Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBROT:2026:9495

Sluiting woning. Verzoek om voorlopige voorziening. Geen spoedeisend belang. De detentie van verzoeker zal langer duren dan de sluiting van zijn woning. Het verzoek wordt afgewezen.

Rechtbank Rotterdam 3 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2026:9495 text/xml public 2026-08-03T14:21:14 2026-08-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-07-30 ROT 26/5860 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Rotterdam Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9495 text/html public 2026-08-03T14:20:38 2026-08-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:9495 Rechtbank Rotterdam , 30-07-2026 / ROT 26/5860
Sluiting woning. Verzoek om voorlopige voorziening. Geen spoedeisend belang. De detentie van verzoeker zal langer duren dan de sluiting van zijn woning. Het verzoek wordt afgewezen.
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 26/5860

uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 juli 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoeker] , uit Ridderkerk, verzoeker,
gemachtigde: mr. E.B. Jobse,

en
de burgemeester van Ridderkerk, verweerder,
gemachtigde: mr. A. Thissen,

Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
Stichting Wooncompas,
gemachtigde: mr. P.J. Remmelts.
Procesverloop
Bij besluit van 9 juli 2026 (het bestreden besluit) heeft de burgemeester zijn beslissing om op 1 juli 2026 spoedeisende bestuursdwang toe te passen door de woning aan de [adres] in Ridderkerk (de woning) voor de duur van twee maanden te sluiten, op schrift gesteld.

Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, strekkende tot schorsing van het bestreden besluit.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 juli 2026. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De burgemeester is ter zitting vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Namens Stichting Wooncompas is verschenen haar gemachtigde, vergezeld door [naam] , woonconsulent bij de stichting.
Overwegingen
Inleiding
1.1.
Verzoeker is huurder van de woning. Hij woont daar met zijn twee minderjarige kinderen. De woning is eigendom van Stichting Wooncompas.
1.2.
Op 1 juli 2026 is de politie, naar aanleiding van een meld misdaad anoniem, de woning binnengetreden. In de woning zijn meerdere verboden goederen aangetroffen, waaronder vier vuurwapens, munitie, vuurwapen onderdelen, een luchtbuks, pepperspray, een mes en een handelshoeveelheid softdrugs. De aangetroffen goederen leveren een overtreding op van de Wet wapens en munitie en de Opiumwet. Deze goederen zijn ter plaatse inbeslaggenomen. In verband hiermee is verzoeker op 1 juli 2026 in voorlopige hechtenis gesteld. Tevens heeft de politie een melding bij Veilig Thuis gedaan.

Bestreden besluit

2. De burgemeester heeft in de aangetroffen verboden goederen aanleiding gezien om de woning van verzoeker met toepassing van spoedeisende bestuursdwang op grond van artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Gemeentewet met ingang van 1 juli 2026 voor de duur van twee maanden tot 1 september 2026 te sluiten.

Spoedeisend belang

3. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan in beginsel alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter moet eerst bepalen of er voldoende spoedeisend belang is voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
3.1.
In het verzoekschrift is opgemerkt dat het de verwachting is dat de voorlopige hechtenis van verzoeker op 16 juli 2026 zal worden geschorst door de raadkamer van de rechtbank. Uit de door de burgemeester overlegde informatie van de Justitiële Informatiedienst (Justid) van 17 juli 2026 blijkt evenwel dat de voorlopige hechtenis niet is geschorst en dat de (geplande) einddatum van de detentie van verzoeker 15 oktober 2026 is. Dit betekent dat de detentie van verzoeker langer zal duren dan de sluiting van zijn woning.

In zoverre heeft verzoeker dus geen spoedeisend belang bij een schorsing van het bestreden besluit. Aan de door verzoeker op de zitting geponeerde stelling dat de raadkamer van de rechtbank te kennen heeft gegeven dat de voorlopige hechtenis niet wordt geschorst omdat hij niet naar zijn woning kan terugkeren, gaat de voorzieningenrechter voorbij. Verzoeker heeft deze stelling op geen enkele wijze nader toegelicht, laat staan onderbouwd. Evenmin heeft hij verzocht om in de gelegenheid te worden gesteld deze stelling (onmiddellijk) na de zitting alsnog te onderbouwen.
3.2.
Voor zover verzoeker met zijn opmerking dat hij zijn Wajong-uitkering dreigt te verliezen, heeft bedoeld te stellen dat die dreiging verband houdt met de sluiting van zijn woning, heeft hij deze stelling evenmin op enige wijze nader toegelicht of onderbouwd. Hij heeft op zitting desgevraagd aangegeven nog geen contact te hebben gehad met het UWV over zijn uitkering. Ook deze stelling leidt de voorzieningenrechter dan ook niet tot de conclusie dat sprake is van een spoedeisend belang bij een schorsing van het bestreden besluit.
3.3.
Voor zover verzoeker meent een spoedeisend belang bij een schorsing van het bestreden besluit te hebben nu op de zitting is gebleken dat Stichting Wooncompas is overgegaan tot buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst, volgt de voorzieningenrechter hem daarin niet. Daarbij heeft de voorzieningenrechter in aanmerking genomen dat Stichting Wooncompas op de zitting te kennen heeft gegeven dat een ontruimingsprocedure hoogstwaarschijnlijk niet zal plaatsvinden voordat de sluiting van de woning is beëindigd en dat verzoeker in de woning kan blijven wonen totdat de kantonrechter een in kort geding te vorderen ontruiming heeft toegewezen. Bovenal brengt een schorsing van het bestreden besluit niet mee dat Stichting Wooncompas niet bevoegd was om de huurovereenkomst te ontbinden en moet de kantonrechter in het kader van een ontruimingsprocedure ook nog toetsen of gebruikmaking van de buitengerechtelijke ontbindingsbevoegdheid door Stichting Wooncompas naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dan wel misbruik van bevoegdheid oplevert, alsook of ontbinding van de huurovereenkomst en de daaruit voortvloeiende ontruiming van de woning een proportionele maatregel is in de zin van artikel 8 van het EVRM.
3.4.
Wat verzoeker over zijn twee minderjarige kinderen en de opvang van hen door familie heeft aangevoerd, rechtvaardigt, nog daargelaten dat daarbij de nodige vraagtekens moeten worden gezet onder meer omdat de rechtbank niet beschikt over objectieve stukken die verzoekers stellingen kunnen staven, tot slot evenmin de conclusie dat sprake is van een spoedeisend belang bij een schorsing van het bestreden besluit, alleen al niet omdat verzoeker gedurende zijn detentie niet de dagelijkse zorg voor hen zal kunnen dragen.
3.5.
Omdat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij een schorsing van het bestreden besluit, bestaat slechts aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening als ook zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht ernstig moet worden getwijfeld aan de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Er moet met andere woorden sprake zijn van een evident onrechtmatig besluit. Het in dit verband door verzoeker ingenomen standpunt dat wat in de woning is aangetroffen wegens het ontberen van afdoende gevaarzetting geen spoedeisende bestuursdwang rechtvaardigt, biedt naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende grond om te kunnen spreken van een evident onrechtmatig besluit.

Conclusie

4. Gezien het voorgaande bestaat geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening en dient het verzoek daartoe te worden afgewezen.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.R. Lautenbach, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.F.J. van Beek, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 30 juli 2026.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Artikel delen