ECLI:NL:RBROT:2026:9442text/xmlpublic2026-08-06T16:07:042026-08-01Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Rotterdam2026-07-01C/10/720530 / JE RK 26-1039UitspraakBeschikkingNLRotterdamCiviel rechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9442text/htmlpublic2026-08-06T16:05:392026-08-06Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBROT:2026:9442 Rechtbank Rotterdam , 01-07-2026 / C/10/720530 / JE RK 26-1039 Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.
RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/720530 / JE RK 26-1039
Datum uitspraak: 1 juli 2026 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam, over
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedatum 1] 2023 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedatum 2] 2025 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. L.A.E. Timmer, kantoorhoudende te Rotterdam,
[naam vader]
,
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] , de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam. 1Het verloop van de procedure1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 29 mei 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat; de vader; een vertegenwoordiger van de Raad, te weten [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [persoon B] . 1.3. Aan de moeder is in het kader van de pilot kosteloze rechtsbijstand als advocaat mr. L.A.E. Timmer, advocaat te Rotterdam, aangewezen. 2De feiten2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . 2.2.
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij hun moeder. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 april 2026 [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] voorlopig onder toezicht gesteld tot 3 juli 2026. 2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 april 2026 de machtiging verlengd om [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] uit huis te plaatsen bij de gezaghebbende moeder tot 3 juli 2026. 3Het verzoek3.1. De Raad verzoekt [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] bij de gezaghebbende moeder te verlenen voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. Ter zitting heeft de Raad het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. De Raad maakt zich ernstig zorgen om [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . De Raad doet momenteel ook onderzoek naar de andere drie kinderen die bij de moeder wonen, omdat zij ook getuige zijn geweest van de mishandelingen van de vader van [voornaam minderjarige 1] . De komende periode wil de Raad meer duidelijkheid krijgen over de strafzaak tegen de vader en dient er zicht te komen op de thuissituatie bij de moeder. Het is belangrijk dat er hulpverlening voor [voornaam minderjarige 1] wordt ingezet. Tot slot dient te worden onderzocht in hoeverre contactherstel tussen de vader, [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] kan plaatsvinden. 4De standpunten4.1. De GI heeft ter zitting het verzoek van de Raad ondersteund en het volgende meegedeeld. De afgelopen periode heeft de GI hulp ingezet voor [voornaam minderjarige 1] . Voor [voornaam minderjarige 2] wordt ook gekeken of zij hulp nodig heeft. Verder is de GI op huisbezoek geweest bij de moeder en de woning zag er keurig uit. Er is ambulante hulpverlening ingezet bij de moeder en elke vrijdag heeft de moeder een gesprek met een gedragswetenschapper. De komende periode wil de GI onderzoeken of er op een verantwoorde wijze kan worden toegewerkt naar contactherstel tussen de vader en de kinderen. 4.2. Door en namens de moeder is het volgende meegedeeld. De moeder verzet zich niet tegen het verzoek van de Raad. Er is veel gebeurd de afgelopen periode en de gebeurtenissen hebben een grote impact binnen het gezin. De kinderen zijn lang van slag geweest. Inmiddels is traumabehandeling voor [voornaam minderjarige 1] gestart. Mocht contactherstel tussen de vader, [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] mogelijk zijn, dan wil de moeder dat de veiligheid gewaarborgd is. 4.3. De vader heeft zich ter zitting niet verzet tegen het verzoek van de Raad. De vader werkt hard aan zichzelf. Zo is hij gestopt met blowen en gaat hij naar een psycholoog. De vader hoopt binnenkort zijn kinderen weer te mogen zien. 5De beoordeling5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] noodzakelijk is in het belang van hun verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] woonden samen met de ouders en hun drie halfbroers. De vader heeft fors fysiek en verbaal geweld gebruikt tegen [voornaam minderjarige 1] . Hij zal zich hiervoor moeten verantwoorden tegenover de strafrechter. Vanwege de ernstige zorgen zijn een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing bij de gezaghebbende moeder uitgesproken en geldt er een contactverbod tussen de vader en het gezin. De moeder heeft tijdelijk elders verbleven en de vader verblijft bij zijn ouders. De moeder is inmiddels terug in de woning met [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] en haar andere kinderen. Het hele gebeuren heeft een grote impact op het gezin. 5.3. De afgelopen periode heeft de GI traumabehandeling ingezet voor [voornaam minderjarige 1] . Verder is ambulante hulpverlening betrokken en de moeder heeft elke vrijdag een gesprek met de gedragswetenschapper. Hoewel de ouders bereidwillig zijn en hulp aanvaarden, zijn zij niet zelfstandig in staat om de ernstig bedreigde ontwikkeling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] weg te nemen. 5.4. Het is van belang dat de kinderen de komende periode bij de moeder blijven en er moet onderzocht worden of contactherstel tussen de vader en de kinderen in hun belang is. De rol van de vader moet in hun leven duidelijk worden. Verder is het van belang dat de traumatherapie voor [voornaam minderjarige 1] doorgaat en dat deze therapie eventueel ook voor [voornaam minderjarige 2] wordt ingezet. Bezien moet worden of de therapie het gewenste effect heeft. 5.5. De kinderen moeten weer rust, stabiliteit, regelmaat en veiligheid gaan ervaren in hun opvoedomgeving. 5.6. De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] zijn daarom nodig. De ouders hebben dit ook niet weersproken. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht voor de duur van een jaar, te weten tot 1 juli 2027. Daarnaast verleent de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] bij de gezaghebbende moeder tot 1 januari 2027. 5.7. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6De beslissing De kinderrechter: 6.1. stelt [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd in Rotterdam, met ingang van 1 juli 2026 tot 1 juli 2027; 6.2. verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] bij de gezaghebbende moeder met ingang van 1 juli 2026 tot 1 januari 2027; 6.3. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. K.F.G. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 16 juli 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:255 BW. Artikel 1:265b, eerste lid, BW.