Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBZWB:2026:3890

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf Wzd

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28 May 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2026:3890 text/xml public 2026-05-28T10:52:11 2026-05-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-08 C/02/446513 / FA RK 26-1594 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3890 text/html public 2026-05-28T10:51:37 2026-05-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3890 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 08-04-2026 / C/02/446513 / FA RK 26-1594
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf Wzd
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/446513 / FA RK 26-1594

Datum uitspraak: 8 april 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1936 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonende te [plaats] ,

[locatie] ,

advocaat mr. M.M.M. Heesmans te Roosendaal.
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 26 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 april 2026. Daarbij zijn gehoord:

betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

mevrouw [persoon 1] , basisarts;

mevrouw [persoon 2] , specialist ouderengeneeskunde;

mevrouw [persoon 3] , verzorgende;

[persoon 4] , partner van de kleinzoon van betrokkene.
<nr>2</nr>Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
<nr>3</nr>De standpunten 3.1.
Betrokkene merkt op dat zij in de zorgaccommodatie op vaste momenten zichzelf aankleedt en wast en haar maaltijden gebruikt. Zij heeft de indruk dat zij gemiddeld genomen beter functioneert dan veel van de medebewoners. Zij staat altijd vroeg op om van de mooie omgeving en van de honden en katten te genieten. Daarom wil zij niet uit de zorgaccommodatie weg. Ook wordt zij er niet beter van indien zij zou moeten verhuizen.
3.2.
De specialist ouderengeneeskunde brengt naar voren dat betrokkene na een herseninfarct kampte met geheugenproblemen. In december 2023 is zij in het kader van een niet volledig geslaagd revalidatietraject in de zorgaccommodatie opgenomen. In september 2024 werd gezien dat bij betrokkene sprake was van verminderd tijdsbesef en een achteruitgang in haar persoonlijke verzorging. Er is vervolgens meer externe structuur geboden en er is een omgangsadvies opgesteld. Echter had dit niet het beoogde effect. Daaropvolgend werd in de zomer 2025 een verdere achteruitgang in het functioneren van betrokkene gezien. Dit bleek uit momenten van achterdocht. Als voorbeeld benoemt hij dat betrokkene, toen zij haar kleding kwijt was, aangaf dat die kleding was gestolen. Op een later moment meende zij haar kleding terug te zien op de televisie. Ook was er sprake van dwaalgedrag en raakte betrokkene op andere momenten in discussie met medebewoners, wat leidde tot agitatie en conflicten. Op basis van neurologisch onderzoek is bij betrokkene een psycho geriatrische aandoening, te weten Alzheimer dementie en vaatproblematiek gediagnostiseerd. De afdeling, waar betrokkene nu is opgenomen, is echter specifiek bedoeld voor cliënten die zijn aangewezen op zorg in verband met een somatische aandoening. Al wat tot dusver aan extra zorg en ondersteuning is ingezet, waaronder ook dagbesteding en gym- en beweegactiviteiten, is bij elkaar onvoldoende gebleken om ervoor te zorgen dat betrokkene op de huidige afdeling voldoende veilig en verantwoord kan blijven wonen. [accommodatie] wordt voor betrokkene als de meest passende zorglocatie gezien. Er is daar op dit moment nog geen plek voorhanden. Er is besloten tot de aanvraag van een rechterlijke machtiging, nadat bleek dat betrokkene alsnog niet instemde met een verhuizing naar een andere zorgaccommodatie en zij liet blijken in de huidige zorgaccommodatie te willen blijven wonen. Een eventuele tussenoplossing zou kunnen zijn dat betrokkene, in afwachting van het beschikbaar komen van een plek op de locatie [accommodatie] , tijdelijk zal komen te wonen op een andere meer bij haar ziektebeeld passende afdeling van de zorgaccommodatie waar zij nu al is. Echter zal betrokkene, naar het zich nu laat aanzien, ook daaraan niet vrijwillig mee willen meewerken. Met deze toelichting kan hij achter het verzoek staan. Ook kan hij meegaan in de opmerking van de advocaat van betrokkene dat de termijn, waarbinnen de rechterlijke machtiging als die wordt verleend moet worden geëffectueerd, voldoende ruim is om het beschikbaar komen van een plek bij [accommodatie] af te wachten en daarmee een extra tussentijdse verhuizing mogelijk kan worden voorkomen.
