Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBZWB:2026:5998

IBS.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2026:5998 text/xml public 2026-08-06T10:06:55 2026-07-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-06-04 C/02/448701 / FA RK 26-2762 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5998 text/html public 2026-08-05T15:42:36 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:5998 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 04-06-2026 / C/02/448701 / FA RK 26-2762
IBS.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448701 / FA RK 26-2762

Datum uitspraak: 4 juni 2026

Beschikking voortzetting inbewaringstelling

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1943 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats 1] ,

thans verblijvende in een [accommodatie] , locatie: [locatie] te [plaats 2] ,

advocaat mr. M.A.J. Timmermans-Roelands uit Bergen op Zoom.
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 juni 2026;

het proces-verbaal van de zitting van 2 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 juni 2026 in de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij zijn gehoord:

betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

[persoon 1] , verzorger;

[persoon 2] , specialist ouderengeneeskunde;

[persoon 3] , verpleegkundige.
1.3.
Ter zitting is gebleken dat betrokkene vanwege zijn fysieke toestand niet in staat was zijn bed te verlaten en een hele zitting bij te wonen. De rechtbank heeft betrokkene daarom, in aanwezigheid van zijn advocaat en behandelaar, in zijn kamer gehoord. Nadat betrokkene in de gelegenheid was gesteld zijn mening kenbaar te maken, is de behandeling van de zaak voortgezet in een afzonderlijke ruimte, waar de advocaat van betrokkene namens hem het woord heeft gevoerd. Vervolgens heeft de rechter de beslissing in persoon aan betrokkene medegedeeld.
<nr>2</nr>Wat vaststaat 2.1.
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in [plaats 3] . De burgemeester van Bergen op Zoom heeft de inbewaringstelling op 30 mei 2026 afgegeven.
<nr>3</nr>Het verzoek 3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.
<nr>4</nr>De standpunten 4.1.
Betrokkene brengt naar voren dat hij de opname overbodig vindt en zich opgesloten voelt. Daarnaast geeft hij aan zo spoedig mogelijk naar huis te willen terugkeren.
4.2.
De specialist ouderengeneeskunde verklaart dat betrokkene momenteel rustiger is geworden door de medicatie, maar dat hij bij opname zeer onrustig binnenkwam. Daarbij was betrokkene zeer agressief tegen personeel en politie. Daarnaast is bij betrokkene sprake van vasculaire dementie en is hij eerder opgenomen in het ziekenhuis na een herseninfarct. Ook gaf de echtgenote aan de zorg thuis niet meer te kunnen dragen. Momenteel wordt gezocht naar een passende woonvoorziening, nu er slechts beperkt accommodaties beschikbaar zijn die geschikt zijn voor deze vorm van agressief gedrag.
4.3.
De verzorger onderschrijft het standpunt van de specialist ouderengeneeskunde en voegt daaraan toe dat bij betrokkene sprake is van ernstig agressief gedrag, waarbij tevens een verantwoordelijkheid ligt richting de veiligheid van het personeel en de andere patiënten.
4.4.
De verpleegkundige brengt naar voren dat betrokkene heeft aangegeven dat hij haar dood wilde maken en dat hij haar heeft achtervolgd.
4.5.
De advocaat voert aan dat betrokkene naar huis wil. Betrokkene woont nog steeds thuis met zijn partner, waarbij de situatie volgens hem met ondersteuning van de thuiszorg goed verliep. Daarnaast acht betrokkene zich in staat om, met hulp van zijn partner en de thuiszorg, de noodzakelijke zelfzorg te blijven uitvoeren. Voorts benadrukt de advocaat dat betrokkene niet in een verpleeghuis wil verblijven. Om die reden verzoekt de advocaat om afwijzing van het verzoek.
<nr>5</nr>De beoordeling 5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige materiële schade;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene niet meer in staat is om zelfstandig te functioneren. Betrokkene is zowel verbaal als fysiek agressief richting het zorgpersoneel, hij heeft met een mes gedreigd en met een glas water gegooid. Daarnaast is sprake van suïcidaliteit. Betrokkene wilde namelijk van het dak springen. Er is bij betrokkene sprake van achterdocht en psychotische ontregeling. Het korte termijngeheugen van betrokkene is volledig aangedaan.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk vasculaire ziekte, dementieel syndroom.
5.5.
Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Uit de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, komt duidelijk naar voren dat betrokkene niet langer wenst te verblijven in de accommodatie.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
<nr>6</nr>De beslissing
De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1943 in [geboorteplaats] ;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 juli 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026 door mr. Jansen, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 15 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Artikel delen