Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBROT:2026:8953

Wrakingskamer. Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond. Verzoekster is het er niet mee eens dat een gewijzigde set producties is toegevoegd. Die beslissing is geen grond voor wraking. Verzoekster heeft niet gezegd dat én waarom uit de motivering van de beslissing om de gewijzigde set producties aan het procesdossier toe te voegen vooringenomenheid of partijdigheid van de rechter blijkt of waarom zi...

Rechtbank Rotterdam 31 July 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2026:8953 text/xml public 2026-07-31T12:28:53 2026-07-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-07-22 C/10/723477 / HA RK 26-721 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Wraking NL Rotterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:8953 text/html public 2026-07-31T12:16:48 2026-07-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:8953 Rechtbank Rotterdam , 22-07-2026 / C/10/723477 / HA RK 26-721
Wrakingskamer. Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond. Verzoekster is het er niet mee eens dat een gewijzigde set producties is toegevoegd. Die beslissing is geen grond voor wraking. Verzoekster heeft niet gezegd dat én waarom uit de motivering van de beslissing om de gewijzigde set producties aan het procesdossier toe te voegen vooringenomenheid of partijdigheid van de rechter blijkt of waarom zij daar bang voor is. De opmerking van verzoekster aan het einde van de mondelinge behandeling dat de rechter het wrakingsverzoek niet persoonlijk moet opvatten, is naar het oordeel van de wrakingskamer juist een sterke aanwijzing dat het verzoekster niet om de vooringenomenheid of partijdigheid van de rechter gaat, maar dat het juist haar bedoeling is om de juistheid van de door de rechter genomen beslissing aan de orde te stellen. Daarvoor is de wrakingsprocedure echter niet bedoeld.
RECHTBANK ROTTERDAM
Wrakingskamer

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/723477 / HA RK 26-721

Beslissing van 22 juli 2026

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoekster] ,

woonplaats: [woonplaats] ,

hierna te noemen: verzoekster,

tot wraking van

mr. I.W.M. Laurijssens,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Verzoekster heeft op 16 juli 2026 de rechter gewraakt die de zaak behandelde tussen verzoekster en Stichting Woonzorg Nederland met zaaknummer / rolnummer 11923203 CV EXPL 25-21802 (de hoofdzaak). Het dossier van die zaak is ter beschikking gesteld aan de wrakingskamer.
1.2.
De wrakingskamer heeft gezien:

het wrakingsverzoek van verzoekster, dat zij op 16 juli 2026 mondeling heeft gedaan tijdens de mondelinge behandeling van de hoofdzaak. Dat verzoek is opgenomen in het proces-verbaal van die zitting;

de schriftelijke reactie van de rechter van 17 juli 2026.
<nr>2</nr>De beoordeling van het verzoek 2.1.
De rechter heeft aan het begin van de mondelinge behandeling besloten dat een gewijzigde set producties van Stichting Woonzorg Nederland aan het procesdossier wordt toegevoegd. Naar aanleiding van deze beslissing heeft verzoekster de rechter gewraakt.
2.2.
Een rechterlijke (tussen)beslissing alleen kan nooit grond vormen voor wraking, want wraking is niet bedoeld als een soort hoger beroep. De wrakingskamer is er niet om opnieuw te kijken naar de juistheid van de (tussen)beslissing. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die de zaak krijgt als er hoger beroep wordt ingesteld.
2.3.
Ook de motivering van de (tussen)beslissing kan normaal gesproken geen grond vormen voor wraking, zelfs niet als de wrakingskamer die motivering onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te kort door de bocht vindt of als die motivering er niet is.

Dit is alleen anders als de motivering van de (tussen)beslissing alleen maar ingegeven kan zijn door vooringenomenheid of partijdigheid van de rechter. De wrakingskamer let daarbij op alle omstandigheden van het geval, ook bijvoorbeeld op de in de motivering gebruikte woorden.
2.4.
Verzoekster is het er niet mee eens dat de set producties is toegevoegd. Die beslissing is geen grond voor wraking.

Verzoekster heeft niet gezegd dat én waarom uit de motivering van de beslissing om de gewijzigde set producties aan het procesdossier toe te voegen vooringenomenheid of partijdigheid van de rechter blijkt of waarom zij daar bang voor is.

De opmerking van verzoekster aan het einde van de mondelinge behandeling dat de rechter het wrakingsverzoek niet persoonlijk moet opvatten, is naar het oordeel van de wrakingskamer juist een sterke aanwijzing dat het verzoekster niet om de vooringenomenheid of partijdigheid van de rechter gaat, maar dat het juist haar bedoeling is om de juistheid van de door de rechter genomen beslissing aan de orde te stellen.

Daarvoor is de wrakingsprocedure echter niet bedoeld.
2.5.
Om die reden wordt het verzoek zonder zitting meteen afgewezen.
<nr>3</nr>De beslissing
De wrakingskamer:
3.1.
verklaart het wrakingsverzoek van verzoekster ten aanzien van mr. I.W.M. Laurijssens in de civielrechtelijke zaak met zaaknummer / rolnummer 11923203 CV EXPL 25-21802 kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. P.C. Santema, voorzitter, mr. A.M.H. Geerars en mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, rechters. Bij afwezigheid van de voorzitter en de oudste rechter is deze beslissing door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026 in aanwezigheid van mr. R.W.H. van Rijkom, griffier, en door hen ondertekend.

de griffier de jongste rechter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Artikel delen