Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBROT:2026:9433

Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. Moeder heeft de wens om met minderjarige naar Mongolië te verhuizen.

Rechtbank Rotterdam 6 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2026:9433 text/xml public 2026-08-06T13:10:03 2026-08-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-06-26 C/10/720930 / JE RK 26-1103 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9433 text/html public 2026-08-06T13:08:26 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:9433 Rechtbank Rotterdam , 26-06-2026 / C/10/720930 / JE RK 26-1103
Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. Moeder heeft de wens om met minderjarige naar Mongolië te verhuizen.
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/720930 / JE RK 26-1103

Datum uitspraak: 26 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2025,

hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, zonder bekend woon- of verblijfadres,

advocaat mr. G.H. Kroon, kantoorhoudende in Gorinchem.

De kinderrechter merkt als informanten aan:

[naam vader] ,

hierna te noemen: de vader, zonder bekend woon- of verblijfadres,

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI JBRR;

de gecertificeerde instelling Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI LdH.
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift van de Raad van 4 juni 2026 met bijlagen, ontvangen op diezelfde datum;

het rapport van de Raad met bijlagen van 12 juni 2026, ontvangen op diezelfde datum;

het bericht van de moeder met bijlagen, ontvangen op 22 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

de moeder met haar advocaat;

de vader;

- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;

- twee vertegenwoordigers van de GI LdH, [persoon B] en [persoon C] .

