Beschikking van de meervoudige kamer over een ondertoezichtstelling en (verlenging) machtiging tot uithuisplaatsing na voorlopige ondertoezichtstelling en (spoed)uithuisplaatsing baby met letsel.
Rechtbank Rotterdam 6 August 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:9415
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-08-2026
Datum publicatie
06-08-2026
Zaaknummer
C/10/721363 / JE RK 26-1169
Rechtsgebied
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
ECLI:NL:RBROT:2026:9415text/xmlpublic2026-08-06T13:29:332026-08-01Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Rotterdam2026-07-01C/10/721363 / JE RK 26-1169UitspraakBeschikkingNLRotterdamCiviel rechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9415text/htmlpublic2026-08-06T13:28:302026-08-06Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBROT:2026:9415 Rechtbank Rotterdam , 01-07-2026 / C/10/721363 / JE RK 26-1169 Beschikking van de meervoudige kamer over een ondertoezichtstelling en (verlenging) machtiging tot uithuisplaatsing na voorlopige ondertoezichtstelling en (spoed)uithuisplaatsing baby met letsel.
RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/721363 / JE RK 26-1169
Datum uitspraak: 1 juli 2026 Beschikking van de meervoudige kamer over een ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen de Raad, gevestigd in Rotterdam, over
[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum 2] 2026 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] . De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] en [naam vader],
hierna te noemen: de moeder en de vader,
gezamenlijk te noemen: de ouders,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. J. van Egmond, kantoorhoudende in Rotterdam, de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd in Rotterdam. 1Het verloop van de procedure1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 11 juni 2026, ontvangen op diezelfde datum. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 juli 2026. Daarbij waren aanwezig: de moeder; de vader; de advocaat van de ouders, mr. A.F.M. den Hollander (waarnemend voor mr. J. van Egmond); een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ; twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon B] en [persoon C] . 1.3. Aangezien de ouders de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, maar wel de Poolse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van [persoon D] , tolk in de Poolse taal. 2De feiten2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . 2.2.
[voornaam minderjarige 1] verblijft bij UBI Zorg. [voornaam minderjarige 2] verblijft in een pleeggezin. 2.3. De kinderrechter heeft bij beschikking van 17 april 2026 de GI belast met de voorlopige voogdij (vovo) over [voornaam minderjarige 2] en elke andere beslissing aangehouden. De kinderrechter heeft de vovo op 21 april 2026 herroepen. 2.4. De kinderrechter heeft bij beschikking van 17 april 2026 [voornaam minderjarige 1] voorlopig onder toezicht gesteld tot 17 juli 2026. Ook is bij die beschikking een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg verleend voor de duur van vier weken, te weten tot 15 mei 2026. Het overig verzochte is aangehouden. 2.5. De kinderrechter heeft bij afzonderlijke beschikking van 17 april 2026 vervangende toestemming verleend voor de medische behandeling van [voornaam minderjarige 1] , inhoudende een top-tot-teen onderzoek door een kinderarts en een forensisch arts. 2.6. De kinderrechter heeft bij beschikking van 21 april 2026 [voornaam minderjarige 2] voorlopig onder toezicht gesteld met ingang van 21 april 2026 tot 21 juli 2026. Ook is bij die beschikking een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] in het ziekenhuis verleend van 21 april 2026 tot 19 mei 2026. De kinderrechter heeft bij diezelfde beschikking een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend, met ingang van 21 april 2026 tot 17 juli 2026. 2.7. De kinderrechter heeft bij beschikking van 13 mei 2026 de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 9 juni 2026. Het overig verzochte is aangehouden. 2.8. De kinderrechter heeft bij beschikking van 3 juni 2026 de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 21 juli 2026. 3Het verzoek3.1. De Raad verzoekt [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Daarnaast verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder en een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] in een accommodatie van een zorgaanbieder (ziekenhuis), direct gevolgd door een plaatsing in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van negen maanden.
De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. De Raad handhaaft het verzoek en licht het als volgt toe. Er moet nog veel worden uitgezocht. Dat kan niet aan de ouders worden overgelaten. Het is daarom belangrijk dat de GI in het kader van een ondertoezichtstelling de regie neemt.
