Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBROT:2026:9059

Huurkoopovereenkomst bedrijfsauto. Betalingsachterstand. Overeenkomst ontbonden.

Rechtbank Rotterdam 4 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2026:9059 text/xml public 2026-08-04T13:24:34 2026-07-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-05-15 11657207 CV EXPL 25-9797 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9059 text/html public 2026-08-04T13:22:27 2026-08-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:9059 Rechtbank Rotterdam , 15-05-2026 / 11657207 CV EXPL 25-9797
Huurkoopovereenkomst bedrijfsauto. Betalingsachterstand. Overeenkomst ontbonden.
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam

zaaknummer: 11657207 CV EXPL 25-9797

datum uitspraak: 15 mei 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Hiltermann Lease B.V.,

vestigingsplaats: Hoofddorp,

eiseres,

gemachtigde: [persoon A] ,

tegen

[gedaagde] , die handelt onder de naam [handelsnaam] ,

woonplaats: [woonplaats]

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘Hiltermann’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

de dagvaarding van 1 april 2025, met bijlagen;

het antwoord;

de akte aanvullende producties 6 t/m 7 van Hiltermann.
1.2.
Voorafgaand aan de geplande mondelinge behandeling hebben partijen de kantonrechter laten weten dat de zitting niet hoeft door te gaan. Partijen hebben de kantonrechter daarbij verzocht vonnis te wijzen.
<nr>2</nr>De beoordeling
Wat is de kern?
2.1.
Hiltermann heeft op grond van een huurkoopovereenkomst een bedrijfsauto (Volkswagen Golf met kenteken [kentekennummer] ) aan [gedaagde] ter beschikking gesteld. Volgens Hiltermann heeft [gedaagde] de leasetermijnen niet tijdig aan haar betaald. Hiltermann heeft [gedaagde] daarop laten weten de overeenkomst per 31 december 2024 te ontbinden. In deze procedure eist Hiltermann dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt om de achterstand en de toekomstige leasebedragen in één keer te betalen, met rente en kosten. De kantonrechter wijst de eisen van Hiltermann toe. Hierna wordt uitgelegd waarom.

De overeenkomst tussen Hiltermann en [gedaagde] is ontbonden
2.2.
Volgens Hiltermann is [gedaagde] tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst omdat hij de maandelijkse leasetermijnen niet of niet tijdig heeft betaald. Hiltermann vordert daarom een verklaring van recht dat de overeenkomst tussen haar en [gedaagde] buitengerechtelijk is ontbonden op 31 december 2024.
2.3.
[gedaagde] erkent dat hij een betalingsachterstand heeft laten ontstaan. Hij heeft uitgelegd hoe dit heeft kunnen gebeuren. De kantonrechter heeft begrip voor de moeilijke situatie waarin [gedaagde] verkeert. Deze omstandigheden komen echter voor zijn eigen rekening en risico. Hiltermann heeft de overeenkomst daarom terecht ontbonden. De door Hiltermann geëiste verklaring voor recht wordt dan ook toegewezen.
2.4.
Omdat de overeenkomst is ontbonden, moet [gedaagde] de auto teruggeven aan Hiltermann. In zijn mailbericht een dag voor de zitting schrijft [gedaagde] dat de auto bij hem kan worden opgehaald, maar omdat de rechter niet heeft vast kunnen stellen dat dit ook daadwerkelijk is gedaan beslist zij in dit vonnis dat [gedaagde] de auto inderdaad moet teruggeven en dat als hij dat niet doet, hij dan een dwangsom moet betalen. De kantonrechter stelt de dwangsom per dag en het maximum vast op een bedrag dat de kantonrechter redelijk vindt. [gedaagde] hoeft de dwangsom uiteraard niet te betalen als de auto al is ingeleverd.

De eventuele innamekosten worden toegewezen
2.5.
[gedaagde] moet de eventuele kosten voor de inname van de auto vergoeden. In artikel 44 van de algemene voorwaarden staat namelijk dat de gebruiker ( [gedaagde] ) bij tussentijdse beëindiging van de overeenkomst de auto moet afleveren bij Hiltermann. Als deze bepaling niet wordt nagekomen, is Hiltermann bevoegd om op kosten van de gebruiker de auto zelf in te nemen. De kosten daarvan, ter hoogte van € 1.040,60, worden daarom toegewezen.

De kosten voor een eventuele aangifte worden toegewezen
2.6.
Hiltermann eist dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 217,80 indien Hiltermann tot aangifte bij de politie moet overgaan. Deze eis wordt toegewezen, omdat deze kosten niet zijn betwist door [gedaagde] .

