Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBZWB:2026:6001

Afwijzing ingetrokken verzoek om de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2026:6001 text/xml public 2026-08-06T10:35:25 2026-07-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-06-04 C/02/440545 / JE RK 25-1788 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6001 text/html public 2026-08-05T15:43:18 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:6001 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 04-06-2026 / C/02/440545 / JE RK 25-1788
Afwijzing ingetrokken verzoek om de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/440545 / JE RK 25-1788

Datum uitspraak: 4 juni 2026

Nadere beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken

in de zaak van

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Etten-Leur,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2013 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. A.L. Witteveen uit Rotterdam,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

is in de procedure gekend de RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, Zeeland-

West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, om de kinderrechter over het

verzoek te adviseren.
<nr>1</nr>Het verdere verloop van de procedure 1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

de in deze zaak gegeven beschikking van 21 januari 2026 en alle daarin genoemde stukken;

de briefrapportage van de GI van 28 mei 2026, met bijlage.
1.2.
Naar aanleiding van onduidelijkheid bij de Raad en de advocaat van de moeder, is namens de kinderrechter aan beiden gecommuniceerd dat uit de briefrapportage van de GI niet uitdrukkelijk blijkt dat de GI de zitting niet wil laten doorgaan en dat de zitting om die reden blijft staan. Daarbij is aangegeven dat de kinderrechter er begrip voor heeft als partijen niet zullen verschijnen.
1.3.
Op de zitting met gesloten deuren van 4 juni 2026 zijn alleen de moeder en de advocaat verschenen en gehoord.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
In de in deze zaak gegeven beschikking van 21 januari 2026 heeft de kinderrechter het verzoek tot het wijzigen van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van [minderjarige] aangehouden.
<nr>3</nr>De nadere standpunten 3.1.
Bij briefrapportage van 28 mei 2026 heeft de GI bericht dat de ouders meewerken aan de hulpverlening vanuit [zorginstelling] . Er zijn nog wel aandachtspunten en de adviezen worden niet altijd opgevolgd. De komende periode zal [zorginstelling] met de ouders naar het ouderschapsplan kijken en te zijner tijd een gewijzigd plan laten vastleggen bij de rechtbank. De moeder en [minderjarige] zullen door middel van het intensieve traject van de [hulpverlening] , werken aan contactherstel. De GI vindt het positief dat de ouders zich actief blijven inzetten voor de hulpverlening vanuit [zorginstelling] . De GI ziet momenteel onvoldoende gronden om de omgang tussen [minderjarige] en de vader te wijzigen naar begeleide omgang en ziet geen aanleiding om het verzoek nog langer aan te houden. Het verzoek wordt om die reden ingetrokken.
3.2.
De moeder wil graag verder met de hulpverlening van [zorginstelling] . Zij staat ook achter het intensieve hulpverleningstraject van de [hulpverlening] . Sturing en kadering vanuit de GI is daarbij nog wel noodzakelijk. Helaas zijn de jeugdbeschermers de afgelopen tijd nagenoeg niet beschikbaar geweest, mede vanwege privéproblemen. De moeder heeft hier uiteraard begrip voor, maar daardoor lukt het de GI momenteel onvoldoende om de regie te voeren. Mogelijk moet een andere of een tijdelijke jeugdbeschermer worden aangesteld.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1.
Bij voormelde briefrapportage heeft de GI het verzoek ingetrokken. Gelet hierop is het belang bij verdere behandeling van het verzoek komen te vervallen. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.
<nr>5</nr>De beslissing
De kinderrechter:
5.1.
wijst het verzoek af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Joosen als griffier, en op schrift gesteld op 11 juni 2026.

Artikel delen