ECLI:NL:RBROT:2026:9048text/xmlpublic2026-08-04T16:33:052026-07-24Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Rotterdam2026-04-2411836825 CV EXPL 25-17511UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLRotterdamCiviel recht; VerbintenissenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9048text/htmlpublic2026-08-04T16:32:452026-08-04Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBROT:2026:9048 Rechtbank Rotterdam , 24-04-2026 / 11836825 CV EXPL 25-17511 Huur, huurachterstand, ontbinding, ontruiming.
RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11836825 CV EXPL 25-17511 datum uitspraak: 24 april 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van Stichting Maasdelta Groep,
vestigingsplaats: Spijkenisse,
eiseres,
gemachtigde: mr. J.J.F. de Geus, tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert. De partijen worden hierna ‘Maasdelta’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1De procedure1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 13 augustus 2025, met bijlagen; de aantekeningen van het mondelinge verweer; de repliek, met bijlagen; de brief van Maasdelta van 17 maart 2026, met één bijlage. 1.2. Op 27 maart 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: namens Maasdelta mevrouw [persoon A] (medewerker incasso) en de gemachtigde;
[gedaagde] . 2De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.1.
[gedaagde] huurt vanaf 27 juni 2022 een woning van Maasdelta aan de [adres] te Hellevoetsluis (hierna: de woning). De huur is nu € 482,64 per maand. Op dit moment is er een huurachterstand. Maasdelta eist dat [gedaagde] die huurachterstand betaalt en dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt. [gedaagde] moet van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand betalen en de woning verlaten. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet een huurachterstand van € 8.041,36 betalen 2.2. Maasdelta heeft voor de zitting een huurspecificatie in het geding gebracht. Hieruit blijkt dat de huurachterstand tot en met maart 2026 € 8.041,36 bedraagt. De partijen zijn het erover eens dat dit de huurachterstand was tot en met maart 2026. [gedaagde] wordt veroordeeld om dit bedrag aan Maasdelta te betalen. De huurovereenkomst wordt ontbonden 2.3. De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde] verplicht was om de huur op tijd te betalen en dat niet heeft gedaan (artikel 6:265 BW). De huurachterstand is ernstig genoeg om de huurovereenkomst te beëindigen. Dat is meestal zo bij een achterstand van meer dan drie maanden, maar de kantonrechter moet rekening houden met alle omstandigheden. De kantonrechter heeft er in dit geval rekening mee gehouden dat op het moment van dagvaarden sprake was van een huurachterstand van negen maanden. Lopende de procedure heeft [gedaagde] de huurachterstand laten oplopen naar zeventien maanden. Dat is een zeer grote achterstand. Gelet op deze omstandigheden wordt de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst toegewezen.
[gedaagde] moet de woning ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen 2.4. Omdat de huurovereenkomst is ontbonden, moet [gedaagde] de woning met al zijn spullen verlaten. Dat moet binnen veertien dagen nadat dit vonnis is betekend. 2.5. Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van € 482,64 per maand betalen (artikel 7:225 BW). Maasdelta eist ook een vergoeding voor de rest van de maand, maar heeft niet uitgelegd waarom [gedaagde] die moet betalen. Daarom wordt dit deel van de eis afgewezen. Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels (artikel 7:248 BW) als voor het verhogen van de huur. Oneerlijke bepalingen 2.6. De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of in de algemene voorwaarden van Maasdelta oneerlijke bepalingen staan, zoals bedoeld in Richtlijn 93/13 EG. De kantonrechter moet oneerlijke bepalingen vernietigen. Maasdelta mag die bepaling dan niet gebruiken en ook geen beroep meer doen op aanvullend recht. Hierna zal worden besproken welke bepaling oneerlijk is en wat het gevolg is van vernietiging van die oneerlijke bepaling(en) voor de eis van Maasdelta.
[gedaagde] hoeft geen incassokosten en rente te betalen 2.7. De kantonrechter wijst de incassokosten en de rente af. In artikel 17 van de Algemene huurvoorwaarden staat hierover namelijk een oneerlijke bepaling. Omdat die bepaling oneerlijk is, mag Maasdelta daar geen beroep op doen en kan zij ook geen aanspraak maken op de incassokosten en rente uit de wet. De bepaling is oneerlijk, omdat daarin staat dat [gedaagde] een boete moet betalen als [gedaagde] niet aan de verplichtingen uit de overeenkomst voldoet. Daaronder valt ook het op tijd betalen van de afgesproken prijs. Op grond van de wet zou [gedaagde] als hij te laat betaalt alleen de wettelijke rente en incassokosten moeten betalen. Maasdelta wijkt met de boete dus in het nadeel van een consument af van de wet door daarnaast een boete op te leggen. Dat maakt deze bepaling hier oneerlijk. Verder geen oneerlijke bepalingen 2.8. De kantonrechter heeft onderzocht of er nog andere oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen 2.9. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Maasdelta moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht, € 864,- aan salaris voor de gemachtigde (3 punten x € 288,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.667,45. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.10. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Maasdelta dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Maasdelta te betalen € 8.041,36 aan huurachterstand tot en met de maand maart 2026; 3.2. ontbindt de huurovereenkomst tussen de partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de woning aan de [adres] te Hellevoetsluis te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Maasdelta te stellen; 3.3. veroordeelt [gedaagde] om vanaf april 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Maasdelta te betalen € 482,64 per maand met de verhoging die is toegestaan; 3.4. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Maasdelta worden begroot op € 1.667,45; 3.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.6. wijst al het andere af. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. P.D. Olden en in het openbaar uitgesproken.
67789 Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810 Hof van Justitie van de Europese Unie 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68