ECLI:NL:RBZWB:2026:3937text/xmlpublic2026-05-28T13:06:512026-05-11Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Zeeland-West-Brabant2026-04-10C/02/445199 / FA RK 26-880UitspraakRekestprocedureNLBredaCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3937text/htmlpublic2026-05-28T13:05:492026-05-28Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBZWB:2026:3937 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 10-04-2026 / C/02/445199 / FA RK 26-880 Gezagsbeëindiging van ouders. Voogdij bij GI.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/445199 / FA RK 26-880
Datum uitspraak: 10 april 2026 Beschikking van de rechtbank over de gezagsbeëindiging in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming,
Eindhoven,
hierna te noemen: de Raad, over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedag 1] 2024 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] . De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
ingeschreven op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. T. van Riel uit Breda,
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
ingeschreven op een briefadres in [plaats] , nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie] ,
advocaat mr. R. Shahbazi uit Den Haag, Jeugdbescherming Brabant, locatie Etten-Leur,
hierna te noemen de GI,
wonende in Etten-Leur. De rechtbank merkt als informant aan: de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Brabant, hierna te noemen de GI. 1Het verloop van de procedure1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- mr. E.H. van de Gein, waarnemend advocaat van de vader;
- de advocaat van moeder;
- een vertegenwoordiger van de Raad. 2De feiten2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 juni 2024 [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI. De kinderrechter van de rechtbank Noord-Nederland heeft bij beschikking van 7 november 2024 een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg. Bij beschikking van 20 november 2024 heeft de kinderrechter van de rechtbank Noord-Nederland een machtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder dan wel in een voorziening voor pleegzorg tot 20 juni 2025. Deze maatregelen zijn steeds verlengd, laatstelijk tot 20 juni 2026. 2.3.
[minderjarige] verblijft sinds 27 november 2024 in het huidige perspectief biedend pleeggezin. 2.4. De GI heeft zich bij brief van 3 februari 2026 bereid verklaard om de voogdij te aanvaarden. 3Het verzoek3.1. De Raad verzoekt het gezag van de ouders te beëindigen en de GI tot voogd over [minderjarige] te benoemen en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De standpunten4.1. Volgens de Raad is een gezagsbeëindigende maatregel nodig voor [minderjarige] . Weliswaar groeit zij op in een veilige en stabiele omgeving en verloopt haar ontwikkeling nu leeftijdsadequaat, maar de impact van het huiselijk geweld, wisselingen van opvoedomgeving en het alcohol (en andere middelen)gebruik van de moeder tijdens de zwangerschap zijn nog niet bekend. [minderjarige] heeft daarnaast geen contact met haar ouders: met de moeder sinds november 2024 niet meer en met de vader is er nooit contact geweest. Ouders zijn al geruime tijd niet beschikbaar, komen niet in contact met [minderjarige] en informeren ook niet naar haar. Ouders geven geen invulling aan hun gezag. De Raad verwacht niet, gezien de jarenlange patronen die zich blijven herhalen, dat hierin op korte termijn verandering zal komen. Ouders zijn niet in staat om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] binnen de aanvaardbare termijn te dragen, omdat zij geen contact hebben met de GI en pleegzorg om een band op te kunnen bouwen met [minderjarige] . [minderjarige] heeft ouders nodig die betrouwbaar en voorspelbaar zijn om met hen in contact te komen. Dit lukt ouders al geruime tijd niet. Ook met hulpverlening lukt het ouders niet om dit te realiseren. De dynamiek van de relatie tussen ouders maakt dat het ouders niet lukt om onafhankelijk van elkaar ouder te zijn voor [minderjarige] en samen zorgen zij voor onveiligheid en onrust. Dit alles maakt dat sprake is van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] . De termijn dat [minderjarige] in onzekerheid kan verblijven over waar zij zal opgroeien, is verstreken. Het is belangrijk dat zij een verdere hechtingsrelatie aan kan gaan met haar pleegouders, waar zij sinds 27 november 2024 verblijft. Volgens de Raad dient de GI de voogdij over [minderjarige] te krijgen. Een onafhankelijk persoon moet de regie en veiligheid waarborgen. Er dient vanuit hulpverlening zicht te komen op ouders om een inschatting te maken of zij stabiel genoeg zijn om in contact te komen met [minderjarige] . Dit vereist expertise en kennis van de sociale kaart. Dit kan momenteel niet belegd worden bij pleegouders. Ouders en pleegouders kennen elkaar niet en er ligt geen fundament om op te bouwen. De GI kan zorgdragen voor de continuïteit van [minderjarige] door verbinding te blijven zoeken met haar ouders en belangrijke anderen. De door de vader aangedragen nicht om de voogdij te dragen over [minderjarige] heeft niet de voorkeur van de Raad. Ook tussen [minderjarige] en de nicht van vader bestaat geen contact en er is geen nauwe band. Het is aan de GI om dit verder vorm te geven, mits dit in het belang van [minderjarige] wordt geacht. Daarvoor is het echter wel nodig dat de vader in contact is en blijft met de GI. 4.2. De moeder is het eens met het verzoek van de Raad. Zij heeft wel moeite met de wijze waarop de Raad haar heeft neergezet in de rapportage. Zij wil in de toekomst graag contact, maar moet eerst aan zichzelf werken en orde op zaken stellen.
Op de zitting heeft de advocaat van de moeder verklaard dat het hem niet is gelukt om contact te leggen met de moeder. Wel heeft hij de stukken naar haar doorgestuurd. Hij heeft benadrukt dat uit de raadsrapportage naar voren is gekomen dat er bij pleegouders een fijne plek is voor [minderjarige] en dat de moeder op de hoogte wil blijven van [minderjarige] . Hij refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. 4.3. De vader geeft aan dat hij zijn gezag niet af wil staan. Hij realiseert zich dat hij nu zijn gezag niet kan uitoefenen en dat hij [minderjarige] niet zelf kan verzorgen en opvoeden. Hij wil graag dat [minderjarige] in zijn familie wordt opgenomen.
