Verzoek toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen. Niet aannemelijk dat verzoekster de verplichtingen van de Wsnp kan nakomen
Rechtbank Rotterdam 22 June 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:7170
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-06-2026
Datum publicatie
22-06-2026
Zaaknummer
NL:TZ:2607065:R-RK
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBROT:2026:7170text/xmlpublic2026-06-22T12:42:552026-06-22Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Rotterdam2026-05-20NL:TZ:2607065:R-RKUitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLRotterdamCiviel recht; InsolventierechtFaillissementswet 284Rechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:7170text/htmlpublic2026-06-22T12:40:332026-06-22Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBROT:2026:7170 Rechtbank Rotterdam , 20-05-2026 / NL:TZ:2607065:R-RK Verzoek toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen. Niet aannemelijk dat verzoekster de verplichtingen van de Wsnp kan nakomen
RECHTBANK Rotterdam Team Insolventie Zittingsplaats Rotterdam rekestnummer: [nummer]
Uitspraakdatum: 20 mei 2026 Vonnis van
[naam 1]
,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , Waar deze zaak over gaat
Mevrouw [naam 1] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [naam 1] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt afgewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. 1De procedure Mevrouw [naam 1] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp. Het verzoek is behandeld op de zitting van 13 mei 2026. Op de zitting zijn verschenen: mevrouw [naam 1] , mevrouw N. Yerlikaya , beschermingsbewindvoerder, mevrouw [naam 4] , schoonzus van mevrouw [naam 1] en tolk. 2De feiten Mevrouw [naam 1] ontvangt inkomsten uit PW-uitkering. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet € 24.537,76. 3De beoordeling Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als, onder andere, voldoende aannemelijk is dat mevrouw [naam 1] de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. De rechtbank oordeelt dat dit in het voorliggende geval niet aannemelijk is. Mevrouw [naam 1] woont met haar meerderjarige kinderen, waardoor de kostendelersnorm van toepassing is en haar uitkering lager uitvalt. Hierdoor is zij voor de betaling van haar vaste lasten afhankelijk van het ontvangen van kostgeld. Omdat zij dit kostgeld niet maandelijks en regelmatig ontvangt, is onzeker of haar financiële situatie stabiel is en blijft. Ter zitting is tevens gebleken dat het uitschrijven van haar kinderen op korte termijn niet mogelijk is. De rechtbank is van oordeel dat gelet hierop gevreesd moet worden dat mevrouw [naam 1] de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet naar behoren zal kunnen nakomen, meer in het bijzonder de verplichting om geen nieuwe schulden te laten ontstaan. Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen. Wanneer de financiële situatie van mevrouw [naam 1] door het regelmatig ontvangen van kostgeld of door het uitschrijven van haar kinderen is gestabiliseerd, biedt een nieuw Wsnp-verzoek wellicht meer kans van slagen. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden. 4De beslissing De rechtbank: - wijst het verzoek af. Dit is de beslissing van mr. B.J. Tideman, rechter, in samenwerking met A.B.T. Fernandes Pedra, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026. Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.