[voornaam minderjarige 2] heeft thuis zeer ernstig letsel opgelopen. Het is nog maar de vraag in hoeverre zij daarvan kan herstellen. Ook over [voornaam minderjarige 1] zijn er grote zorgen. Hij vertoont heel zorgelijk gedrag en het is nog onvoldoende duidelijk wat er met hem aan de hand is. Vermoed wordt dat sprake is van autisme. Ook door UBI Zorg, waar [voornaam minderjarige 1] nu verblijft, zijn er zorgen geuit zowel over zijn gedrag maar ook over de opvoedsituatie. [voornaam minderjarige 1] kwam daar binnen met een ernstig verwaarloosd gebit en een korstige laag op zijn hoofdhuid. De ouders geven aan dat zij eerder al aan de bel hebben getrokken vanwege zorgen over [voornaam minderjarige 1] . Kennelijk is er in het voortraject weinig gebeurd, wellicht vanwege wachtlijsten.
Het strafrechtelijk onderzoek naar de toedracht van het letsel van [voornaam minderjarige 2] loopt nog. Mogelijk heeft [voornaam minderjarige 1] een aandeel in het ontstaan van het letsel bij [voornaam minderjarige 2] . In ieder geval geldt dat het letsel is ontstaan onder verantwoordelijkheid van de ouders. Er is nog geen zicht op de pedagogische (on)mogelijkheden van de ouders.
De ouders willen dat [voornaam minderjarige 2] weer thuis komt wonen. De Raad onderkent dat het belangrijk is dat kinderen zo veel mogelijk opgroeien in hun eigen omgeving. Echter, nu er nog veel onduidelijkheid is over het ontstaan van het letsel van [voornaam minderjarige 2] , het gedrag van [voornaam minderjarige 1] en de mogelijkheden van de ouders prevaleert de veiligheid van de kinderen boven een thuisplaatsing bij de ouders. Het is belangrijk dat [voornaam minderjarige 2] kan blijven op de plek waar zij nu is. Zij heeft voor haar herstel veel rust en stabiliteit nodig. Dat krijgt zij in het pleeggezin. Ook voor [voornaam minderjarige 1] is het belangrijk dat hij bij UBI Zorg kan blijven. 4De standpunten Het standpunt van de GI 4.1. De GI brengt ter zitting het volgende naar voren. De zorgen over [voornaam minderjarige 1] en de opvoedsituatie spelen al langer. Eerder was het wijkteam betrokken en waren er al zorgen over een niet opgeruimde woning en problemen met het gebit van [voornaam minderjarige 1] . Het wijkteam heeft bij de GI aangegeven dat meerdere afspraken bij de tandarts zijn gemaakt voor [voornaam minderjarige 1] , maar dat die afspraken steeds werden afgezegd door de moeder.
De politie heeft contact gehad met de Centrale Autoriteit in Polen. Naar aanleiding van dat contact kon de politie melden dat er zorgen zijn over de moeder en de uithuisplaatsing van haar oudere kinderen in Polen. Meer kon de politie daarover nog niet delen.
[voornaam minderjarige 2] is onlangs opnieuw opgenomen in het ziekenhuis omdat het slechter met haar ging. Daar werd gezien dat [voornaam minderjarige 2] gebaat is bij zoveel mogelijk rust, reinheid en regelmaat. De begeleide omgang van vier keer per week in combinatie met alle afspraken met medische specialisten zoals de fysiotherapeut, waren te veel voor [voornaam minderjarige 2] . Inmiddels verblijft [voornaam minderjarige 2] weer bij de pleegmoeder. Het gaat nog steeds niet goed met [voornaam minderjarige 2] . Er zit vocht in haar hersenen en er zijn problemen met de bloedtoevoer. Haar medicatie is verhoogd naar vier keer per dag. De omgang met ouders is verminderd ten behoeve van de rust van [voornaam minderjarige 2] .
