Beschikking van de meervoudige kamer over een (afwijzing) machtiging tot uithuisplaatsing. Het is van groot belang dat er eerst een concreet plan wordt gemaakt door de GI, bijvoorbeeld door middel van een Eigen Kracht-conferentie.
Rechtbank Rotterdam 6 August 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:9426
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-08-2026
Datum publicatie
06-08-2026
Zaaknummer
C/10/705469 / JE RK 25-1736
Rechtsgebied
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
ECLI:NL:RBROT:2026:9426text/xmlpublic2026-08-06T13:40:402026-08-01Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Rotterdam2026-07-01C/10/705469 / JE RK 25-1736UitspraakBeschikkingNLRotterdamCiviel rechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9426text/htmlpublic2026-08-06T13:39:462026-08-06Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBROT:2026:9426 Rechtbank Rotterdam , 01-07-2026 / C/10/705469 / JE RK 25-1736 Beschikking van de meervoudige kamer over een (afwijzing) machtiging tot uithuisplaatsing. Het is van groot belang dat er eerst een concreet plan wordt gemaakt door de GI, bijvoorbeeld door middel van een Eigen Kracht-conferentie.
RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/705469 / JE RK 25-1736
Datum uitspraak: 1 juli 2026 Beschikking van de meervoudige kamer over een (afwijzing) machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
gevestigd in Amsterdam,
hierna te noemen: de GI, over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [voornaam minderjarige] . De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
[naam vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. N.S. van der Vliet, kantoorhoudende in Rotterdam. 1Het verdere verloop van de procedure1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 30 oktober 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken; de briefrapportage van de GI van 27 maart 2026, ontvangen op diezelfde datum; het proces-verbaal van de zitting van 22 april 2026; de briefrapportage met bijlagen van de GI van 24 juni 2026, ontvangen op diezelfde datum. 1.2. Op 1 juli 2026 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] . 2De feiten2.1. De vader is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij de vader. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 oktober 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 9 november 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter het verzoek van de GI met betrekking tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing aangehouden tot 1 april 2026 pro forma. 2.4. Ter zitting van 22 april 2026 heeft de kinderrechter in deze rechtbank het verzoek van de GI met betrekking tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing opnieuw aangehouden en verwezen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank. 3Het aangehouden verzoek3.1. De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een pleeggezin te verlenen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht het als volgt toe. De nieuwe jeugdbeschermer is nog maar recent betrokken bij [voornaam minderjarige] . De vader is heel betrokken, maar er blijven serieuze zorgen bestaan over de opvoedsituatie. [voornaam minderjarige] vertoont zelfbepalend gedrag en is verslaafd aan het gamen op zijn tablet. Het lukt de vader niet goed om [voornaam minderjarige] daarin te begrenzen. Duidelijk is dat [voornaam minderjarige] een sterke behoefte heeft aan een opvoeder die duidelijke grenzen stelt. Op school gaat het redelijk goed met [voornaam minderjarige] . Wel geeft school aan dat [voornaam minderjarige] soms storende geluidjes kan maken. Ook ziet school dat [voornaam minderjarige] het lastig vindt om met conflicten om te gaan. ASVZ komt twee keer per week bij de vader thuis voor opvoedondersteuning. Gezien wordt dat de vader moeite heeft om de tips die hij krijgt toe te passen in nieuwe situaties. De verwachting is dat het voor de vader steeds lastiger zal worden om aan te sluiten bij de opvoedbehoeften van [voornaam minderjarige] . Daarom is de GI op zoek naar een plek waar [voornaam minderjarige] eerst een aantal nachten per week kan verblijven en op een later moment (bijna) volledig kan wonen. [voornaam minderjarige] is aangemeld bij William Schrikker Gezinsvormen (WSGV). Daarnaast wil de GI kijken welke mogelijkheden er zijn binnen het netwerk van de vader. [voornaam minderjarige] gaat nu al regelmatig logeren bij tante [naam tante 1] . Eerder is er een screening geweest van tante [naam tante 1] . Die screening had helaas geen positieve uitkomst. De vader heeft aangegeven dat een andere zus, tante [naam tante 2] , mogelijk iets kan betekenen voor [voornaam minderjarige] . Dat moet nog worden uitgezocht. 4Het standpunt van de vader4.1. Door en namens de vader wordt verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI.
Het verzoek is voor het eerst besproken op de zitting in oktober 2025, waarna de behandeling van het verzoek tot twee keer toe is aangehouden door de kinderrechter. In de tussentijd zijn er geen nieuwe zorgen bijgekomen. De zorg zit met name in de begrenzing van [voornaam minderjarige] door de vader. In de verslaglegging door ASVZ wordt genoemd dat er ook zorgen zijn over de emotieregulatie van [voornaam minderjarige] (met name na het verliezen van een spel) en het tandenpoetsen. Tegelijkertijd benoemt ASVZ dat de interactie tussen de vader en [voornaam minderjarige] positief is. De vader begrijpt dat [voornaam minderjarige] andere behoeftes gaat krijgen als hij ouder wordt en dat het lastiger zal worden om daarbij aan te sluiten, zeker gezien het feit dat de vader op leeftijd is. De vader wil daarom op termijn best nadenken over een plaatsing van [voornaam minderjarige] in het netwerk. [voornaam minderjarige] is een leuk en slim ventje. Hij heeft zijn keuze voor een middelbare school al gemaakt; [voornaam minderjarige] wil naar het Thorbecke. Het klopt dat [voornaam minderjarige] op zijn laptop zit zodra hij uit school komt. Ook wanneer [voornaam minderjarige] in de avond naar bed gaat, neemt hij zijn laptop mee. Ook als dat van de vader eigenlijk niet mag. Soms valt [voornaam minderjarige] dan in slaap terwijl zijn laptop nog aan staat.