Op de zitting heeft de waarnemend advocaat verklaard dat mr. Shahbazi met de vader heeft gesproken. De vader voert geen verweer (meer) tegen het verzoek van de Raad. Wel heeft hij de hoop dat zijn ouders [minderjarige] mogen zien. 5De beoordeling5.1. De rechtbank is van oordeel dat aan de wettelijke vereisten voor beëindiging van het gezag van de ouders is voldaan en zal het verzoek toewijzen. De rechtbank legt hierna uit waarom. 5.2. Het doel van een kinderbeschermingsmaatregel, zoals beëindiging van het gezag, is de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige weg te nemen als de ouders daartoe niet in staat zijn. Het gevolg van het beëindigen van het gezag moet in een redelijke verhouding staan tot dat doel. Als de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige kan worden weggenomen met een lichtere maatregel dan gezagsbeëindiging, dan beëindigt de rechtbank het gezag niet. Omdat beëindiging van het gezag ingrijpt in het privé- en gezinsleven van de ouders en de minderjarige beoordeelt de rechtbank ook of de maatregel niet onnodig ingrijpend is. De belangen van de minderjarige staan voor de rechtbank bij haar beslissing voorop. De rechtbank weegt deze belangen zorgvuldig af tegen de belangen van de ouders. 5.3. Naar het oordeel van de rechtbank wordt de ontwikkeling van [minderjarige] ernstig bedreigd en kunnen de ouders de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] niet binnen een aanvaardbare termijn dragen. Er is sprake van langdurige en structurele onmacht aan de zijde van de ouders om de verzorging en opvoeding van [minderjarige] op zich te nemen. Daarnaast is er een totaal gebrek aan samenwerking en zijn er risico’s met betrekking tot het geweld tussen ouders. Het forse middelengebruik en de persoonlijke problematiek van ouders maakt het op dit moment onmogelijk om het opvoederschap van ouders in kaart te brengen. Door de jaren heen is hierin ook een patroon zichtbaar geworden, daar waar het gaat om aantrekken en afstoten tussen ouders onderling. De zeer vele hulpverlenings-trajecten hebben voor ouders helaas geen duurzaam resultaat opgeleverd om dit patroon te doorbreken, mede omdat ouders niet in staat zijn gebleken om afspraken na te komen. De vader is op dit moment gedetineerd. Verder zijn ouders meermaals niet bereikbaar gebleken voor de GI - vanwege hun zwervend bestaan - en zijn zij ook niet op de hoogte van de ontwikkelingen van [minderjarige] . Er is al langere tijd geen contact tussen [minderjarige] en de moeder. De vader heeft [minderjarige] nog nooit gezien. Ouders tonen ook geen interesse in [minderjarige] . Ouders zijn naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet in staat om beslissingen te nemen die in het belang zijn van [minderjarige] . Daarnaast dienen gezagsbeslissingen voortvarend genomen te kunnen worden. Gebleken is echter al dat ouders meermaals onbereikbaar zijn geweest voor de GI en hulpverlening voor [minderjarige] vertraging op heeft gelopen. Het verkrijgen van een identiteitsbewijs voor [minderjarige] is ook moeizaam verlopen. De rechtbank ziet niet in dat de ontwikkelingsdreiging van [minderjarige] binnen een voor haar aanvaardbare termijn kan worden weggenomen, gelet op het belaste verleden en het zich herhalende patroon van geweld en middelengebruik tussen en door ouders. Het behouden van het ouderlijk gezag door ouders acht de rechtbank dan ook niet in het belang van [minderjarige] . Continuïteit in de opvoedsituatie, veiligheid en emotionele rust acht de rechtbank essentieel voor de ontwikkeling van [minderjarige] . Ouders zijn nu en in de nabije toekomst niet in staat dit te bieden aan [minderjarige] . De rechtbank zal daarom het ouderlijk gezag van beide ouders beëindigen. 5.4. Door de beëindiging van het gezag van de ouders is er niemand meer om gezagsbeslissingen over [minderjarige] te nemen. De rechtbank benoemt daarom een voogd over [minderjarige] die voortaan de gezagsbeslissingen neemt. De GI heeft verklaard dat te willen doen. De rechtbank is van oordeel dat de GI de voogdij moet krijgen. Er bestaat namelijk nog veel onduidelijkheid over de (on)mogelijkheden van ouders in het contact met [minderjarige] en het gaat om een geheime plaatsing. De rechtbank is met de Raad van oordeel dat het voorgaande niet belegd kan worden bij pleegouders. Een onafhankelijk persoon dient de regie en veiligheid te waarborgen. 5.5. De beslissing tot de beëindiging van het ouderlijk gezag wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. 5.6. De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6De beslissing De rechtbank: 6.1. beëindigt het ouderlijk gezag van [de vader], geboren op [geboortedag 2] 1986, en [de moeder], geboren op [geboortedag 3] 1984, over [minderjarige], geboren op [geboortedag 1] 2024 in [geboorteplaats] ; 6.2. benoemt Stichting Jeugdbescherming Brabant, gevestigd te Etten-Leur tot voogd over genoemde minderjarige; 6.3. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. van de Kraats, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026, in aanwezigheid van mr. Tillie als griffier. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 8 EVRM en artikel 3 IVRK. Artikel 1:266, eerste lid, onder a, BW. Artikel 1:275, eerste lid, BW. Artikel 2 Besluit gezagsregisters.