Verzoek tot goedkeuring afwijkend huurbedingen. Gelet op alle omstandigheden is er geen sprake van een wezenlijke aantasting van de rechten van huurder. De bedingen worden goedgekeurd.
Rechtbank Rotterdam 29 July 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:8763
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-07-2026
Datum publicatie
29-07-2026
Zaaknummer
12234146 HA VERZ 26-42
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
ECLI:NL:RBROT:2026:8763text/xmlpublic2026-07-29T12:43:362026-07-17Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Rotterdam2026-07-0712234146 HA VERZ 26-42UitspraakBeschikkingNLDordrechtCiviel recht; VerbintenissenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:8763text/htmlpublic2026-07-29T09:55:162026-07-29Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBROT:2026:8763 Rechtbank Rotterdam , 07-07-2026 / 12234146 HA VERZ 26-42 Verzoek tot goedkeuring afwijkend huurbedingen. Gelet op alle omstandigheden is er geen sprake van een wezenlijke aantasting van de rechten van huurder. De bedingen worden goedgekeurd.
RECHTBANK ROTTERDAM locatie Dordrecht zaaknummer: 12234146 HA VERZ 26-42 datum uitspraak: 7 juli 2026 beschikking van de kantonrechter op het verzoek van
[verzoekster] B.V.,
vestigingsplaats: Hardinxveld-Giessendam,
verzoekster,
hierna: ‘verhuurder’, en
[medeverzoekster] B.V.,
vestigingsplaats: Alblasserdam,
medeverzoekster,
hierna: ‘huurder’. Als gemachtigde voor verhuurder en huurder treedt [gemachtigde] op. 1Het verloop van de procedure1.1. Verhuurder en huurder hebben gezamenlijk een verzoek ingediend voor de goedkeuring van één of meer bedingen die afwijken van de artikelen 7:292 e.v. BW. 1.2. Op 23 juni 2026 hebben partijen naar aanleiding van vragen van de kantonrechter een nadere toelichting gegeven. 1.3. De kantonrechter heeft op grond van de inhoud van de stukken een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege gelaten. 2Het verzoek2.1. Verhuurder en huurder hebben een huurovereenkomst gesloten voor de bedrijfsruimte aan [adres] te [plaats] . 2.2. Verhuurder en huurder vragen goedkeuring van de volgende bedingen die zijn opgenomen in de huurovereenkomst en die afwijken van de bepalingen genoemd in artikel 7:292 e.v. BW: “Duur, verlenging en opzegging 3.1 Deze huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van 3 jaar, ingaande op 15 juli 2026 (hierna te noemen 'ingangsdatum') en lopende tot en met 14 juli 2029. 3.2 Behoudens beëindiging van deze huurovereenkomst door opzegging door huurder of verhuurder in overeenstemming met 3.4 en 3.5 wordt de huurovereenkomst na het verstrijken van de in 3.1 genoemde periode voortgezet voor een aansluitende periode van 6 maanden, derhalve tot en met 14 januari 2030. 3.3 Behoudens beëindiging van deze huurovereenkomst door opzegging door huurder of verhuurder in overeenstemming met 3.4 en 3.5 wordt de huurovereenkomst na het verstrijken van de in 3.2 genoemde periode voortgezet voor aansluitende perioden van telkens 6 maanden” 3De beoordeling van het verzoek3.1. Goedkeuring van een beding is op grond van artikel 7:291 lid 3 BW mogelijk indien het beding de rechten die huurder aan deze afdeling ontleent niet wezenlijk aantast of wanneer de maatschappelijke positie van huurder in vergelijking met die van verhuurder zodanig is dat huurder de bescherming van de afdeling in redelijkheid niet behoeft. Bij de beoordeling moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval. De beide goedkeuringsgronden kunnen in onderling verband worden beoordeeld. 3.2. Uit het verzoekschrift en de nadere toelichting volgt dat huurder een regionaal opererende horeca-exploitant/horecagroep is met zeven horecavestigingen. Verhuurder is een regionaal actieve projectontwikkelaar en aannemer. Beide zijn aldus professionele partijen en beide zijn gedurende het onderhandelings- en contracteringsproces bijgestaan door professionele makelaars. 3.3. Bij de beoordeling of sprake is van een wezenlijke aantasting van de rechten van huurder is voorts het volgende van belang. De korte looptijd van de huurovereenkomst en de korte verlengingsperioden laten zich verklaren door de door verhuurder beoogde herontwikkeling van het pand, waarvan de daadwerkelijke aanvang nog wel langer dan drie jaar kan duren. Bij de vaststelling van de huurprijs is hiermee rekening gehouden: partijen zijn een huurprijs overeengekomen die lager is dan marktconform. Bovendien hoeft huurder maar beperkt in het gehuurde – dat is voorzien van een volledige horeca-inventaris – te investeren. 3.4. Op basis van bovengenoemde omstandigheden, in onderling verband bezien, is de kantonrechter van oordeel dat de genoemde bedingen geen wezenlijke aantasting vormen van de rechten van huurder. De bedingen zullen worden goedgekeurd. 3.5. Omdat het gaat om een gemeenschappelijk verzoek compenseert de kantonrechter de kosten. Dit betekent dat elke partij de eigen kosten draagt. 4De beslissing De kantonrechter: verleent goedkeuring aan de van artikel 7:292 e.v. BW afwijkende bedingen die zijn opgenomen in de artikelen 3.1, 3.2 en 3.3 van de huurovereenkomst en die zijn geciteerd in 2.2 van deze beschikking; compenseert de proceskosten. Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. dr. P.G.J. van den Berg en uitgesproken op de openbare terechtzitting.