Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBROT:2026:9459

Echtscheidingsverzoek. Huwelijk gesloten in Somalië. Vrouw was toen 14 jaar oud. Geen huwelijk dat rechtsgeldig is naar het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond, in de zin van artikel 10:31 BW. Niet-ontvankelijk.

Rechtbank Rotterdam 5 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2026:9459 text/xml public 2026-08-05T14:57:07 2026-08-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-07-03 C/10/673198 / FA RK 24-899 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9459 text/html public 2026-08-05T14:55:49 2026-08-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:9459 Rechtbank Rotterdam , 03-07-2026 / C/10/673198 / FA RK 24-899
Echtscheidingsverzoek. Huwelijk gesloten in Somalië. Vrouw was toen 14 jaar oud. Geen huwelijk dat rechtsgeldig is naar het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond, in de zin van artikel 10:31 BW. Niet-ontvankelijk.
Rechtbank Rotterdam
Team familie

zaaknummer / rekestnummer: C/10/673198 / FA RK 24-899

Beschikking van 3 juli 2026 over de echtscheiding

in de zaak van:

[naam vrouw] , hierna: de vrouw,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. J.J.A. Bosch te Rotterdam,

t e g e n

[naam man] , hierna: de man,

wonende te [woonplaats] .
<nr>1</nr>De procedure 1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:

het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 2 februari 2024;

de berichten met bijlage van de vrouw van 7 augustus 2024, 5 november 2025 en 26 november 2025.

Buiten de toegestane termijn heeft de vrouw ingediend het bericht van 31 maart 2026 met aanvullende verzoeken. De rechtbank laat dit stuk buiten beschouwing, ook omdat het niet aan de man is betekend en de man op de mondelinge behandeling niet van dit stuk op de hoogte bleek.
1.2
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 3 april 2026. Daarbij zijn verschenen:

de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

de man;

de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [persoon A] .
1.3
Op de mondelinge behandeling is de vrouw verzocht zich binnen vier weken schriftelijk uit te laten over de rechtsgeldigheid van het huwelijk van partijen naar Somalisch recht. De vrouw zou daarvoor informatie inwinnen bij het Internationaal Juridisch Instituut. Van de vrouw is, ook na uitstel, geen inhoudelijke reactie ontvangen. De rechtbank heeft zelf informatie opgevraagd bij het Internationaal Juridisch Instituut en de vrouw bij bericht van 12 juni 2026 gevraagd daar op te reageren. De vrouw heeft dat bij bericht van 19 juni 2026 gedaan. In dat bericht heeft de vrouw ook aanvullende verzoeken gedaan. De man heeft op het bericht van 19 juni 2026, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet gereageerd.
1.4
De minderjarigen zijn, gelet op hun leeftijd, in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. De minderjarigen hebben hier geen gebruik van gemaakt.
<nr>2</nr>De beoordeling
Verzoeken
2.1
De vrouw verzoekt de echtscheiding tussen partijen uit te spreken en – kort samengevat –:

te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen van partijen bij haar zal zijn;

de echtelijke (huur)woning aan de man toe te wijzen;

een regeling van de uitoefening van het omgangsrecht (hierna: omgangsregeling) en informatieregeling vast te stellen;

de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vast te stellen.
2.2
In het bericht van 19 juni 2026 verzoekt de vrouw aanvullend, voor het geval het huwelijk van partijen naar het oordeel van de rechtbank niet rechtsgeldig is, de man op grond van artikel 1:253t BW met het gezamenlijk gezag over de kinderen van partijen te belasten en de kinderen de geslachtsnaam van de man te geven, de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw te bepalen en een omgangsregeling tussen de man en de kinderen vast te stellen.

