Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBROT:2026:9174

WHOA-zaak. Beschikking vaststellen verhoogd budget observator

Rechtbank Rotterdam 28 July 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2026:9174 text/xml public 2026-07-28T10:42:43 2026-07-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-07-13 HO RK 26/308 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Rotterdam Civiel recht; Insolventierecht Faillissementswet 370 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9174 text/html public 2026-07-28T10:40:45 2026-07-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:9174 Rechtbank Rotterdam , 13-07-2026 / HO RK 26/308
WHOA-zaak. Beschikking vaststellen verhoogd budget observator

beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Insolventies – meervoudige kamer

vaststellen verhoogd budget observator

zaak/rekestnummer: [nummer]

uitspraakdatum: 13 juli 2026

beschikking in de besloten akkoordprocedure van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[schuldenares],

statutair gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen: schuldenares,

advocaat: mr. M. Kooiman, kantoorhoudende te Rotterdam.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Schuldenares heeft op 4 juni 2026 een verklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 Fw ter griffie gedeponeerd.
1.2.
In de tussenbeschikking van 10 juni 2026 zijn de bevoegdheid van deze rechtbank en de keuze voor een besloten akkoordprocedure vastgesteld. De rechtbank heeft bij beschikking van 2 juli 2026 mr. J.O. Bijloo aangewezen als observator en hem opgedragen om binnen een week een begroting van de kosten van zijn werkzaamheden en die van eventuele derden die door hem worden geraadpleegd te maken en deze aan de rechtbank toe te zenden. In de beschikking van 2 juli 2026 heeft de rechtbank vooruitlopend op de begroting van de observator een voorlopig budget vastgesteld van € 7.500,00 exclusief BTW. De rechtbank heeft daarbij bepaald dat de kosten ten laste komen van schuldenares en dat zij voor de betaling daarvan zekerheid moet stellen
1.3.
De observator heeft bij brief van 10 juli 2026 de rechtbank een begroting van de kosten van zijn werkzaamheden en de eventueel door hem te raadplegen derden gezonden.
<nr>2</nr>Het verzoek 2.1.
De observator heeft in voormelde brief van 10 juli 2026 de rechtbank verzocht zijn budget te verhogen naar € 25.000,00 exclusief 4% kantooropslag en BTW.
<nr>3</nr>De beoordeling 3.1.
De rechtbank moet op grond van artikel 380 lid 4 Fw juncto artikel 371 lid 10 Fw het bedrag vaststellen dat de werkzaamheden van de observator en van de derden die door hem worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten. Dit bedrag kan nadien worden verhoogd.
3.2.
De observator heeft bij het verzoek vermeld dat de verhoging de goedkeuring van schuldenares heeft. Dit is schriftelijk bevestigd door schuldenares. De rechtbank ziet hierin aanleiding schuldenares niet nader op het verzoek te horen.
3.3.
De voorgestelde werkzaamheden zijn redelijkerwijs noodzakelijk in het kader van de beoogde herstructurering. De kosten die de observator heeft begroot zijn ook in omvang redelijk. De rechtbank zal het verhoogde budget dienovereenkomstig vaststellen.
<nr>4</nr>De beslissing
De rechtbank:

- bepaalt dat het bedrag dat de werkzaamheden van de observator en die van de derden die door hem worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten wordt verhoogd tot

€ 25.000,00 exclusief BTW;

- bepaalt dat voornoemde kosten ten laste van schuldenares komen, en dat schuldenares voor de betaling daarvan ten genoegen van de observator zekerheid moet stellen.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.G.E. Prenger, voorzitter, mr. J.C.A.T. Frima en

mr. P.J. Neijt, rechters, en in aanwezigheid van mr. S. Verberne-van Ree, griffier, in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2026.

Artikel delen