Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBROT:2026:9352

Veroordeling voor medeplegen voorbereidingshandelingen harddrugs en aanwezig hebben amfetamine en MDMA in woning. Procesafspraken. Taakstraf van 240 uur.

Rechtbank Rotterdam 30 July 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2026:9352 text/xml public 2026-07-30T12:37:26 2026-07-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-13 10-115118-24 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Rotterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9352 text/html public 2026-07-30T12:34:02 2026-07-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:9352 Rechtbank Rotterdam , 13-04-2026 / 10-115118-24
Veroordeling voor medeplegen voorbereidingshandelingen harddrugs en aanwezig hebben amfetamine en MDMA in woning. Procesafspraken. Taakstraf van 240 uur.

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-115118-24

Datum uitspraak: 13 april 2026

Datum zitting: 13 april 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op 11 mei 1989 in [geboorteplaats],

ingeschreven op het adres [adres], [postcode] [plaatsnaam].

Advocaat van de verdachte: mr. M. Versteege

Officier van justitie: mr. W.L. van Prooijen
<nr>1</nr>Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij zich - samengevat – schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet en dat zij samen met een of meer anderen amfetamine en MDMA aanwezig heeft gehad.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

1

zij, op of omstreeks 31 augustus 2023 te [adres delict] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten

- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,

- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of

- het opzettelijk vervaardigen

van amfetamine en/of MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine), in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet

- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,

- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan zij, verdachte en/of haar mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,

door

- een tabletteermachine, en/of

- jerrycans en/of (metalen) emmers met vloeistof(fen) (methanol en/of zwavelzuur), en/of

- een of meerdere vacuummachine(s), en/of

- een of meer grammenweger(s), en/of

- een (grote) hoeveelheid (lege) gripzakjes, en/of

- productiemachines

voorhanden heeft gehad;

2

zij, op of omstreeks 31 augustus 2023 te [adres delict] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad,

- ongeveer 332,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of

- ongeveer 23,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine), zijnde amfetamine en/of MDMA

(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
<nr>2</nr>Procesafspraken
Het Openbaar Ministerie en de verdachte, bijgestaan door haar toenmalige raadsvrouw, hebben procesafspraken gemaakt over de afdoening van de strafzaak. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de (totstandkoming van de) procesafspraken. De procesafspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst die door de verdachte, haar raadsvrouw en de officier van justitie is ondertekend. Voorafgaand aan de zitting heeft de officier van justitie de overeenkomst aan de rechtbank verstrekt.

De procesafspraken houden in dat de verdachte geen onderzoekswensen indient, geen bewijsverweren voert, geen (nadere) verklaring hoeft af te leggen en zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken. Verder houden de procesafspraken in dat de officier van justitie ter terechtzitting zal rekwireren tot een bewezenverklaring en kwalificatie overeenkomstig de feiten zoals dat in de overeenkomst is opgenomen en de volgende straffen zal vorderen: een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van 2 jaar, met daaraan gekoppelde bijzondere voorwaarden, en een taakstraf van 240 uur subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van voorarrest. Ook zien beide partijen af van het instellen van hoger beroep indien de strafoplegging door de rechtbank conform de procesafspraken plaatsvindt.
<nr>3</nr>Bewijs 3.1.
Vordering van de officier van justitie en standpunt van de verdediging

De officier van justitie heeft overeenkomstig de procesafspraken gevorderd dat het ten laste gelegde bewezen wordt verklaard.

De verdediging heeft overeenkomstig de procesafspraken geen bewijsverweren gevoerd.
3.2.
Oordeel van de rechtbank
3.2.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Nu de verdediging geen bewijsverweren heeft gevoerd en de rechtbank het ten laste gelegde op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen acht, zullen de feiten zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

Bewezen is dat de verdachte:

Feit 1

op 31 augustus 2023 te [adres delict]

tezamen en in vereniging met een of meer anderen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen,

te weten

- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,

- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of

- het opzettelijk vervaardigen

van amfetamine en/of MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine), in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet

- zich en een ander gelegenheid en middelen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan zij, verdachte en/of haar mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,

- een tabletteermachine, en

- jerrycans en (metalen) emmers met vloeistof(fen) (methanol en zwavelzuur), en

- een of meerdere vacuummachine(s), en

- een of meer grammenweger(s), en

- een (grote) hoeveelheid (lege) gripzakjes, en

- productiemachines

voorhanden heeft gehad;

Feit 2

op 31 augustus 2023 te [adres delict] tezamen en in vereniging met een of meer anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad

- ongeveer 332,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en

- ongeveer 23,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine),

zijnde amfetamine en/of MDMA, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
<nr>4</nr>Kwalificatie en strafbaarheid 4.1.
Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, door

- zich of een ander gelegenheid en middelen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen, en

- voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan zij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit

Feit 2

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod
4.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
<nr>5</nr>Straf 5.1.
Procesafspraken

De rechtbank heeft tijdens de zitting met de verdachte de procesafspraken besproken die zij en haar raadsvrouw met de officier van justitie zijn overeengekomen. Daarbij zijn de vrijwilligheid van de procesafspraken, de bewustheid van de verdachte ten aanzien van de (inhoud van de) procesafspraken en de (mogelijke) gevolgen van de procesafspraken aan de orde gesteld. De rechtbank is geen partij bij de procesafspraken en is niet gehouden tot naleving daarvan.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte weloverwogen en vrijwillig ingestemd met de procesafspraken en is zij zich bewust van de inhoud van de gemaakte afspraken, de procedure en de (mogelijke) gevolgen daarvan. Ook overigens is sprake van een eerlijk proces en voldaan aan de eisen die artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) stelt.
5.2.
Eis van de officier van justitie en standpunt van de verdediging

De officier van justitie heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 240 uur subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van voorarrest. Ter zitting heeft de officier van justitie in afwijking van de gemaakte procesafspraken niet de oplegging van bijzondere voorwaarden gevorderd, nu dit door de reclassering niet noodzakelijk wordt geacht.

