Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBZWB:2026:4946

Verstek.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2026:4946 text/xml public 2026-08-06T09:58:56 2026-06-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-06-03 C/02/443070 / FA RK 25-6467 Uitspraak Rekestprocedure Verstek NL Breda Civiel recht Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:4946 text/html public 2026-08-06T09:58:21 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:4946 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-06-2026 / C/02/443070 / FA RK 25-6467
Verstek.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/443070 / FA RK 25-6467

Datum uitspraak: 3 juni 2026

Beschikking echtscheiding

in de zaak van

[de vrouw] ,

hierna te noemen de vrouw,

wonend in [plaats 1] ,

advocaat mr. W.H.P. de Jongh uit Roosendaal,

en

[de man] ,

hierna te noemen de man,

zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland.
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift van de vrouw met bijlage(n), ontvangen op 15 december 2025;

het betekeningsexploot;

de brieven van mr. De Jongh van 23 februari 2026 en 25 maart 2026 met bijlage(n), waaronder een gewijzigd verzoekschrift;

de brief van de griffier van deze rechtbank van 20 maart 2026 aan mr. De Jongh.
1.2.
De man heeft geen verweerschrift ingediend binnen de termijn die daarvoor staat.
1.3.
Een zitting heeft niet plaatsgevonden.
<nr>2</nr>Wat vaststaat 2.1.
Op basis van de overgelegde stukken, waaronder de door de vrouw bij de gemeente Oisterwijk afgelegde verklaring onder ede, concludeert de rechtbank dat partijen op [datum 1] 2009 te [plaats 2] , Eritrea, rechtsgeldig met elkaar zijn gehuwd naar het recht van Eritrea. Ingevolge het bepaalde in artikel 10:31 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt dit huwelijk in Nederland erkend.
2.2.
De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit en de man heeft een onbekende nationaliteit.
2.3.
Het minderjarige kind is [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2018 in [geboorteplaats] .
<nr>3</nr>De beoordeling
De bevoegdheid van de rechtbank en het recht dat van toepassing is
3.1.
De rechtbank is bevoegd te beslissen op het verzoek van de vrouw en Nederlands recht is van toepassing.

Het ontbreken van het ouderschapsplan (ontvankelijkheid)
3.2.
In de wet staat dat een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan moet bevatten dat beide partijen hebben ondertekend. In het ouderschapsplan staan de afspraken die partijen over hun kind hebben gemaakt. Deze afspraken moeten in ieder geval gaan over de manier waarop zij de zorg over hun kind zullen verdelen, hoe zij elkaar over hun kind zullen informeren en raadplegen en hoe zij de kosten van hun kind zullen delen.
3.3.
De vrouw heeft geen ouderschapsplan ingediend.
3.4.
De rechtbank is van oordeel dat de vrouw ontvankelijk is in haar verzoek tot echtscheiding ondanks dat een ouderschapsplan ontbreekt. Dat wil zeggen dat de rechtbank het verzoek tot echtscheiding in behandeling neemt. Uit de ingediende stukken, waaronder de beschikking van deze rechtbank van [datum 2] 2021, staat vast dat de man niet de biologische vader van [minderjarige] is. Verder heeft de vrouw onweersproken gesteld dat zij en de man elkaar circa vijftien jaar niet meer hebben gezien of contact met elkaar hebben gehad.Echtscheiding
3.5.
De rechtbank spreekt de echtscheiding tussen partijen uit. De vrouw verzoekt dit en stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat partijen niet samen verder kunnen als echtgenoten. De man voert geen verweer.Nevenvoorzieningen
3.6.
De vrouw verzoekt te bepalen dat zij na de echtscheiding met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] belast zal zijn. Ter onderbouwing voert zij aan dat de man weliswaar de juridische vader van [minderjarige] is, omdat hij tijdens het huwelijk van partijen is geboren, maar het staat vast dat [minderjarige] een andere biologische vader heeft. [minderjarige] en de man kennen elkaar niet. De man voert geen verweer.
3.7.
De rechtbank wijst de nevenvoorziening met betrekking tot het gezag toe, omdat deze beslissing in het belang van het kind is. Uit de stukken komt onweersproken naar voren dat [minderjarige] en de man elkaar niet kennen, zij geen biologische band hebben en de vrouw niet weet waar de man verblijft.

Uitvoerbaar bij voorraad
3.8.
De vrouw verzoekt de rechtbank de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat deze blijft gelden, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. De rechtbank wijst het verzoek toe, behalve voor de echtscheiding. De echtscheiding kan de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het huwelijk pas eindigt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
<nr>4</nr>De beslissing
De rechtbank:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum 1] 2009 in [plaats 2] , Eritrea;
4.2.
bepaalt dat de vrouw alleen het gezag uitoefent over [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2018 in [geboorteplaats] , vanaf de dag dat de beschikking tot echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;
4.3.
verzoekt de vrouw een bewijs van inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand toe te sturen aan de griffie van de rechtbank, waarna aantekening wordt gemaakt van de wijziging van het gezag in het gezagsregister;
4.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, behalve de beslissing onder 4.1.;
4.5.
wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. Benjaddi, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van Van den Broek-Daemen, griffier op 3 juni 2026.

Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.

Echtscheiding: art. 3 Brussel II-ter en art. 10:56 BW.Ouderlijke verantwoordelijkheid: art. 7 Brussel II-ter en art. 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996.

Artikel delen