ECLI:NL:RBZWB:2026:5991text/xmlpublic2026-08-05T12:29:312026-07-05Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Zeeland-West-Brabant2026-06-04C/02/406736 / FA RK 23-895UitspraakRekestprocedureBeschikkingNLMiddelburgCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5991text/htmlpublic2026-08-05T12:21:112026-08-05Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBZWB:2026:5991 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 04-06-2026 / C/02/406736 / FA RK 23-895 def zorgreg na UHA en Raadsrapport.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Middelburg
[Zaaknummer] [Rekestnummer]
zaaknummer: C/02/406736 / FA RK 23-895 beschikking d.d. 4 juni 2026 in de zaak van
[de vrouw]
,
wonende te [plaats 1] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat: mr. A.A. Broekman - de Feijter te Terneuzen, tegen
[de man] ,
wonende te [plaats 2] ,
hierna te noemen de man,
advocaat: mr. R.H. Wormhoudt te Ruinerwold. Ouders van het navolgende minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2015. Partijen zijn verder de ouders van de inmiddels jongmeerderjarige [persoon] . Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,
hierna te noemen: de Raad. 1Het verdere procesverloop1.1 De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- de beschikking van deze rechtbank van 14 december 2023 en alle daarin genoemde stukken;
- de van Kind in scheiding Zeeland (KisZ) op 17 juni 2025 ontvangen negatieve terugmelding;
- de brief van mr. Wormhoudt d.d. 17 juni 2025;
- de brief van mr. Broekman-de Feijter d.d. 23 juni 2025;
- het op 29 januari 2026 ingekomen rapport en advies van de Raad d.d. 26 januari 2026;
- het F-formulier van mr. Broekman-de Feijter d.d. 8 mei 2026; 1.2 De zaak is (laatstelijk) behandeld op de mondelinge behandeling van 27 februari 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. De man heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn advocaat. Verder was een vertegenwoordigster namens de Raad aanwezig. 1.3 Voornoemde minderjarige [minderjarige] is gelet op haar leeftijd in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken tijdens een kindgesprek. Dit gesprek heeft uiteindelijk op 18 mei 2026 via beeldbellen plaatsgevonden. 2De verdere beoordeling2.1 De rechtbank verwijst naar de beschikking van 14 december 2023 waarin, voor zover hier van belang, de echtscheiding in het huwelijk van partijen is uitgesproken, het hoofdverblijf van de destijds nog beide minderjarige kinderen ( [minderjarige] en [persoon] ) bij de vrouw is bepaald, en een door de man aan de vrouw te betalen kinderbijdrage van € 25,00 per kind per maand is bepaald. Verder zijn ouders – op hun verzoek – verwezen naar het Uniform Hulpaanbod (verder UHA) voor het volgen van een hulpverleningstraject waarbij partijen als ouders kunnen werken aan (het verbeteren van) hun onderlinge communicatie en alsnog een ouderschapsplan kunnen opstellen dan wel een zorgregeling tussen de man en de minderjarigen kunnen bewerkstelligen. De beslissing op het verzoek (van de man) met betrekking tot (het tot stand brengen van) de zorgregeling is aangehouden. 2.2 In geschil is nog de zorgregeling tussen de man en de minderjarige [minderjarige] . Uit de stukken volgt dat het UHA-traject niet is geslaagd waarna - overeenkomstig hetgeen hierover in voornoemde beschikking van 14 december 2023 is bepaald - de Raad onderzoek heeft verricht. De Raad heeft op 26 januari 2026 gerapporteerd en geadviseerd. De Raad adviseert in het belang van [minderjarige] dat de zorgregeling tussen beide ouders als volgt wordt verdeeld:
- [minderjarige] gaat in de schoolvakanties die korter duren dan twee weken 3 nachten naar vader. (Herfstvakantie, voorjaarsvakantie)
- [minderjarige] gaat in schoolvakanties die twee weken duren een week naar vader en is de andere week bij moeder. (Meivakantie en kerstvakantie)
- [minderjarige] gaat in de zomervakantie twee weken aaneengesloten naar vader.
- Ouders verdelen de feestdagen zoals Pasen, Pinksteren, koningsdag, hemelvaart bij helfte.
- [minderjarige] is op Vaderdag bij vader en op Moederdag bij moeder.
- De verjaardag van [minderjarige] wordt jaarlijks bekeken wat haalbaar is in verband met de schoolgang en reistijd naar de andere ouder. 2.3 Ter zitting is het advies van de Raad besproken. Door en namens de vrouw is desgevraagd verklaard dat wordt ingestemd met het advies. De vrouw heeft aanvullend verklaard dat zij het er niet mee eens is dat zij de reiskosten volledig moet voldoen van [persoon] , de jongmeerderjarige zoon van partijen, die met [minderjarige] meegaat naar de man tijdens de contactmomenten. 2.4 Namens de man is ter zitting door zijn advocaat ingestemd met het advies van de Raad. De man is blij met hoe het nu gaat. Gelet op de afstand is het ook niet mogelijk om een ruimere zorgregeling te bepalen. Voor wat betreft de verdeling van de feestdagen bij helfte tussen partijen is de man van mening dat hieronder ook de Islamitische feestdagen waaronder het Suikerfeest en offerfeest vallen. De advocaat van de man begrijpt dat mogelijk wordt beslist dat de reiskosten van beide kinderen tussen ouders worden gedeeld, maar hij weet niet of de man de draagkracht heeft om deze te kunnen voldoen. 2.5 De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank stelt vast dat partijen het eens zijn met het hiervoor onder rechtsoverweging 2.2 weergegeven advies van de Raad. De rechtbank acht de door de Raad geadviseerde zorgregeling eveneens in het belang van de minderjarige [minderjarige] en zal deze regeling op onderstaande wijze bepalen. De rechtbank zal daarbij aanvullend bepalen dat in beginsel ook de feestdagen, waaronder eveneens de Islamitische feestdagen bij helfte tussen partijen worden gedeeld. Mocht het niet lukken voor de man om hier – gelet op de afstand/reistijd met name bij eendaagse feestdagen – uitvoering aan te geven dan dienen partijen dit in onderling overleg aan te passen. De rechtbank gaat er verder van uit dat de reiskosten van beide kinderen in beginsel gedeeld worden tussen partijen. De rechtbank acht het niet redelijk dat deze kosten volledig voor rekening van de vrouw komen of door [persoon] zelf moeten worden voldaan. De rechtbank benadrukt dat het van belang is dat er regelmatig contacten plaatsvinden tussen [minderjarige] en haar vader. Door [minderjarige] is tijdens het kindgesprek verklaard dat ze het fijn zou vinden als er ook eenmaal per week een belcontact plaatsvindt met haar vader. De rechtbank zal mede om die reden aanvullend bepalen dat er eenmaal per week een belcontact plaatsvindt tussen de man en [minderjarige] op een doordeweekse avond, zulks in nader overleg tussen partijen te bepalen. 3De beslissing De rechtbank: bepaalt dat tussen de man en de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2015, een zorgregeling geldt zoals hiervoor in rechtsoverweging 2.2 en 2.5 is overwogen; wijst af hetgeen meer of anders is verzocht. Deze beschikking is gegeven door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026, in tegenwoordigheid van De Pooter, griffier. Mededeling van de griffier: Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het