De GI JBRR is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de GI JBRR wel juist is opgeroepen.
1.3.
Aangezien de moeder en de vader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, maar wel de Mongoolse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van mevr. G. Lunter-Tuvdenbaatar, tolk in de Mongoolse taal. De kinderrechter stelt vast dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
[voornaam minderjarige] staat niet geregistreerd in de Basisregistratie Personen (BRP). De kinderrechter leidt uit de beschikbare informatie vooralsnog af dat de moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
2.3.
Bij beschikking van 7 april 2026 heeft de kinderrechter van deze rechtbank [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI JBRR voor de duur van drie maanden.
2.4.
Bij beschikking van 17 april 2026 heeft de kinderrechter van deze rechtbank de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 7 juli 2026.
<nr>3</nr>Het verzoek 3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen van de GI LdH voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
<nr>4</nr>De standpunten 4.1.
De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [voornaam minderjarige] heeft op zijn jonge leeftijd niet de basale, fysieke en emotionele veiligheid gekregen die hij nodig heeft. Zowel tijdens als na de zwangerschap is [voornaam minderjarige] blootgesteld aan het forse alcoholgebruik van zijn moeder. De moeder erkent haar alcoholproblematiek onvoldoende. Zowel de moeder als de vader zijn tijdens het onderzoek van de Raad een tijd uit beeld geraakt. De politie heeft aangegeven dat er in de afgelopen periode 17 meldingen zijn gemaakt waarbij de moeder zwaar onder invloed is geweest van alcohol. De komende periode is nog onderzoek nodig naar de vraag of er bij [voornaam minderjarige] sprake is van het FAS-syndroom. De Raad heeft begrepen dat de moeder en de vader nog steeds de wens hebben om terug te keren naar Mongolië. Hiervoor is het belangrijk dat er goed overwogen wordt of terugkeer naar Mongolië mogelijk is en welke hulp daar voor [voornaam minderjarige] geboden kan worden. De Raad heeft van de GI JBRR begrepen dat zij ook achter het verzoek staan en zij het belangrijk vinden dat er goed wordt gemonitord wat nodig is voor een veilige terugkeer naar Mongolië. De Raad heeft de GI LdH gevraagd de ondertoezichtstelling uit te gaan voeren, omdat de moeder nog geen vaste woonplaats heeft en de GI LdH landelijk opereert. De komende periode kan de GI LdH onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor de terugkeer van de moeder met [voornaam minderjarige] naar Mongolië.
4.2.
Door en namens de moeder wordt verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad. Primair verzoekt de moeder het verzoek van de Raad af te wijzen. Subsidiair verzoekt de moeder het verzoek toe te wijzen voor drie maanden en de rest af te wijzen. De uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] heeft een grote invloed op de moeder gehad. De moeder heeft nu de waarheid verteld en wil overal aan meewerken om [voornaam minderjarige] weer bij haar te krijgen. De moeder wil graag naar Mongolië en heeft al met de Mongoolse autoriteiten contact gehad. De vader van de moeder is ook ziek, waardoor de moeder zo snel mogelijk naar Mongolië wil. Zij wil [voornaam minderjarige] meenemen. Desgevraagd geeft de moeder aan dat zij nog drie andere kinderen in Mongolië heeft. De reden dat de moeder naar Nederland is gekomen is wegens het huiselijk geweld van haar ex-partner in Mongolië. De moeder en de vader zijn nu weer samen en de vader heeft een woning gevonden waar zij samen verblijven. De moeder wil eerst zelf met [voornaam minderjarige] naar Mongolië vertrekken en de vader zal later komen. De moeder heeft in Mongolië een stabiel thuisfront waar goed voor [voornaam minderjarige] kan worden gezorgd. Ook is de Raad voor de Kinderbescherming van Mongolië op de hoogte gesteld van de situatie. Doordat de familie van de moeder in Mongolië voor [voornaam minderjarige] kan zorgen, kan de moeder daar meteen naar een afkickkliniek.
4.3.
Door de vader wordt het volgende ter zitting naar voren gebracht. De vader heeft een woning gevonden in Den Haag waar hij voorlopig kan blijven. De vader heeft geen verblijfsstatus en wil ook terugkeren naar Mongolië. De vader heeft de moeder twee jaar geleden leren kennen. Door omstandigheden is de moeder eenzaam geworden en is zij begonnen met drinken. De vader heeft de moeder altijd gesteund, maar toen het niet meer ging heeft de vader hulp gevraagd. In plaats van dat de moeder hulp heeft gekregen heeft zij drie maanden op straat geleefd. De moeder heeft een goed vangnet in Mongolië die voor haar klaarstaan. De vader wil daarom heel graag dat de moeder met [voornaam minderjarige] terug kan naar Mongolië.
<nr>5</nr>De informatie 5.1.
De GI LdH steunt ter zitting het verzoek van de Raad. Er is een jeugdbeschermer beschikbaar die kan onderzoeken op welke manier de moeder en [voornaam minderjarige] veilig naar Mongolië kunnen terugkeren. De GI LdH heeft ervaring in het contact leggen met buitenlandse instanties. Een periode van zes maanden acht de GI LdH noodzakelijk om het contact met buitenlandse instanties te leggen en het netwerk en hulpverlening aldaar te onderzoeken. De komende periode zal de GI LdH ook inzetten op de omgang tussen [voornaam minderjarige] en zijn moeder, vooral nu de wens nog steeds bestaat dat de moeder samen met [voornaam minderjarige] wil terugkeren naar Mongolië.
<nr>6</nr>De beoordeling 6.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
6.2.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging van [voornaam minderjarige] blijkt uit het volgende. [voornaam minderjarige] is een kwetsbaar jongetje, dat gezien zijn zeer jonge leeftijd nog volledig afhankelijk is van zijn verzorgers en opvoeders. [voornaam minderjarige] is kort na zijn geboorte in een pleeggezin geplaatst, met name vanwege zorgen over het forse alcoholgebruik van de moeder tijdens en na de zwangerschap. Hierdoor zijn er risico’s ontstaan voor de gezondheid van [voornaam minderjarige] en was er sprake van een situatie waarin de moeder onvoldoende beschikbaar was voor [voornaam minderjarige] . De gevolgen van het alcoholgebruik op de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] zijn nog niet duidelijk, maar worden onderzocht. De moeder is in april in behandeling geweest voor haar verslaving, maar dit is niet afdoende gebleken. Er zijn daarna nog veel politiemeldingen over haar opgemaakt waarbij sprake was van alcoholgebruik. De moeder beaamt zelf ook dat zij naar een afkickkliniek zou moeten. Daarnaast hebben de ouders geen verblijfsstatus en hebben zij een tijd op straat geleefd. Hoewel de vader op dit moment een woning heeft gevonden waar de moeder ook verblijft, behoort een terugplaatsing nu niet tot de mogelijkheden. Ook de vader is vanwege werkverplichtingen niet in staat volledig voor [voornaam minderjarige] te zorgen. Verder is onduidelijk wat de relatiestatus is van de ouders. Blijkens de informatie van de Raad zijn zij uit elkaar geweest, maar op dit moment wonen zij weer in dezelfde woning. Het feit dat ouders beiden geen verblijfsstatus in Nederland hebben, bemoeilijkt voor hen het vinden van rust, stabiliteit en hulpverlening. Dit is juist nodig voor een kind van de leeftijd van [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] doet het goed in het pleeggezin en krijgt hier de rust, stabiliteit en veiligheid die hij nodig heeft.
6.3.
De moeder heeft haar wens uitgesproken met [voornaam minderjarige] naar Mongolië terug te willen verhuizen. Daar woont haar familie die haar kan ondersteunen en helpen in de opvoeding van [voornaam minderjarige] . De moeder kan in Mongolië ook naar een afkickkliniek gaan. Hoewel de kinderrechter deze wens van de moeder begrijpt, is zij met de Raad en de GI van oordeel dat het belangrijk is dat er eerst goed onderzocht wordt hoe de situatie in Mongolië is, wat het netwerk van de moeder kan betekenen en welke hulpverlening daar geboden kan worden. Verder is het belangrijk te onderzoeken hoe de veiligheidssituatie voor de moeder aldaar is, aangezien zij ter zitting heeft aangegeven dat zij uit angst voor haar ex-partner is gevlucht naar Nederland. De komende periode is het belangrijk dat de moeder en de vader open blijven staan voor het contact met de jeugdbeschermer en de hulpverlening die wordt geboden. Hierdoor kan de GI LdH zorgvuldig onderzoeken of de situatie in Mongolië veilig genoeg is voor [voornaam minderjarige] om met zijn moeder te verhuizen. Hiervoor is rust en tijd nodig. Een periode van drie maanden acht de kinderrechter te kort om een gedegen onderzoek te doen. Een periode van zes maanden is passend. De komende periode is het daarnaast belangrijk dat de GI LdH aandacht heeft voor de omgang tussen [voornaam minderjarige] en zijn moeder en vader.
6.4.
Gelet op het voorgaande acht de kinderrechter hulpverlening in een gedwongen kader, door middel van een ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] , noodzakelijk om de moeder en de vader passende hulp en ondersteuning te bieden en de belangen en de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] te waarborgen. De kinderrechter zal daarom [voornaam minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van een jaar. Ook machtigt de kinderrechter de GI LdH om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van zes maanden.
6.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
<nr>7</nr>De beslissing
De kinderrechter:
7.1.
stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering met ingang van 26 juni 2026 tot 26 juni 2027;
7.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 26 juni 2026 tot 26 december 2026;
7.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026 door mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter, in aanwezigheid van S.M.J. van de Griend als griffier, en op schrift gesteld op 8 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Foetaal alcohol syndroom.

Artikel 1:255 BW.

Artikel 1:265b, eerste lid, BW.

Artikel delen