De verdediging heeft naar voren gebracht dat de gemaakte procesafspraken recht doen aan de situatie en heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken geen strafmaatverweren gevoerd, met dien verstande dat wordt verzocht om geen bijzondere voorwaarden op te leggen.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
5.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor het bewerken, verwerken en vervaardigen van harddrugs, door onder andere een tabletteermachine, jerrycans, emmers met methanol en zwavelzuur, een vacuümmachine, een grammenweger en gripzakjes in haar woning voorhanden te hebben. Ook heeft zij samen met een of meer anderen een hoeveelheid amfetamine en MDMA in haar woning aanwezig gehad. De verdachte heeft door haar handelen bijgedragen aan het in stand houden en verder uitbreiden van het drugsgebruik en van de illegale drugshandel en van de daarmee gepaard gaande maatschappelijke problemen.
5.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 24 februari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten.

Rapport van de reclassering

In het rapport van GGZ Fivoor van 31 maart 2026 staat het volgende.

De verdachte is gediagnosticeerd met Attention Deficit Disorder (ADD) en zij heeft een progressieve spierziekte. Dit maakt dat zij dagelijks verschillende soorten (slaap)medicatie inneemt. Daarnaast is circa twee jaar vóór de tenlastegelegde feiten haar moeder onverwachts overleden. De verdachte heeft altijd bij haar moeder ingewoond en na haar overlijden is de verdachte zelfstandig in de huurwoning blijven wonen. Naar inschatting van de reclassering is de verdachte door voornoemde problematiek en levensgebeurtenissen ten tijde van onderhavige verdenking kwetsbaar geweest en in het verlengde hiervan

onvoldoende weerbaar én zelfredzaam. Mogelijk dat het (onverwachtse) zelfstandig wonen de verdachte heeft overvraagd en een negatief sociaal netwerk bij haar in beeld is gekomen. De reclassering ziet derhalve in het negatieve sociaal netwerk ten tijde van onderhavige verdenking en haar psychosociaal functioneren direct delictgerelateerde factoren. Op

basis van huidig onderzoek komen er geen aanwijzingen van verslavingsproblematiek naar voren. De verdachte is naar aanleiding van onderhavige verdenking naar een andere woonplaats verhuisd en zij beschikt over stabiele huisvesting. De verdachte ontvangt daarnaast een bijstandsuitkering en schuldenproblematiek ontbreekt. Er zijn geen aanwijzingen voor een huidig negatief sociaal netwerk. De verdachte beschikt thans over een steunend én controlerend sociaal netwerk, hetgeen als mogelijke beschermende factor wordt beschouwd. Daarnaast ontbreekt volgens de reclassering een pro-criminele houding. Tot slot heeft de verdachte de afgelopen jaren met behulp van ambulante begeleiding en thuiszorg vanuit Actief Zorg aan haar weerbaarheid en zelfredzaamheid gewerkt. Hoewel de ambulante begeleiding inmiddels positief is beëindigd, blijft de Thuiszorg betrokken. De verdachte heeft probleem- en zelfinzicht, omdat zij zich nu bewust is van haar kwetsbaarheid en mede hierdoor de kans op negatieve beïnvloeding vanuit een negatief sociaal netwerk wordt verkleind. De verdachte heeft zich na onderhavige verdenking ontvankelijk opgesteld voor hulpverlening in een vrijwillig kader, waarbij aan het bevorderen van haar zelfredzaamheid en het verkrijgen van (in)zicht in haar sociaal netwerk is gewerkt. Volgens de reclassering is er op basis van huidig onderzoek sprake van een laag recidiverisico. De verdachte wordt - ondanks haar progressieve spierziekte - in staat geacht een (passende) taakstraf uit te voeren, hetgeen eveneens een positieve bijdrage aan haar dagstructuur kan brengen. Bij een veroordeling wordt een straf zonder bijzondere voorwaarden geadviseerd. Interventies of toezicht wordt niet nodig geacht.

De reclassering ziet zwaarwegende belangen tegen het opleggen van een gevangenisstraf anders dan in het algemeen voor iedereen geldend is, omdat de verdachte een spierziekte heeft en benodigde zorgverlening hiervoor thuis aanwezig is.
5.3.3.
Oplegging straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is een taakstraf passend. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank ook rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een taakstraf van 240 uur opgelegd. Anders dan door de officier van justitie conform de overeengekomen procesafspraken is gevorderd, ziet de rechtbank geen aanleiding om daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de reclassering het risico van herhaling inschat als laag. Ook acht de reclassering toezicht of bijzondere voorwaarden niet noodzakelijk. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de ouderdom van de feiten en de straf die aan de hoofdverdachte is opgelegd.
<nr>6</nr>Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet.
<nr>7</nr>Beslissingen
De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat 238 (tweehonderdachtendertig) uur taakstraf moet worden verricht;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 119 dagen.
<nr>8</nr>Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:

mr. L. Feraaune, voorzitter,

en mrs. J. van de Klashorst en E. Kranendonk, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Nagtegaal, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 13 april 2026.

Artikel delen