Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBROT:2026:8962

Kort geding huur bedrijfsruimte. Eiseres vordert ontruiming van de bedrijfsruimte en betaling van de huurachterstand, inclusief rente en kosten. De vordering wordt toegewezen.

Rechtbank Rotterdam 31 July 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2026:8962 text/xml public 2026-07-31T14:04:19 2026-07-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-09 12099481 VV EXPL 26-92 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:8962 text/html public 2026-07-31T10:43:43 2026-07-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:8962 Rechtbank Rotterdam , 09-04-2026 / 12099481 VV EXPL 26-92
Kort geding huur bedrijfsruimte. Eiseres vordert ontruiming van de bedrijfsruimte en betaling van de huurachterstand, inclusief rente en kosten. De vordering wordt toegewezen.
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam

zaaknummer: 12099481 VV EXPL 26-92

datum uitspraak: 9 april 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiseres] ,

vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,

eiseres,

gemachtigde: mr. P.J. Remmelts,

tegen

[gedaagde] B.V.,

vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,

gedaagde,

vertegenwoordigd door: [vertegenwoordiger] .

De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 18 maart 2026, met bijlagen;
1.2.
Op 26 maart 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: [persoon A] namens [eiseres] , samen met de gemachtigde van [eiseres] , mr. P.J. Remmelts. Tevens was [vertegenwoordiger] aanwezig namens [bedrijf 1] B.V., bestuurder van [gedaagde] .
<nr>2</nr>De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurt vanaf 1 juni 2021 de bedrijfsruimte aan [adres] in [plaats] van [eiseres] . De huurprijs op dit moment bedraagt € 2.292,20 per maand.
2.2.
Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] een huurachterstand laten ontstaan van € 20.629,80. Daarom vordert [eiseres] in deze procedure dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de bedrijfsruimte te verlaten en de huurachterstand aan haar te betalen, met boete(rente) en kosten. Ook eist [eiseres] dat [gedaagde] de toekomstige huurtermijnen moet betalen tot aan de datum van de ontruiming.
2.3.
[gedaagde] erkent de vordering en legt uit dat door een onderling geschil tussen bestuurders de bedrijfsvoering tot stilstand is gekomen.

[bedrijf 1] is zelfstandig bevoegd om [gedaagde] te vertegenwoordigen
2.4.
[bedrijf 1] B.V. is samen met [bedrijf 2] B.V. bestuurder van [gedaagde] . Op grond van artikel 2:240 lid 1 BW komt de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de vennootschap toe aan iedere bestuurder afzonderlijk. [bedrijf 1] B.V. is dan ook zelfstandig bevoegd om [gedaagde] in deze procedure te vertegenwoordigen. Dit blijkt ook uit de overgelegde Kamer van Koophandel stukken.

Het juridisch kader van een kort geding
2.5.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat [eiseres] heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor [gedaagde] als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.

[gedaagde] moet de bedrijfsruimte verlaten
2.6.
[gedaagde] betwist de vordering van [eiseres] niet. Daarmee staat vast dat [gedaagde] de maandelijkse huur vanaf juli 2025 niet meer heeft betaald en dat de huurachterstand op dit moment negen maanden bedraagt. Een huurachterstand van twee maanden is in de regel voldoende om in een bodemprocedure de huurovereenkomst te ontbinden. Daarnaast bestaat er voor de toekomst geen waarborg dat [gedaagde] de maandelijkse huur wél tijdig en volledig zal betalen, omdat de bedrijfsvoering van [gedaagde] is gestaakt.
2.7.
De kantonrechter is dan ook van oordeel dat onder deze omstandigheden met grote mate van zekerheid kan worden aangenomen dat de rechter in een bodemprocedure een vordering tot ontbinding en ontruiming van de bedrijfsruimte zal toewijzen. [eiseres] heeft verder een voldoende spoedeisend belang bij haar vordering. Bij voortduren van de huidige situatie zal de huurachterstand naar verwachting alleen maar verder oplopen. De kantonrechter wijst daarom de eis tot ontruiming toe.
2.8.
De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op drie dagen na betekening van dit vonnis, zoals door [eiseres] is gevorderd. [gedaagde] heeft aangegeven de bedrijfsruimte niet langer te gebruiken als tandartspraktijk, zodat zij geen belang heeft bij een langere ontruimingstermijn.

[gedaagde] moet de huurachterstand van € 20.629,80 betalen
2.9.
Volgens [eiseres] bedraagt de huurachterstand van [gedaagde] , berekend tot en met maart 2026, € 20.629,80. [gedaagde] heeft de hoogte van de huurachterstand niet betwist. De huurachterstand wordt daarom toegewezen en [gedaagde] wordt veroordeeld om de huurachterstand van € 20.629,80 aan [eiseres] te betalen. De eis tot betaling van de huur vanaf april 2026 tot de datum van ontruiming wordt ook toegewezen.

[gedaagde] moet een bedrag van € 2.400,- aan contractuele boete(rente) betalen
2.10.
In artikel 23.2 van de toepasselijke algemene voorwaarden is opgenomen dat [gedaagde] een boete van 1% per maand met een minimum van € 300,- over de verschuldigde huurprijs moet betalen als zij de huur te laat betaalt. [eiseres] vordert dat [gedaagde] deze boete aan haar moet betalen over de maanden dat zij de huur niet op tijd heeft betaald. Volgens [eiseres] gaat het om een bedrag van € 2.400,-. [gedaagde] heeft dit niet betwist. De vordering wordt daarom toegewezen en [gedaagde] wordt veroordeeld om een bedrag van € 2.400,- aan [eiseres] te betalen.

[gedaagde] moet incassokosten van € 912,53 betalen
2.11.
De incassokosten van € 912,53 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).

[gedaagde] hoeft geen wettelijke rente te betalen
2.12.
[eiseres] vordert wettelijke rente over de huurachterstand. Dit wordt door de kantonrechter afgewezen. Op grond van artikel 6:92 lid 2 BW treedt de gevorderde boete in plaats van de wettelijke rente.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.13.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 159,08 aan dagvaardingskosten, € 1.504,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 2.384,08. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals hierna vermeld.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.14.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
<nr>3</nr>De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] binnen drie dagen nadat dit vonnis is betekend de bedrijfsruimte aan [adres] in [plaats] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van [eiseres] te stellen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 20.629,80 aan achterstallige huur berekend tot en met maart 2026;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 2.400,- aan contractuele boete(rente);
3.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 912,53 aan buitengerechtelijke incassokosten;
3.5.
veroordeelt [gedaagde] om vanaf april 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan [eiseres] te betalen € 2.292,20 per maand;
3.6.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 2.384,08 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
3.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.8.
wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.

64362

Artikel delen