd aan de ten laste gelegde uitvoering van de poging. Zijn handelingen waren niet meer dan medeplichtigheidshandelingen, die zagen op de voorbereiding. De verdachte dient te worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde poging.

Voor een strafbare poging tot het plegen van een misdrijf is nodig dat het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard. Volgens de Hoge Raad is sprake van een begin van uitvoering indien de gedragingen van de verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm in voldoende concrete mate waren gericht op de voltooiing van het misdrijf. Een belangrijke beoordelingsfactor is hoe dicht de vastgestelde gedragingen bij de voltooiing van het voorgenomen misdrijf lagen, bijvoorbeeld in tijd en/of plaats en hoe concreet de gedragingen daarop waren gericht.

Het was de bedoeling van de verdachten dat het explosief geplaatst zou worden op de [adres delict] . De verdachte heeft [medeverdachte 1] gevraagd het explosief aldaar te plaatsen. Hij heeft daarna een fiets voor [medeverdachte 1] geregeld. Vervolgens heeft hij [medeverdachte 1] naar de plaats van de overdracht gebracht en is de verdachte betrokken geweest bij de overdracht van het explosief. Later in de nacht heeft hij bij de Maastunnel [medeverdachte 1] opgewacht. De verdachte heeft contact gehad met de medeverdachten over de uitvoering. [medeverdachte 1] is uiteindelijk met het explosief in de directe omgeving van het beoogde doelwit gezien. Het plan was daarmee al in de laatste fase van de uitvoering beland: het explosief hoefde alleen nog maar voor de deur te worden gelegd en te worden ontstoken. Het totaal van de daaraan voorafgaande gedragingen is naar zijn uiterlijke verschijningsvorm in voldoende concrete mate gericht op de voltooiing van het misdrijf. De gedragingen van [medeverdachte 1] lagen zowel in tijd als in plaats heel dicht bij de voltooiing van het misdrijf. Dat het explosief nog niet was aangestoken doet hieraan niet af. Dat het uiteindelijk niet tot een ontploffing is gekomen, is alleen te danken aan het feit dat de aangever [medeverdachte 1] heeft aangesproken en [medeverdachte 1] daarna is weggegaan, waarbij hij op ‘aandringen’ van de aangever de tassen met het explosief heeft achtergelaten.

Op grond van het voorgaande is vast komen te staan dat tussen de verdachte en de medeverdachten sprake was van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De bijdrage van de verdachte aan de poging tot het teweegbrengen van een ontploffing is van zodanig gewicht en essentieel geweest, dat deze kan worden aangemerkt als medepleger. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met anderen heeft geprobeerd een ontploffing teweeg te brengen.

Uit het rapport van het NFI en de daarbij gevoegde vakbijlage, zoals hierboven onder de bewijsmiddelen omschreven, blijkt dat gevaar voor ernstig lichamelijk tot dodelijk letsel te duchten was en ook gevaar voor goederen in die woning en de omgeving daarvan.
2.3.3.
Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

primair

hij omstreeks 21 augustus 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen bij een woning, te weten de woning gelegen aan de [adres delict] , terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten de woning gelegen aan de [adres delict] en/of omliggende woningen en/of de inboedel van die woningen

en/of nabijgelegen geparkeerde auto's, en levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten personen die aanwezig waren in de woningen gelegen aan de [adres delict] en/of in omliggende woningen en/of op straat aanwezige personen, te duchten was:

- via Snapchat afspraken heeft gemaakt over de benodigdheden en de wijze van

uitvoering van voornoemde ontploffing en

- tassen met een zelfgemaakt explosief en een accu in ontvangst heeft genomen en heeft overgedragen aan zijn mededader en

- met een scooter en fiets in de richting van het Albertina Sisulupad en/of de

woning gelegen aan de [adres delict] is gereden, terwijl zijn mededaders in het bezit waren van een zelfgemaakt explosief en een accu en

