Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBZWB:2026:5970

Zorgmachtiging op zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden, geheel voorwaardelijk

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2026:5970 text/xml public 2026-08-06T13:01:04 2026-07-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-06-03 C/02/448372 / FA RK 26-2595 Uitspraak Rekestprocedure Beschikking NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5970 text/html public 2026-08-06T12:03:52 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:5970 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-06-2026 / C/02/448372 / FA RK 26-2595
Zorgmachtiging op zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden, geheel voorwaardelijk
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/448372 / FA RK 26-2595

Datum uitspraak: 3 juni 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1971 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene,

wonend op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. H. Hooijer uit Zeist.
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van 19 mei 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 20 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juni 2026, op het thuisadres van betrokkene. Daarbij zijn verschenen en gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

- mevrouw [persoon 1] , GGZ-agoog;

- de heer [persoon 2] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige (hierna: SPV’er).
<nr>2</nr>Wat vaststaat 2.1.
Bij beschikking van 12 december 2025 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 12 juni 2026.
<nr>3</nr>Het verzoek 3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden, met de volgende vormen van verplichte zorg:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- het opnemen in een accommodatie.

4. De standpunten
4.1.
Betrokkene benoemt tijdens de zitting dat het goed met haar gaat. Zij is de laatste tijd wel heel erg moe en krijgt daardoor bijna niets gedaan. Betrokkene is hiervoor al naar de huisarts geweest. Psychisch gaat het goed. Volgens betrokkene is bij haar de verkeerde diagnose gesteld. Zij is namelijk belast met ernstige, meervoudige trauma’s, en niet met een psychische stoornis. De verzochte zorgmachtiging vindt betrokkene heel erg traumatiserend, omdat zij een hoge opleiding heeft genoten. Daarbij benoemt betrokkene dat zij voorheen vrijwillige zorg ontving, en dat zij toen was gestopt met het innemen van medicatie. Dit leidt ertoe dat betrokkene zich terugtrekt van alles en iedereen. Betrokkene zou de benodigde zorg en medicatie graag weer in het vrijwillig kader voortzetten. Zij vindt de ondersteuning fijn en zij heeft weliswaar moeite met de medicatie, maar zij accepteert deze wel. Betrokkene stemt daarom in met een zorgmachtiging waarbij de zorgvormen enkel kunnen worden ingezet onder de voorwaarde dat zij haar medicatie niet meer inneemt of in het geval er ernstig nadeel optreedt.
4.2.
De advocaat benoemt allereerst dat het verzoek niet aan de wettelijke vereisten voldoet nu er geen recent behandelplan is bijgevoegd en er dus recente informatie over het welbevinden van betrokkene ontbreekt. De officier van justitie dient daarom niet ontvankelijk te worden verklaard of het verzoek dient te worden afgewezen. Vervolgens benoemt de advocaat dat het verzoek niet tijdig is ingediend en derhalve voor maximaal zes maanden kan worden toegewezen. Ook merkt de advocaat op dat betrokkene in het – weliswaar gedateerde – behandelplan wilsbekwaam wordt geacht. Als betrokkene dus aangeeft dat zij geen zorgmachtiging wenst, moet dat gevolgd worden. Daarbij komt dat betrokkene goed in contact is met de hulpverlening en de medicatie inneemt. Het is ook onjuist dat betrokkene voorafgaand aan haar vorige opname een tuinman zou hebben bedreigd met een mes. Het verzoek dient dus te worden afgewezen. Mocht het verzoek worden toegewezen, dan dient de zorgvorm het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen te worden afgewezen, nu deze tijdens de vorige opname niet nodig is geweest.
4.3.
De GGZ-agoog benoemt dat het tijdens de vorige, nog vrij recente, opname van betrokkene in [stichting] niet goed ging met betrokkene. Nu gaat het een stuk beter met betrokkene, maar een nieuwe ontregeling en opname van betrokkene moeten worden voorkomen en daar is een zorgmachtiging voor nodig.
4.4.
In aanvulling op de GGZ-agoog benoemt de SPV’er dat betrokkene in het verleden is gestopt met het innemen van medicatie en dat betrokkene van mening blijft dat zij geen medicatie nodig heeft. Om ervoor te zorgen dat het goed met betrokkene blijft gaan zijn daarom het onderhouden van contact met de hulpverlening en de inzet van medicatie nodig als vormen van verplichte zorg
<nr>5</nr>De beoordeling
Niet tijdige indiening verzoekschrift
5.1.
Op grond van artikel 5:16, eerste lid, van de Wvggz deelt de officier van justitie, na de schriftelijke mededeling bedoeld in artikel 5:4, tweede lid, sub a, van de Wvggz, zijn schriftelijke en gemotiveerde beslissing of voldaan is aan de criteria voor verplichte zorg zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen vier weken, mee aan de in bedoeld wetsartikel genoemde personen. De officier van justitie dient vervolgens onverwijld een verzoekschrift tot een zorgmachtiging bij de rechter in (artikel 5:17, eerste lid, van de Wvggz).
5.2.
De rechtbank constateert dat de officier van justitie het verzoekschrift niet tijdig heeft ingediend. Op 20 april 2026 heeft de officier van justitie de geneesheer-directeur aangewezen. Vanaf die datum had de officier van justitie maximaal vier weken de tijd, derhalve tot 18 mei 2026, om een verzoekschrift tot het verlenen van een zorgmachtiging in te dienen. De officier van justitie heeft het verzoek op 20 mei 2026 ingediend.
5.3.
In zijn uitspraak van 5 maart 2021 heeft de Hoge Raad vastgesteld dat de wetgever aan een termijnoverschrijding als de onderhavige geen sanctie heeft verbonden en op die grond geoordeeld dat aan de niet-naleving van de in artikel 5:16 Wvggz genoemde termijnen niet het rechtsgevolg van niet-ontvankelijkheid wordt verbonden (ECLI:NL:HR:2021:349). Dit laat onverlet dat van de officier van justitie wordt verwacht dat hij het verzoek binnen de wettelijke termijnen indient dan wel zo spoedig mogelijk en dat er grenzen zijn aan de termijnoverschrijding. De rechtbank ziet in dit geval evenwel geen aanleiding vanwege de termijnoverschrijding het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren

Inhoudelijke beoordeling
5.4.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij volgt het verweer dat het zorgplan van betrokkene verouderd is niet en gaat voorbij aan de overige juridische bezwaren die de advocaat ter gelegenheid van de zitting naar voren heeft gebracht nu betrokkene nadien tijdens de zitting heeft ingestemd met een zorgmachtiging waarbij de zorgvormen geheel voorwaardelijk kunnen worden ingezet en nu aan de wettelijke vereisten is voldaan. De rechtbank zal dit hieronder toelichten.
5.5.
Uit de overgelegde stukken is het de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum en andere psychotische stoornissen. In het verleden is de diagnose schizofrenie van het paranoïde type bij betrokkene gesteld. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze door de onafhankelijke psychiater in de medische verklaring benoemde psychische stoornis te twijfelen.
5.6.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.7.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene ten tijde van decompensatie dreigend en agressief gedrag kan vertonen. De rechtbank begrijpt daarnaast dat er sprake is van aanhoudende psychotische belevingen en wanen, en een gebrek aan ziekte-inzicht. Tot slot neemt de rechtbank in overweging dat er een risico bestaat op verwaarlozing en maatschappelijke achteruitgang bij betrokkene, gezien de gespannen relatie van betrokkene met de buren, de overbelasting van haar moeder en de beperkte dagbesteding van betrokkene.
5.8.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.9.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene is ambivalent ten aanzien van de benodigde zorg en medicatie. Zij neemt de medicatie momenteel wel in, maar lijkt de noodzaak daarvan niet in te zien en is in het verleden gestopt met het innemen van medicatie, met een ernstige ontregeling en zorgelijk teruggetrokken gedrag tot gevolg. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.10.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie, onder de voorwaarde dat betrokkene geen medicatie meer inneemt of in het geval er ernstig nadeel optreedt;

- het verrichten van medische controles, onder de voorwaarde dat betrokkene geen medicatie meer inneemt of in het geval er ernstig nadeel optreedt;

- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, onder de voorwaarde dat betrokkene geen medicatie meer inneemt of in het geval er ernstig nadeel optreedt.

De rechtbank zal het verzoek voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg in de zorgmachtiging afwijzen, omdat daartoe naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.
5.11.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.12.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.13.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden, met ingang van heden en tot en met 3 juni 2027.
<nr>6</nr>De beslissing
De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1971 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.10. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 juni 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 9 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Artikel delen