Verlenging ots kordurend; toewerken naar afronding en borging
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 July 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:5697
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
28-06-2026
Datum publicatie
27-07-2026
Zaaknummer
C/02/447640 / JE RK 26-742
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
ECLI:NL:RBZWB:2026:5697text/xmlpublic2026-07-27T15:36:252026-06-28Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Zeeland-West-Brabant2026-05-28C/02/447640 / JE RK 26-742UitspraakRekestprocedureBeschikkingNLMiddelburgCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5697text/htmlpublic2026-07-27T15:36:022026-07-27Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBZWB:2026:5697 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 28-05-2026 / C/02/447640 / JE RK 26-742 Verlenging ots kordurend; toewerken naar afronding en borging
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/447640 / JE RK 26-742
Datum uitspraak: 28 mei 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING EN RECLASSERING,
hierna te noemen de Gecertificeerde Instelling (de GI),
gevestigd te Eindhoven, over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende te [plaats] ,
mr. S.J. Nijssen te Goes. De kinderrechter merkt als informant aan:
[de biologische vader] ,
hierna te noemen: de (biologische) vader.
wonende te [plaats] . 1Het verloop van de procedure1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 april 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI. 1.3. De biologisch vader is, hoewel correct opgeroepen, niet verschenen. 1.4. De heer [persoon] , voormalig juridisch vader, heeft aangegeven niet meer uitgenodigd te willen worden voor zittingen aangaande de ondertoezichtstelling. Dit is gelet op zijn verzoek en gelet op de beschikking van 24 juli 2025 van het Hof ’s-Hertogenbosch ook niet gebeurd. 2De feiten2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. De erkenning van de heer [persoon] is bij beschikking van 24 juli 2025 door het Hof ’s-Hertogenbosch vernietigd. 2.3.
[minderjarige] woont bij de moeder. 2.4. Bij beschikking van 5 juni 2023 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 5 juni 2023 en tot 5 juni 2024. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 5 juni 2026. 3Het verzoek3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De standpunten4.1. De GI stelt dat er groei zichtbaar is in de gestelde doelen. De rollen van eenieder zijn inmiddels duidelijk. De omgang die is vastgesteld tussen de heer [persoon] en [minderjarige] wordt nagekomen. De ouders, te weten de moeder en de biologisch vader, zijn nu samen in mediation en dat loopt goed. De doelen zoals gesteld zijn daarmee behaald. Punten waaraan nog verder kan worden gewerkt, kunnen ook in het vrijwillig kader worden opgepakt. Er wordt verlenging van de ondertoezichtstelling verzocht voor de duur van drie maanden, zodat de GI de afspraken en hulp goed kan borgen en daarna kan gaan afsluiten. Als de ondertoezichtstelling nu eindigt, mag de GI daarin ook geen werkzaamheden meer verrichten. 4.2. De moeder heeft tijdens de zitting verklaard dat het goed gaat met [minderjarige] . Ze is pienter en slim. De ouders (moeder en biologisch vader) hebben afspraken gemaakt over de omgang en hetgeen zij moeten doen als de vader een afspraak niet kan nakomen, bijvoorbeeld tijdens ziekte of onregelmatige diensten. Door middel van mediation kunnen zaken uitgesproken worden. De communicatie verloopt nu veel beter. De moeder krijgt hulp vanuit [hulpverlening] en de moeder vindt die hulp erg prettig. [minderjarige] begrijpt niet altijd waarom ze omgang moet hebben met de buurman. Soms wil [minderjarige] liever met haar vriendinnen gaan spelen. De heer [persoon] heeft overigens nooit een vaderrol vervuld. De ondertoezichtstelling kan wel stoppen, want de doelen zijn behaald. 4.3. Namens de moeder is tijdens de zitting naar voren gebracht dat de moeder liever zou willen dat de ondertoezichtstelling wordt beëindigd, omdat de doelen zijn behaald. In hoger beroep is de vastgestelde omgangsregeling met de heer [persoon] bevestigd. De moeder wil deze regeling daarom ook nakomen, hoewel [minderjarige] niet altijd begrijpt waarom zij naar de buurman toe moet. Soms wil [minderjarige] liever met haar vriendinnen gaan spelen. De ondertoezichtstelling kan worden afgesloten middels een borgingsplan. Dat kan ook in het vrijwillig kader gebeuren. 5De beoordeling5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Gelet op de stukken en de mondelinge behandeling stelt de kinderrechter vast dat er de afgelopen periode sprake is geweest van een positieve ontwikkeling bij [minderjarige] . [minderjarige] ontwikkelt zich goed, haar veiligheid en welzijn zijn geborgd. De ouders (moeder en biologisch vader) zetten stappen in het verbeteren van hun pedagogische vaardigheden met behulp van [hulpverlening] en zijn samen stappen aan het zetten om de onderlinge communicatie te verbeteren door middel van SCHIP-therapie. Ook de moeder bemerkt hierin verbetering. De GI constateert daarom dat de belangrijke ontwikkelingsbedreigingen in het leven van [minderjarige] sterk zijn verminderd. De moeder heeft haar opvoedingsvaardigheden verbeterd – daarbij ondersteund door [hulpverlening] – en [minderjarige] ontwikkelt zich zowel thuis als op school naar verwachting. Ook heeft zij meer duidelijkheid over de rollen van de verschillende volwassenen om haar heen. De moeder houdt zich daarnaast aan de vastgestelde omgangsregeling tussen de heer [persoon] en [minderjarige] en faciliteert deze ook. Hoewel de kinderrechter begrijpt dat de moeder liever niet wil dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd, vindt de kinderrechter deze verlenging nog wel noodzakelijk in het belang van [minderjarige] . In het verleden is het nodige gebeurd en is de situatie erg onrustig geweest, niet alleen voor [minderjarige] , maar ook voor de moeder. De kinderrechter vindt het derhalve belangrijk dat de hulp goed wordt geborgd, waarbij belangrijke afspraken moeten worden vastgelegd. De bedoeling is dat de hulpverlening die nu nog loopt, goed kan worden overgedragen naar het vrijwillig kader. In deze periode kan ook toetsing plaatsvinden door de Raad voor de Kinderbescherming of de ondertoezichtstelling afgesloten kan worden. Om zorgvuldige borging en afsluiting te kunnen realiseren, acht de kinderrechter het van belang dat de ondertoezichtstelling van [minderjarige] nog voor een korte periode wordt verlengd. De kinderrechter zal gelet daarop het verzoek toewijzen voor de duur van drie maanden, te weten met ingang van 5 juni 2026 en tot 5 september 2026. 5.2. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 5.3. De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. 5.4. Dit leidt tot de volgende beslissing. 6De beslissing De kinderrechter: 6.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 5 juni 2026 en tot
5 september 2026; 6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. Zuijdweg, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026, in aanwezigheid van Casant als griffier en schriftelijk uitgewerkt op 12 juni 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:260 BW. Artikel 2 Besluit gezagsregisters