[voornaam minderjarige 1] verblijft bij UBI Zorg in Bergen op Zoom. Hij krijgt daar een-op-een begeleiding. UBI Zorg geeft aan dat [voornaam minderjarige 1] heel zorgelijk gedrag laat zien. De GI heeft een anonieme intake gehad bij De Hondsberg, waar verblijf, onderwijs en behandeling kan worden geboden aan [voornaam minderjarige 1] . Hij zou daar terecht kunnen. De ouders hebben tot op heden niet willen tekenen voor aanmelding van [voornaam minderjarige 1] bij De Hondsberg. Het standpunt van de ouders 4.2. De ouders hebben geen bezwaar tegen een ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Ook kunnen de ouders akkoord gaan met een (langere) een uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] , aangezien hij specialistische hulp nodig heeft. Wel merkt de vader op dat tijdens de vorige zitting was beloofd dat behandeling voor [voornaam minderjarige 1] zou worden ingezet, maar dat is nog niet gebeurd. De vader ziet dat [voornaam minderjarige 1] bij UBI Zorg vooral wordt afgezonderd van andere kinderen en slecht te eten krijgt. De ouders hebben eerder al om hulp gevraagd voor [voornaam minderjarige 1] , maar er is kennelijk sprake van wachtlijsten. Door de GI wordt nu voorgesteld om [voornaam minderjarige 1] bij De Hondsberg in Tilburg te plaatsen. De ouders twijfelen of dat de beste plek is voor [voornaam minderjarige 1] . Ten aanzien van het verzoek om [voornaam minderjarige 2] (nog langer) uit huis te plaatsen wordt namens en door de ouders verweer gevoerd. In het belang van de ontwikkeling van [voornaam minderjarige 2] , en met name de hechting, is het belangrijk dat de ouders tijd met haar kunnen doorbrengen. De ouders kunnen [voornaam minderjarige 2] nu alleen zien wanneer zij een afspraak heeft in het ziekenhuis. Dat is veel te weinig. De Raad en de GI hebben zorgen over de pedagogische kwaliteiten van de ouders. Dan is het van belang dat de ouders wel de kans krijgen om te laten zien wat zij kunnen. Het liefst willen de ouders de zorg voor [voornaam minderjarige 2] weer op zich nemen en zij zijn bereid alle hulp en begeleiding te aanvaarden die daarbij nodig wordt gevonden. De ouders maken zich zorgen over de plaatsing van [voornaam minderjarige 2] bij de pleegmoeder. Volgens de ouders volgt de pleegmoeder de adviezen van de artsen niet op.
Vandaag heeft de moeder van de neuroloog begrepen dat het veel beter gaat met [voornaam minderjarige 2] . Wel is de groei van haar hoofdje nog niet hoe het hoort. Ook zit er nog veel vocht in de hersenen. De artsen kunnen nog niet vaststellen of het letsel van buitenaf komt of dat het een genetische oorzaak heeft. Het strafrechtelijk onderzoek loopt nog. Verwacht wordt dat er over twee tot drie maanden meer duidelijkheid is. De vader geeft aan dat alle beschuldigingen richting de ouders zouden worden ingetrokken. Primair wordt verzocht het verzoek met betrekking tot de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] af te wijzen. Subsidiair wordt verzocht de machtiging te verlenen voor twee tot drie maanden en het overige aan te houden. 5De beoordeling5.1. De rechtbank is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de rechtbank van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De rechtbank legt hieronder uit waarom. 5.2. De ontwikkeling [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wordt ernstig bedreigd. [voornaam minderjarige 2] is in april 2026, toen zij slechts twee dagen oud was, met zeer ernstig letsel opgenomen in het ziekenhuis. Onduidelijk is nog hoe het letsel is ontstaan. Het Openbaar Ministerie heeft eerder laten weten dat veel erop wijst dat [voornaam minderjarige 1] het letsel bij [voornaam minderjarige 2] heeft veroorzaakt. Onduidelijk is hoe het Openbaar Ministerie tot deze voorlopige conclusie is gekomen. Vaststaat wel dat het letsel van [voornaam minderjarige 2] is ontstaan in de thuissituatie en dus onder verantwoordelijkheid van de ouders. 