3.3.
De basisarts en de verzorgende sluiten zich aan bij dat wat door de specialist ouderengeneeskunde naar voren is gebracht. De verzorgende licht daarop toe dat zij zich zeker realiseert dat het voor betrokkene vervelend is om te moeten verhuizen. Echter staat daar tegenover dat betrokkene bij het [accommodatie] betere bij haar psycho geriatrisch ziektebeeld passende zorg, structuur en ondersteuning zal kunnen krijgen. Een extra tussentijdse verhuizing, ook als dit naar een andere afdeling binnen de huidige zorgaccommodatie is, zal door betrokkene niet worden ervaren alsof zij nog in de haar vertrouwde omgeving is en heeft daarom niet de voorkeur.
3.4.
De partner van de kleinzoon van betrokkene merkt op dat zij in eerste instantie vraagtekens plaatste bij het verzoek tot het verlenen van een rechterlijke machtiging. De mondelinge toelichtingen ter zitting hebben ervoor gezorgd dat zij daarover meer duidelijkheid heeft gekregen. Zij acht het in elk geval van belang voor betrokkene dat een extra verhuizing betrokkene bespaard blijft.
3.5.
De advocaat van betrokkene voert aan dat haar cliënt in het voorgesprek duidelijk heeft gemaakt dat zij haar huidige verblijf in de zorgaccommodatie als erg prettig ervaart. Dit niet in de minste plaats vanwege het mooie uitzicht dat zij heeft. Ook verzorgt zij zichzelf goed en houdt zij zich stipt aan de dagstructuur van de accommodatie. Af en toe krijgt zij bezoek van een vriendin, die haar ergens mee naartoe neemt. Betrokkene herkent zich daarom niet in het ernstig nadeel of mogelijk risico daarop, als in de medische verklaring omschreven. Voor zover er rondom haar persoon al zorgen bestaan zijn die niet van dien aard en omvang dat daarvoor zorg in een andere zorgaccommodatie en in verplichte vorm noodzakelijk is. Met deze toelichting stelt zij zich namens betrokkene op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot opname en verblijf. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring, en de mondelinge behandeling ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening samen met een psychische stoornis, te weten multipele cognitieve stoornissen op alle gebieden passend bij een mengbeeld dementie.
4.3.
Ook is gebleken dat het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening en stoornis leidt tot ernstig nadeel, bestaande uit:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige materiële schade;

- ernstige immateriële schade;

- ernstige financiële schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang.

Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat gezien wordt dat door het progressieve verloop van de psycho geriatrische aandoening er sprake is van achteruitgang bij betrokkene in haar functioneren. Er is sprake van verminderd tijdsbesef en afgenomen zelfverzorging. Ook kent betrokkene vaker momenten waarop sprake is van achterdocht en dwaalgedrag. Daarnaast zorgt haar gedrag ervoor dat zij sneller met medebewoners in conflict raakt of dat zij zelf juist ontregeld raakt onder invloed van prikkels en het gedrag/reacties van medebewoners.
4.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene dient daarvoor, rekening houdend met haar ziektebeeld en -verloop en de toegenomen zorgbehoefte naar een andere zorglocatie te verhuizen, die daarvoor als het best passend wordt beschouwd. Betrokkene verzet zich hiertegen.
4.5.
Niet is gebleken van minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.6.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een machtiging tot opname en verblijf verlenen voor de duur van zes maanden, als verzocht.
<nr>5</nr>De beslissing
De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor:

[betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1936 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 oktober 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 17 april 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Artikel delen