Echtscheiding
2.3
Nu ten tijde van de indiening van het verzoekschrift de gewone verblijfplaats van partijen zich in Nederland bevond, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding.
2.4
Op grond van artikel 10:56 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing.
2.5
Partijen zijn op [huwelijksdatum] gehuwd te Marka, Somalië.
2.6
Voordat de rechtbank toekomt aan de inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot echtscheiding, zal zij moeten beoordelen of het tussen partijen gesloten huwelijk als rechtsgeldig in Nederland kan worden erkend. De beantwoording van deze vraag is van belang omdat een buitenlands huwelijk dat naar Nederlands recht niet wordt erkend, door de Nederlandse rechter niet kan worden ontbonden. De rechter vervult hierin een actieve rol, omdat de rechtsgeldigheid van een huwelijk niet ter vrije bepaling van partijen staat.
2.7
Op grond van artikel 10:31 lid 1 BW wordt een in het buitenland voltrokken huwelijk in Nederland erkend als het huwelijk naar het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden. Ingevolge het vierde lid wordt een huwelijk vermoed rechtsgeldig te zijn, indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit.
2.8
Partijen beschikken niet over een huwelijksverklaring, afgegeven door een bevoegde autoriteit, zodat geen sprake is van een huwelijk dat vermoed wordt rechtsgeldig te zijn. De rechtbank zal daarom aan de hand van feiten en omstandigheden moeten beoordelen of het in Somalië tussen de man en de vrouw gesloten huwelijk naar het recht van Somalië rechtsgeldig is (of nadien rechtsgeldig is geworden).
2.9
De vrouw was ten tijde van het huwelijk 14 jaar oud, zo blijkt uit de geboortedatum die zij heeft opgegeven bij de IND en die in de Basisregistratie Personen is vermeld. Op grond van artikel 16 van de Somalische Wet op het Personeel Statuut 1975 (WPS) geldt een minimumleeftijd van 18 jaar om te huwen. Dit was geldende regelgeving in Somalië in 1996, zo is de rechtbank bekend uit de informatie verkregen van het Internationaal Juridisch Instituut. Er zijn uitzonderingen op deze minimumleeftijd. Een vrouw die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt kan met toestemming van haar (huwelijks)voogd in het huwelijk treden. Deze uitzondering is gelet op de leeftijd van de vrouw ten tijde van het huwelijk niet van toepassing. Verder kan de rechtbank in geval van noodzaak ontheffing verlenen van de minimumleeftijdseisen. Niet gesteld en ook niet gebleken is dat dit is gebeurd.
2.10
Volgens de landeninformatie in OpMaat Burgerzaken is een huwelijk in Somalië niet wettig als niet is voldaan aan de minimumleeftijdseisen. Mede gelet op artikel 22 WPS is de rechtbank van oordeel dat het huwelijk van partijen niet naar Somalisch recht rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden.
2.11
Partijen voeren nog aan dat sprake was van een religieus huwelijk zoals dat al generaties lang in Somalië gebruikelijk is. Volgens de Islam mogen meisjes vanaf 9 jaar oud in het huwelijk treden, aldus de vrouw. De rechtbank is echter van oordeel dat het er bij de toetsing van de rechtsgeldigheid van een huwelijk niet om gaat wat in een bepaald land gebruikelijk is, maar of sprake is van een huwelijk dat in het land waarin het huwelijk is gesloten als rechtsgeldig wordt beoordeeld. Dit is gelet op het voorgaande naar het oordeel van de rechtbank bij het huwelijk van partijen niet het geval.
2.12
Concluderend kan de rechtbank niet vaststellen dat sprake is van een huwelijk dat naar Somalisch recht rechtsgeldig is en dat in Nederland voor erkenning in aanmerking komt. Daarom zal de rechtbank de vrouw niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek tot echtscheiding. Als gevolg hiervan komt de rechtbank, gelet op de aanhef van het eerste lid van artikel 827 Rv, niet meer toe aan de bespreking van de verzochte nevenvoorzieningen.

Omgangsregeling
2.13
Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling overeenstemming bereikt over een omgangsregeling tussen de man en de minderjarigen en zij zien die graag in de beschikking opgenomen. De rechtbank acht dat in het belang van de minderjarigen en neemt daarom onder de beslissing op de overeenstemming tussen partijen over de omgangsregeling.

Overige aanvullende verzoeken
2.14
De overige aanvullende verzoeken van de vrouw van 19 juni 2026 kunnen niet in deze procedure worden behandeld. In een echtscheidingsprocedure kunnen alleen (neven)verzoeken worden gedaan die zijn genoemd in artikel 827 Rv. Dat zijn voorzieningen die de gevolgen van de echtscheiding regelen. De aanvullende verzoeken van de vrouw vallen daar niet onder, omdat het echtscheidingsverzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard. De rechtbank verklaart de vrouw daarom ook in deze verzoeken niet-ontvankelijk.

Proceskosten
2.15
Gelet op de aard van de procedure zal de rechtbank bepalen dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.
<nr>3</nr>De beslissing
De rechtbank:
3.1
neemt op de onderlinge regeling die partijen over de regeling van de uitoefening van het omgangsrecht hebben getroffen, te weten:

de kinderen van partijen zullen één weekend in de twee weken van vrijdag na school tot zondag 19:00 uur omgang hebben met de man, waarbij de man de kinderen haalt en brengt;

de man heeft omgang met de kinderen in het oneven jaar op Koningsdag van 10:00 uur tot 19:00 uur en tijdens het Islamitisch offerfeest en in het even jaar tijdens het Islamitisch Suikerfeest;

partijen verdelen de vakanties in onderling overleg;
3.2
verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar overige verzoeken;
3.3
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. van der Veer, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van M. Ligthart, griffier, op 3 juli 2026.

Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.

Artikel delen