5.3. Daar komt bij dat er op dit moment nog veel onduidelijkheid is over de medische situatie van [voornaam minderjarige 2] . Begin juni 2026 is zij opnieuw opgenomen geweest in het ziekenhuis. Volgens de moeder heeft de neuroloog haar verteld dat het veel beter gaat met [voornaam minderjarige 2] , terwijl de Raad en de GI aangeven dat het nog niet goed gaat met [voornaam minderjarige 2] . Zo zou de groei van haar hoofdje achterblijven en zou er nog vocht in haar hersenen zitten. Dit is voor de rechtbank lastig te duiden, nu er door zowel de ouders als de Raad en de GI geen stukken over de medische situatie van [voornaam minderjarige 2] zijn overgelegd. 5.4. Ook over [voornaam minderjarige 1] zijn er grote zorgen. Hij praat niet en gaat niet naar school. Ook laat hij gedragsproblematiek zijn. Mogelijk is sprake van autisme, maar een diagnose ontbreekt nog. Het is van belang dat diagnostiek zo snel mogelijk gaat plaatsvinden, zodat duidelijk wordt wat speelt bij [voornaam minderjarige 1] en wat hij nodig heeft om zich te kunnen ontwikkelen. 5.5. Er is op dit moment eveneens nog onvoldoende zicht op het vermogen van de ouders om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] zelfstandig en duurzaam te dragen. Belangrijk is dat er meer zicht komt op de opvoedcapaciteiten van de ouders en de toedracht van het ontstane letsel, zodat een inschatting kan worden gemaakt van de veiligheidsrisico’s voor [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Dit zal eerst duidelijk moeten zijn voordat gesproken kan worden of en op welke wijze toegewerkt zou kunnen worden naar een (eventuele) thuisplaatsing. Hierbij speelt ook de extra zorgbehoefte die [voornaam minderjarige 2] op dit moment heeft. Informatie over de opvoedsituatie van de kinderen van de moeder in Polen kan daarbij van belang zijn. Die informatie ontbreekt echter eveneens. 5.6. Gelet op de aard en ernst van de zorgen over de medische situatie van [voornaam minderjarige 2] , de gedragsproblematiek van [voornaam minderjarige 1] , het lopende strafrechtelijk onderzoek en de noodzaak van regie over plaatsing, omgang en diagnostiek zijn een ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] noodzakelijk. Vanwege alle onduidelijkheid die er nog steeds is, ziet de rechtbank wel aanleiding om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor een kortere duur dan is verzocht, te weten met vijf maanden. De beslissing op het overig verzochte wordt aangehouden. 5.7. De rechtbank verzoekt de ouders, Raad en de GI om de rechtbank en de belanghebbenden twee weken voor de hierna te noemen pro forma datum schriftelijk te informeren over de actuele stand van zaken en relevante ontwikkelingen. In de rapportage dient ten minste het volgende te worden opgenomen: medische informatie over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige 2] ; medische informatie en diagnostische informatie van [voornaam minderjarige 1] ; stand van zaken met betrekking tot de strafzaak; informatie over de omgang tussen de ouders en [voornaam minderjarige 2] : hoe verloopt de omgang kan de omgang tussen de ouders en [voornaam minderjarige 2] vaker plaatsvinden en zo ja, op welke manier; zo nee, waarom niet; informatie over de kinderen van de moeder in Polen. 5.8. De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6De beslissing De rechtbank: 6.1. stelt [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 1 juli 2026 tot 1 juli 2027; 6.2. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 17 december 2026; 6.3. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg tot 17 december 2026; 6.4. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 6.5. houdt de behandeling van het verzoek ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing voor het overige aan tot 1 november 2026 pro forma; 6.6. verzoekt de Raad en de GI de verzochte rapportage twee weken voor de genoemde pro forma datum aan de rechtbank te doen toekomen, met afschrift aan de ouders en hun advocaat. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026 door mr. M.P.G. Rietbergen, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. M.A. van der Laan-Kuijt en mr. D.G.J. Roset, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. M.M.C. van der Knaap als griffier, en op schrift gesteld op 15 juli 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:255 BW. Artikel 1:265b, eerste lid, BW.