Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBROT:2026:9447

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.

Rechtbank Rotterdam 6 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2026:9447 text/xml public 2026-08-06T15:59:03 2026-08-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-06-29 C/10/720303 / JE RK 26-1012 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9447 text/html public 2026-08-06T15:57:49 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:9447 Rechtbank Rotterdam , 29-06-2026 / C/10/720303 / JE RK 26-1012
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/720303 / JE RK 26-1012

Datum uitspraak: 29 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,

bijgestaan door advocaat mr. S. Pershad, kantoorhoudende in Rotterdam,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] ,

bijgestaan door advocaat mr. R.H.P. Feiner, kantoorhoudende in Rotterdam.

De kinderrechter merkt als informanten aan:

[naam grootvader] en [naam grootmoeder],

hierna te noemen de grootvader en de grootmoeder vaderszijde, tezamen de grootouders vaderszijde (vz).
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 21 mei 2026, ontvangen op 26 mei 2026;

- het bericht van de advocaat van de vader van 4 juni 2026;

- het bericht van de advocaat van de vader met bijlage van 25 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader met zijn advocaat;

- de moeder met mr. M.J.R. Roethof, waarnemend advocaat voor mr. S. Pershad;

- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan een begeleider van Enver, mevrouw [persoon B] , en aan de schoonzus van de moeder.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij de grootouders vz.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 december 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 2 juli 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 maart 2026 de machtiging verlengd [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de grootouders vz, tot 2 juli 2026.
<nr>3</nr>Het verzoek van de GI 3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg te verlengen voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Het traject is gericht op onderzoek naar een mogelijke terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij één van de ouders, mits dit voldoende veilig is voor [voornaam minderjarige] . Daartoe is een gezinsopname bij GezinTotaal noodzakelijk, die nog moet plaatsvinden. Deze opname is op korte termijn gepland, maar de vader was afgelopen week om onbekende reden niet aanwezig bij de intake-afspraak. Daarnaast is gestart met het NIKA-traject, dat richtinggevend is voor de verdere besluitvorming. Uit dit traject moet blijken welke ondersteuning en begeleiding nodig is om een eventuele terugplaatsing veilig te laten verlopen en welke voorwaarden daarbij gelden.
<nr>4</nr>De standpunten 4.1.
De vader heeft zich ter zitting niet verzet tegen de verzochte verlenging van de ondertoezichtstelling. Door en namens de vader is wel verweer gevoerd tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. De vader benadrukt dat hij al langere tijd volledig meewerkt aan alle door de GI gestelde voorwaarden, waaronder urinecontroles, die steeds negatief zijn. Ook verloopt het NIKA-traject voorspoedig en zal binnenkort worden afgerond. Ten aanzien van de intake-afspraak van GezinTotaal voert de vader aan dat hij niet geïnformeerd is over deze afspraak, ondanks dat hij hier meermaals naar heeft gevraagd. [voornaam minderjarige] is al geruime tijd uit huis geplaatst. De vader ziet graag dat [voornaam minderjarige] bij hem teruggeplaatst wordt vanaf de zomer, zodat zij het nieuwe schooljaar kan beginnen vanuit de thuissituatie van de vader. De begeleider van NIKA geeft aan dat een terugplaatsing op korte termijn in het belang van [voornaam minderjarige] is. Er spelen immers geen belemmeringen om het traject tot terugplaatsing voort te zetten en op korte termijn toe te werken naar een afronding. De vader maakt zich zorgen over verdere vertraging van de terugplaatsing en de gevolgen daarvan voor [voornaam minderjarige] .
4.2.
Door en namens de moeder is ter zitting geen verweer gevoerd tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling. De moeder kan zich echter niet vinden in een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] . Namens de moeder wordt verzocht dit deel van het verzoek af te wijzen. Onlangs heeft er een huisbezoek bij de moeder plaatsgevonden, waarbij [voornaam minderjarige] aanwezig was, en dit is goed verlopen. Bovendien is de moeder bereid om mee te werken aan alle hulpverlening, waaronder ook UC’s, hoewel deze nog niet van de grond zijn gekomen. Het NIKA-traject is positief afgerond, waarbij de hulpverleners een positieve ontwikkeling zien en de moeder beter weet aan te sluiten bij de behoeften van [voornaam minderjarige] . De moeder verzoekt om gelijke behandeling van beide ouders binnen het traject en maakt zich zorgen over de informatievoorziening. De moeder wordt slechts gefragmenteerd geïnformeerd en onduidelijk blijft of de moeder ook wordt meegenomen in de geplande gezinsopname. Namens de moeder wordt benadrukt dat hoewel het strafrechtelijk onderzoek naar aanleiding van het overleden broertje van [voornaam minderjarige] nog loopt, de moeder onschuldig is tot het tegendeel is bewezen.