Niet moet worden vergeten dat [voornaam minderjarige] ingrijpende ervaringen heeft gehad met een moeder die vertrok en dan soms weer voor de deur stond. De vader is de primaire hechtingsfiguur. Een uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] heeft als gevolg dat de vader een andere rol krijgt in het leven van [voornaam minderjarige] . In het kader van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind moet er alles aan worden gedaan om familierelaties te eerbiedigen. Wellicht kan eerst worden gekeken of de opvoedondersteuning vanuit ASVZ kan worden geïntensiveerd, voordat wordt overgaan tot de vergaande maatregel die een uithuisplaatsing is. Daarnaast is een, weliswaar beperkt, netwerk beschikbaar dat de vader kan ontlasten. [voornaam minderjarige] logeert al regelmatig bij tante [naam tante 1] en gaat drie dagen in de week naar de buitenschoolse opvang. Door de GI is nog niet eerder uitgezocht welke rol bijvoorbeeld tante [naam tante 2] kan spelen. Dit betekent dat er nog geen compleet beeld is van de situatie en de verdere mogelijkheden voor [voornaam minderjarige] . De GI stelt al een aantal maanden dat een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is, terwijl er al die tijd geen concreet plan is. Het verzoek van de GI moet daarom worden afgewezen. 5De beoordeling5.1. De rechtbank wijst het verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] af. De rechtbank legt hieronder uit waarom. 5.2. Op 21 augustus 2025 heeft de GI een verzoek ingediend tot een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een pleeggezin te verlenen voor de duur van een jaar. De bedoeling was dat [voornaam minderjarige] eerst naar een weekendpleeggezin zou gaan en dat die plaatsing langzaam zou worden uitgebouwd tot een volledige plaatsing. Dat verzoek is vervolgens besproken op de zitting van 30 oktober 2025. Een concreet plan voor de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] was er ook toen niet en de vader gaf aan graag te willen meedenken over een oplossing. Daarom heeft de kinderrechter het verzoek aangehouden tot 1 april 2025 pro forma en daarbij overwogen dat de GI in de tussenliggende periode onderzoek kan doen naar een geschikt (weekend)pleeggezin en hierover gesprekken kan voeren met de vader. Op de zitting van 22 april 2026 is het verzoek opnieuw besproken, waarna de kinderrechter de zaak, gelet op de complexiteit daarvan, ter behandeling en beslissing heeft verwezen naar de zitting van de meervoudige kamer van deze rechtbank. 5.3. Op de zitting van 1 juli 2026 is gebleken dat de vader heel betrokken en liefdevol is en dat hij zijn uiterste best doet om voor [voornaam minderjarige] te zorgen, maar ook dat [voornaam minderjarige] meer nodig heeft dan dat vader nu kan bieden. [voornaam minderjarige] heeft in zijn nog jonge leven al veel onrust meegemaakt door de wisselvallige aanwezigheid en vervolgens afwezigheid van de moeder. Het is belangrijk dat hij daar met iemand over kan praten. Daarnaast zijn er zorgen over het gedrag van [voornaam minderjarige] . Hij luistert vaak niet goed naar de vader, lijkt een (game)verslaving te hebben en kan heel boos worden als de vader grenzen stelt aan het gebruik van zijn tablet/laptop. Voor vader blijft het lastig – ook met de hulp van ASVZ – om consequent te zijn in het aansturen en begrenzen van [voornaam minderjarige] en de vader lijkt hierin beperkt leerbaar, mede vanwege zijn LVB problematiek. Zoals ook ter zitting is besproken met de vader lijkt [voornaam minderjarige] nu al de vader te overstijgen. De vader is heel trots op [voornaam minderjarige] en hij gunt [voornaam minderjarige] een goede toekomst. 5.4. De rechtbank onderschrijft het standpunt van GI dat er op termijn meer nodig is voor [voornaam minderjarige] en dat naast liefde en betrokkenheid van de vader, hij ook meer structuur en pedagogische kaders nodig heeft. Het verzoek van de GI acht de rechtbank echter in deze stand van zaken echt een stap te ver. Het is van groot belang dat er eerst een concreet plan wordt gemaakt door de GI, bijvoorbeeld door middel van een Eigen Kracht-conferentie waarbij de vader met zijn netwerk, de school en de GI gaat nadenken wat nodig is om de vader te ontlasten en wat [voornaam minderjarige] nodig heeft om zich positief te ontwikkelen. De rechtbank wenst voor [voornaam minderjarige] dat hij, als het zo ver is, een mooie stap kan maken naar het Thorbecke (of een andere middelbare school waar [voornaam minderjarige] tegen die tijd naar toe wil en kan). Belangrijk is dat de vader goed blijft samenwerken met de GI en dat hij meedenkt en meewerkt aan het plan dat moet worden gemaakt. Het gaat immers om [voornaam minderjarige] en zijn belang. 6De beslissing De rechtbank: 6.1. wijst het verzoek af. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026 door mr. M.A. van der Laan-Kuijt, voorzitter, tevens kinderrechter, en mr. M.P.G. Rietbergen en mr. R. van der Wal, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. M.M.C. van der Knaap als griffier, en op schrift gesteld op 15 juli 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.