[gedaagde] is de achterstallige leasetermijnen en een schadevergoeding aan Hiltermann verschuldigd
2.7.
Hiltermann eist betaling van € 37.959,51 aan hoofdsom. Deze hoofdsom bestaat uit

€ 3.827,04 (7 maanden x € 546,72) aan achterstallige leasetermijnen tot en met december 2024 en € 34.132,47 aan schadevergoeding omdat de overeenkomst voortijdig is beëindigd. [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van dit bedrag niet betwist. Dit bedrag is daarom in beginsel toewijsbaar.
2.8.
Hiltermann heeft in de dagvaarding aangegeven dat [gedaagde] voorafgaand aan deze procedure een bedrag van € 2.605,72 aan haar heeft betaald. Als iemand afbetaalt op een schuld dan wordt dit eerst in mindering gebracht op de kosten, vervolgens op de rente en daarna op de hoofdsom (artikel 6:44 BW). Daarom wordt hierna eerst beoordeeld of [gedaagde] een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en/of rente aan Hiltermann verschuldigd was. Daarna kan worden vastgesteld hoe hoog de hoofdsom nog is.

[gedaagde] moet nog € 37.959,51 aan hoofdsom, € 1.034,73 aan rente en € 1.190,20 aan buitengerechtelijke incassokosten betalen
2.9.
Hiltermann eist op grond van artikel 53 van de algemene voorwaarden een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten van 10% van de hoofdsom en daarmee een bedrag van € 3.795,95. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] deze incassokosten aan Hiltermann verschuldigd is, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).
2.10.
De contractuele rente van 1,5% per maand wordt toegewezen, omdat Hiltermann genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Berekend tot en met 14 maart 2025 bedraagt de rente € 1.034,73.
2.11.
Zoals hiervoor onder 2.8. al is opgemerkt, heeft [gedaagde] € 2.605,72 aan Hiltermann betaald. Als gevolg hiervan is de vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten (€ 3.795,95) gedeeltelijk betaald. Dat betekent dat er nog € 1.190,20 (€ 3.795,95 -/- € 2.605,72) aan buitengerechtelijke incassokosten openstaat. De gevorderde wettelijke rente over de incassokosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
2.12.
Als Hiltermann de auto verkoopt, strekt de verkoopopbrengst van de auto nog in mindering op de vordering.

De voorlopige voorziening wordt afgewezen
2.12.
Hiltermann vraagt ook een voorlopige voorziening voor de tijd dat deze procedure duurt (artikel 223 Rv). Deze eis wordt afgewezen, omdat in dit vonnis een eindbeslissing wordt gegeven.

Geen betalingsregeling
2.13.
De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet Hiltermann namelijk toestemming geven en dat heeft Hiltermann niet gedaan (artikel 6:29 BW). [gedaagde] kan wel contact opnemen met de gemachtigde van Hiltermann om te vragen of Hiltermann alsnog een betalingsregeling wil afspreken.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.14.
[gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Hiltermann op € 123,73 aan dagvaardingskosten, € 1.461,- aan griffierecht, € 866,- aan salaris voor de gemachtigde

(1 punt x € 866,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 2.594,73. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.15.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Hiltermann dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
<nr>3</nr>De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen de partijen over de Volkswagen Golf met het kenteken [kentekennummer] is ontbonden;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] de auto binnen 72 uur nadat dit vonnis is betekend af te geven aan Hiltermann of aan iemand die door Hiltermann is aangewezen en bepaalt dat als [gedaagde] dit niet doet [gedaagde] aan Hiltermann een dwangsom moet betalen van € 1.000,- per dag met een maximum van € 38.000,-;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan Hiltermann te betalen € 38.994,24 met de contractuele rente van 1,5% per maand over dat bedrag vanaf 15 maart 2025 tot de dag dat volledig is betaald en bepaalt dat als Hiltermann de auto verkoopt, de opbrengst afgaat van het bedrag dat [gedaagde] moet betalen;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan Hiltermann te betalen de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.190,20 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW als dit bedrag nadat dit vonnis is betekend niet wordt betaald binnen de termijn die de deurwaarder noemt;
3.5.
veroordeelt [gedaagde] om aan Hiltermann te betalen een bedrag van € 1.040,60, indien Hiltermann tot inname van de auto moet overgaan;
3.6.
veroordeelt [gedaagde] om aan Hiltermann te betalen het bedrag van € 217,80, indien Hiltermann tot aangifte bij de politie moet overgaan;
3.7.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Hiltermann tot vandaag worden vastgesteld op € 2.594,73 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW als dit bedrag nadat dit vonnis is betekend niet wordt betaald binnen de termijn die de deurwaarder noemt;
3.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.

67789

Artikel delen