Goedkeuring afwijkend huurbeding. Kleine verhuurder, grote huurder.
Rechtbank Rotterdam 29 July 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:8754
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-07-2026
Datum publicatie
29-07-2026
Zaaknummer
12261990 VZ VERZ 26-2754
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
ECLI:NL:RBROT:2026:8754text/xmlpublic2026-07-29T12:41:362026-07-17Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Rotterdam2026-07-1612261990 VZ VERZ 26-2754UitspraakBeschikkingNLRotterdamCiviel recht; VerbintenissenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:8754text/htmlpublic2026-07-29T09:44:492026-07-29Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBROT:2026:8754 Rechtbank Rotterdam , 16-07-2026 / 12261990 VZ VERZ 26-2754 Goedkeuring afwijkend huurbeding. Kleine verhuurder, grote huurder.
RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 12261990 VZ VERZ 26-2754 datum uitspraak: 16 juli 2026 beschikking van de kantonrechter op het verzoek van
[verzoekster] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
verzoekster,
hierna: ‘verhuurder’
gemachtigde: mr. M.G.T. Uphus, en
[medeverzoekster] B.V.,
vestigingsplaats: Barendrecht,
medeverzoekster,
hierna: ‘huurder’. 1Het verloop van de procedure1.1. Verhuurder en huurder hebben gezamenlijk een verzoek ingediend voor de goedkeuring van één of meer bedingen die afwijken van de artikelen 7:292 e.v. BW. 1.2. De kantonrechter heeft op grond van de inhoud van de stukken een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege gelaten. 2Het verzoek2.1. Verhuurder en huurder hebben een huurovereenkomst gesloten voor een deel van de
onroerende zaak aan [adres] in [plaats] , dat als tankstation is ingericht. 2.2. Verhuurder en huurder vragen goedkeuring van de volgende bedingen die zijn opgenomen in de huurovereenkomst en die afwijken van de bepalingen genoemd in artikel 7:292 e.v. BW: “3.4 Beëindiging van deze huurovereenkomst door opzegging vindt plaats door huurder aan verhuurder of door verhuurder aan huurder tegen het einde van de lopende huurperiode of, ingeval van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd, tegen ieder tijdstip, een en ander met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste één jaar. In het geval verhuurder van zijn opzegmogelijkheid gebruik maakt is hij niet gehouden verhuis- en inrichtingskosten te vergoeden en niet gehouden om een opzeggrond te vermelden en niet gehouden om de wettelijke opzeggronden van titel 4, afdeling 6 van BW boek 7 in acht te nemen. Huurder stemt op voorhand in met deze opzegging en accepteert deze opzegging onvoorwaardelijk, zal geen beroep doen op huurbescherming en zal het gehuurde in zulks geval tegen de einddatum van de huurovereenkomst onvoorwaardelijk ontruimd conform de bepalingen van deze huurovereenkomst opleveren. De artikelen 7:294 BW tot en met 7:300 BW zijn niet van toepassing. Partijen zullen de kantonrechter verzoeken deze afwijkende bepaling goed te keuren. Huurder zal deze bepaling (3.4) ook in de onderhuurovereenkomst opnemen en de
kantonrechter ook verzoeken om de bepaling in de onderhuurovereenkomst goed te keuren. Indien en voor zover in de, onderhuurovereenkomst de goedkeuring niet wordt verleend, vrijwaart huurder verhuurder reeds nu voor alsdan voor alle aanspraken van de onderhuurder, indien de huurovereenkomst door opzegging van verhuurder tot een einde komt. 4.5.2 Partijen komen overeen dat de wettelijke regeling van nadere vaststelling van de huurprijs zoals bedoeld in artikel 7:303 en 7:304 BW gedurende de gehele looptijd van de huurovereenkomst niet van toepassing is. Partijen zullen de kantonrechter om goedkeuring van dit artikel verzoeken. 17.8 Omdat in het gehuurde, althans op deze locatie, vóór de aanvang van de onderhavige Overeenkomst al meer dan 50 jaar een gelijksoortig bedrijf wordt uitgeoefend als het bedrijf van huurder, en huurder hier voordeel van geniet waar hij niet voor hoeft te betalen, kan huurder aan het einde van de huurovereenkomst op geen enkele wijze aanspraak op vergoeding van goodwill maken. Artikel 7:308 BW is niet van toepassing. Partijen zullen de kantonrechter om goedkeuring van dit artikel verzoeken.” 3De beoordeling van het verzoek3.1. Goedkeuring van een beding is op grond van artikel 7:291 lid 3 BW mogelijk indien het beding de rechten die huurder aan deze afdeling ontleent niet wezenlijk aantast of wanneer de maatschappelijke positie van huurder in vergelijking met die van verhuurder zodanig is dat huurder de bescherming van de afdeling in redelijkheid niet behoeft. Bij de beoordeling moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval. De beide goedkeuringsgronden kunnen in onderling verband worden beoordeeld. 3.2. In het kader van de maatschappelijke positie van huurder is in het verzoekschrift het volgende naar voren gebracht. Verhuurder is – niet bedrijfsmatig – eigenaar van het perceel. Huurder handelt in vaste en vloeibare brandstoffen en smeermiddelen en exploiteert meerdere tankstations. 3.3. Tegen deze achtergrond moet het ervoor gehouden worden dat de maatschappelijke positie van huurder zodanig is, juist ten opzichte van de maatschappelijke positie van verhuurder, dat huurder de bescherming van de wet in redelijkheid niet behoeft. De kantonrechter zal daarom de gevraagde goedkeuring verlenen. 3.4. Omdat het gaat om een gemeenschappelijk verzoek compenseert de kantonrechter de kosten. Dit betekent dat elke partij de eigen kosten draagt. 4De beslissing De kantonrechter: verleent goedkeuring aan de van artikel 7:292 e.v. BW afwijkende bedingen die zijn opgenomen in de artikelen 3.4, 4.5.2 en 17.8 van de huurovereenkomst en die zijn geciteerd in 2.2 van deze beschikking; compenseert de proceskosten. Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. I.K. Rapmund en uitgesproken op de openbare terechtzitting.