Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling.
Rechtbank Rotterdam 5 August 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:9413
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-08-2026
Datum publicatie
05-08-2026
Zaaknummer
C/10/720382 / JE RK 26-1021
Rechtsgebied
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
ECLI:NL:RBROT:2026:9413text/xmlpublic2026-08-05T16:29:392026-08-01Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Rotterdam2026-06-29C/10/720382 / JE RK 26-1021UitspraakBeschikkingNLRotterdamCiviel rechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9413text/htmlpublic2026-08-05T16:27:592026-08-05Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBROT:2026:9413 Rechtbank Rotterdam , 29-06-2026 / C/10/720382 / JE RK 26-1021 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling.
RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/720382 / JE RK 26-1021
Datum uitspraak: 29 juni 2026 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam - Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de Raad, over
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedatum 2] 2011 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] ,
[minderjarige 3]
,
geboren op [geboortedatum 3] 2013 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 3] ,
[minderjarige 4]
,
geboren op [geboortedatum 4] 2015 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 4] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] . De kinderrechter merkt als informanten aan:
[naam vader]
,
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] , de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI. 1Het verloop van de procedure1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen van 27 mei 2026, ingekomen op diezelfde datum. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] . 1.3. Aangezien de moeder en de vader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, maar wel de Somalische taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van F.M. Warsame, tolk in de Somalische taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers. 1.4. De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] naar hun mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] . 2.2.
[voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] wonen bij hun moeder. 3Het verzoek van de Raad3.1. De Raad verzoekt [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. De Raad handhaaft het verzoek ter zitting. De Raad schetst een liefdevolle moeder, die het beste met de kinderen voor heeft, veel voor hen regelt en voor een groot deel alle ballen in de lucht houdt. Over haar betrokkenheid en de band met de kinderen maakt de Raad zich geen zorgen. De kinderen hebben echter een belast verleden met de vader en zijn opgegroeid in een turbulente relatie tussen de ouders, met veel geweld. Bij alle kinderen zijn traumaklachten gezien, ieder op een eigen manier, waarbij de zorgen om [voornaam minderjarige 3] het grootst zijn. Daarnaast hebben de kinderen de vader al ongeveer 4,5 jaar niet gezien. Zij zijn nieuwsgierig naar hem, maar ook bang. Er is hulp nodig voor alle kinderen en voor de moeder. Ook zal de GI moeten onderzoeken of en hoe contactherstel met de vader mogelijk is, waarbij het ene kind daar eerder aan toe kan zijn dan het andere. Ten aanzien van de duur van de ondertoezichtstelling dient rekening gehouden te worden met lange wachttijden in de hulpverlening. 4De standpunten4.1. De moeder heeft ter zitting het volgende naar voren gebracht. Er is voldoende hulpverlening voor [voornaam minderjarige 3] . [voornaam minderjarige 3] heeft een intensief net aan hulpverlening om zich heen, waar later ook de andere twee kinderen bij zijn betrokken. De moeder heeft de hulpverlening van ASVZ voor [voornaam minderjarige 3] stopgezet vanwege lange wachttijden, problemen rond de financiering en een misgelopen afspraak vanwege een verkeerd gecommuniceerd adres. 5De informatie van de vader en de GI5.1. De vader heeft ter zitting het volgende naar voren gebracht. De vader wenst dat zijn kinderen een goed leven en een goede toekomst hebben in Nederland. De vader vindt het erg dat de kinderen al langere tijd geen contact met hem hebben. Het is de vader onduidelijk of hij contact mag hebben met de kinderen. Indien een ondertoezichtstelling wordt verleend, zou de vader graag zien dat ook aandacht komt voor het vinden van geschikte huisvesting voor het gezin van de moeder, zodat alle kinderen een eigen kamer krijgen. 5.2. De GI onderstreept ter zitting op basis van het Raadsrapport de zorgen. Binnen de GI wordt echter op dit moment vanwege onderbezetting gewerkt met triagering. Er is een lijst met kinderen en gezinnen die hulp moeten krijgen, waardoor deze zaak op een wachtlijst kan komen. Er zal kritisch moeten worden gekeken of een ondertoezichtstelling nodig is. Er is veel hulpverlening betrokken bij het gezin. 6De beoordeling6.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 6.2. Uit de stukken en wat op de zitting is besproken, blijkt dat de ontwikkeling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] ernstig wordt bedreigd. Zij hebben een belast verleden met de vader meegemaakt en zijn getuige geweest van een turbulente relatie tussen de ouders, waarin veel geweld is geweest. De Raad heeft bij alle vier de kinderen traumaklachten gezien, ieder kind met eigen klachten en manieren om daarmee om te gaan. De zorgen zijn in het bijzonder groot over [voornaam minderjarige 3] . 6.3. Daarnaast is het contact met de vader al ongeveer 4,5 jaar verbroken. De kinderen zijn tegelijk nieuwsgierig naar hem en bang voor hem. Die combinatie van nieuwsgierigheid en angst, in combinatie met het verleden en de lange periode zonder contact, maakt dat er sprake is van onduidelijkheid en spanning bij de kinderen. De moeder draagt de zorg voor de kinderen grotendeels alleen en wordt volgens de Raad overbelast. 6.4. De kinderrechter is van oordeel dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging niet of onvoldoende kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Er is al veel hulp ingezet, met name rondom [voornaam minderjarige 3] . Tegelijkertijd blijkt dat trajecten moeizaam verlopen, bijvoorbeeld bij ASVZ, en dat moeder, ondanks haar inzet, er niet in slaagt om de situatie duurzaam te stabiliseren en de lasten alleen te dragen. De combinatie van de traumaklachten, de onduidelijkheid over mogelijk contact met de vader, de langdurige spanningen in het gezin en de overbelasting van de moeder maakt dat vrijwillige hulp hier niet voldoende is. 6.5. Een ondertoezichtstelling is nodig om de regie te borgen, de noodzakelijke hulp voor de kinderen en de moeder tijdig en op elkaar afgestemd in te zetten, en om zorgvuldig te onderzoeken of en hoe contactherstel met de vader mogelijk en verantwoord is, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillen tussen de kinderen. Dat dit vanwege de wachttijden mogelijk niet direct door een vaste jeugdbeschermer kan worden opgepakt, is onwenselijk, maar geen reden om de maatregel achterwege te laten. 6.6. De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] onder toezicht voor de duur van een jaar. 6.7. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 7De beslissing De kinderrechter: 7.1. stelt [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 29 juni 2026 tot 29 juni 2027; 7.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2026 door mr. C.N. Melkert, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 8 juli 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:255 BW.