<nr>5</nr>De informatie van de grootouders vz en de begeleider van Enver 5.1.
De begeleider van Enver heeft de informatie van de GI ter zitting als volgt aangevuld. Bij de vader hebben meerdere huisbezoeken plaatsgevonden, welke zeer positief zijn verlopen. Het traject met betrekking tot de ingezette hulpverlening, waaronder het NIKA-traject en de urinecontroles bij de vader, zijn grotendeels doorlopen. De acute traumahulpverlening verloopt goed en [voornaam minderjarige] maakt daarin stappen. Met deze positieve ontwikkelingen zal de begeleiding van Enver niet onbeperkt kunnen worden voortgezet. Op dit moment ziet Enver geen verdere belemmeringen om naar een terugplaatsing toe te werken. In dat kader zal een nieuwe, concrete hulpvraag ontstaan, namelijk op het gebied van opvoedondersteuning, en kan de vaste begeleider van Enver betrokken blijven om de terugplaatsing te begeleiden.
5.2.
De grootouders hebben ter zitting het volgende naar voren gebracht. [voornaam minderjarige] verblijft inmiddels 15 maanden bij de grootouders, terwijl dit traject in 3 tot 5 maanden doorlopen had kunnen worden. De GI heeft onnodig vertraagd in de inzet van hulpverlening, waardoor het afgelopen jaar geen stappen vooruit zijn gezet. De grootouders maken hierdoor een heel bijzondere fase in het opgroeien van [voornaam minderjarige] van dichtbij mee, terwijl zij dit de ouders hadden gegund. Bovendien is het de wens van [voornaam minderjarige] om bij één van de ouders te wonen. In het belang van [voornaam minderjarige] zal een terugplaatsing zo snel mogelijk moeten plaatsvinden.
<nr>6</nr>De beoordeling 6.1.
De kinderrechter is op basis van de stukken en hetgeen ter zitting is gebleken van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter zal de verlenging van de ondertoezichtstelling als onweersproken verlengen voor de verzochte duur van een jaar.
6.2.
Ten aanzien van de verzochte verlening van de machtiging tot uithuisplaatsing oordeelt de kinderrechter als volgt. De kinderrechter stelt voorop dat [voornaam minderjarige] al geruime tijd buiten het gezin van de ouders verblijft bij de grootouders vz. Dit verblijf was destijds noodzakelijk in verband met ernstige zorgen over de veiligheid van [voornaam minderjarige] binnen de thuissituatie van de ouders naar aanleiding van het overlijden van haar broertje en de daarmee samenhangende omstandigheden.
6.3.
Vaststaat dat inmiddels de strafzaak tegen de vader naar aanleiding van de niet natuurlijke dood van [voornaam minderjarige] ’s broertje door de officier van justitie is geseponeerd. Bovendien blijkt uit de stukken en hetgeen ter terechtzitting is besproken dat sprake is van een lopend hulpverleningstraject, waarin onder meer het NIKA-traject en overige hulpverlening vanuit Enver zijn ingezet. Binnen dit traject hebben bij de vader meerdere huisbezoeken plaatsgevonden, die volgens de betrokken hulpverlening goed zijn verlopen. De begeleider van Enver heeft ter zitting verklaard dat zij persoonlijk betrokken kan blijven bij de vader in het kader van opvoedondersteuning in geval van een terugplaatsing van [voornaam minderjarige] . Met het voorgaande is de veiligheid en ontwikkeling van [voornaam minderjarige] naar oordeel van de kinderrechter voldoende gewaarborgd. Daar komt bij dat, zoals hiervoor is overwogen, de ondertoezichtstelling is verlengd en ook daarin een waarborg is gelegen voor een voldoende veilige en stabiele opvoedsituatie.

Van de zijde van de GI is ter terechtzitting al het voorgaande niet weersproken.
6.4.
Alles tezamen en in onderling verband bezien, komt de kinderrechter tot de slotsom dat de noodzaak voor een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing ontbreekt. Gelet op de langdurige uithuisplaatsing bij de grootouders, acht de kinderrechter het in het belang van [voornaam minderjarige] noodzakelijk om in het kader van een zorgvuldige overdracht de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor de duur van één maand. De kinderrechter zal het overig verzochte afwijzen.
6.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
<nr>7</nr>De beslissing
De kinderrechter:
7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 2 juli 2027;
7.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de grootouders vz, tot 2 augustus 2026;
7.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
7.4.
wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2026 door mr. C.N. Melkert, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 8 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel 1:260 BW.

Artikel 1:265c, tweede lid, BW.

Artikel delen