- ( vervolgens) met een zelfgemaakt explosief en een accu naar de woning gelegen aan de [adres delict] is gelopen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
<nr>3</nr>Kwalificatie en strafbaarheid 3.1.
Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

Primair

medeplegen van een poging tot opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten is.
3.2.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
<nr>4</nr>Straf 4.1.
Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor het primair ten laste gelegde feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met oplegging van bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd in het reclasseringsadvies van 27 februari 2026.
4.2.
Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de verdachte zijn verantwoordelijkheid heeft genomen en zijn eigen rol niet heeft verkleind. Bij een veroordeling voor medeplichtigheid aan het medeplegen van een poging tot het teweegbrengen van een ontploffing heeft de verdachte met het ondergane voorarrest al voldoende straf gehad.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich op 21 augustus 2025 met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een poging tot het teweegbrengen van een ontploffing bij een woning. Hij heeft een essentiële rol vervuld door [medeverdachte 1] te benaderen en hem te vragen het explosief te plaatsen. Vervolgens heeft hij [medeverdachte 1] naar de overdrachtslocatie gebracht, zodat deze het explosief in ontvangst kon nemen en daarna kon plaatsen. De verdachte stond daarbij in contact met de opdrachtgever. Dat het uiteindelijk bij een poging is gebleven, is uitsluitend te danken aan de toevalligheid dat de aangever net kwam aanlopen, [medeverdachte 1] bij zijn woning heeft gezien en toen ingegrepen heeft. Extra kwalijk is dat sprake was van een (zelfgemaakt) explosief met een grote hoeveelheid flitspoeder, een stof die tot een zeer zware ontploffing had kunnen leiden.

De verdachte heeft zich in het geheel niet bekommerd om de (mogelijke) gevolgen van zijn handelen. De rechtbank rekent de verdachte dat zeer aan. Dit soort criminele explosies vindt niet alleen in de stad Rotterdam steeds vaker plaats, maar ook op veel andere plekken in het land, het zorgt in de brede samenleving voor onrust en gevoelens van onveiligheid.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 29 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapport van de reclassering

In het advies van Reclassering Nederland van 27 februari 2026 staat het volgende. De reclassering beschouwt het netwerk van de verdachte als een delict gerelateerde risicofactor. Ook lijkt het psychosociale functioneren van de verdachte te hebben bijgedragen aan de beslissing die hij maakte. Als de verdachte schuldig wordt bevonden, adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen. De reclassering adviseert tevens een cognitieve vaardigheidstraining als bijzondere voorwaarde.
4.3.3.
Oplegging straf

Straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen; zij vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Daarom wordt een gevangenisstraf van vijftien maanden opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden drie maanden voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

De gevangenisstraf zal worden ten uitvoer gelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.
<nr>5</nr>Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 47 en 157 van het Wetboek van Strafrecht.
<nr>6</nr>Beslissingen
De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het primaire feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 15 (vijftien) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 3 (drie) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt de volgende bijzondere voorwaarde:

- de verdachte dient deel te nemen aan een cognitieve vaardigheidstraining, zolang de reclassering de training nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarde en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
<nr>7</nr>Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:

mr. P. Joele, voorzitter, en

mrs. N.M. Ketelaar en J. Langeveld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Loggen, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 18 maart 2026.

Mrs. N.M. Ketelaar en J. Langeveld zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier Flits.

Verklaard tijdens de zitting van 4 maart 2025.

Pagina 1 e.v.

Pagina 11 e.v.

Pagina 82 e.v.

Pagina 50 e.v.

Pagina 119 e.v.

Pagina 20 e.v.

Pagina 8 e.v.

Pagina 147 e.v.

NFI Explosievenonderzoek aan een monster van de lading uit een vermeende explosieve constructie die is aangetroffen op 21 augustus 2025 van 4 november 2025, pagina 5.

NFI Vakbijlage Gevaarzetting geïmproviseerde explosie constructies met flitspoeder in zachte pakketten, pagina 6 e.v.

Artikel delen