Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBZWB:2026:6007

Vervangende toestemming paspoort.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2026:6007 text/xml public 2026-08-06T10:03:25 2026-07-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-06-04 C/02/447280 / JE RK 26-671 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6007 text/html public 2026-08-05T15:42:21 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:6007 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 04-06-2026 / C/02/447280 / JE RK 26-671
Vervangende toestemming paspoort.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/447280 / JE RK 26-671

Datum uitspraak: 4 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over vervangende toestemming aanvraag paspoort

in de zaak van

de gecertificeerde instelling JEUGDBESCHERMING BRABANT,

gevestigd te Etten-Leur,

hierna te noemen de Gecertificeerde Instelling (de GI),

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2021 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats] .
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 16 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- een vertegenwoordiger van de GI.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 november 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 19 december 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 november 2025 de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 19 december 2026.
2.5.
De moeder heeft toestemming geweigerd voor de aanvraag van een Nederlandse ID-kaart of paspoort.
<nr>3</nr>Het verzoek 3.1.
De GI verzoekt op grond van artikel 36 lid 1 Paspoortwet vervangende toestemming te verlenen voor het verkrijgen van een Nederlands reisdocument ten behoeve van [minderjarige] . Daarbij verzoekt de GI de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
<nr>4</nr>De standpunten 4.1.
De GI handhaaft het verzoek. Het verzoek dateert al van april en het is uiteindelijk gelukt om het toestemmingsformulier van de moeder te ontvangen voor het aanvragen van een Nederlands reisdocument. Echter vraagt de gemeente bij de aanvraag ook een kopie van het identiteitsbewijs van de moeder. Die had zij niet bijgevoegd. Uiteindelijk bleek dat de moeder geen identiteitsbewijs heeft. De GI heeft begrepen dat er ook nog geen afspraak gepland staat om het identiteitsbewijs van de moeder te kunnen vervangen. De moeder geeft haar toestemming voor een Nederlandse identiteitskaart, maar de GI vraagt specifiek toestemming voor de aanvraag van een paspoort. Op die manier kunnen de pleegouders met [minderjarige] ook buiten Europa op vakantie gaan. Een eerder geplande vakantie naar Engeland moest worden gecanceld, omdat [minderjarige] geen identiteitsbewijs had. Er ligt een perspectiefbesluit en het is voor [minderjarige] belangrijk dat ze met het pleeggezin meekan op vakantie of uitjes naar het buitenland. Natuurlijk zal dit in overleg met de moeder gebeuren. Het gaat goed met [minderjarige] in het pleeggezin. Op dit moment is er geen contact tussen [minderjarige] en de moeder, in verband met een incident waarbij de moeder de omgangsbegeleidster fysiek heeft mishandeld en daarna heeft geprobeerd om [minderjarige] mee te nemen en te ontvoeren. De GI heeft aandacht voor de informatieverstrekking aan de moeder. Het geven van informatie over [minderjarige] kan voor de moeder ook een trigger zijn. Het middelengebruik speelt daarin ook een rol, evenals het horen van stemmen door de moeder. De moeder heeft het pleeggezin ook wel eens – tegen de afspraken in – thuis opgezocht. Dat is een heel onveilig moment geweest voor het pleeggezin. Om die reden is de behandeling van de moeder ook zo belangrijk. Het is zoeken naar de juiste balans. Er is ten aanzien van de moeder sprake van onmacht, niet van onwil. Dat geldt ook voor de aanvraag van een identiteitsbewijs voor [minderjarige] .
4.2.
De moeder heeft tijdens de zitting verklaard dat zij niet negatief tegenover het aanvragen van een identiteitsbewijs voor [minderjarige] staat. De moeder dacht dat haar eigen identiteitsbewijs in haar portemonnee zat, maar dat bleek niet meer het geval te zijn. Zij kan pas in augustus een afspraak maken met de gemeente om een nieuw identiteitsbewijs aan te vragen. Het maakt de moeder niet uit of er nu een paspoort wordt aangevraagd voor [minderjarige] , maar wat de moeder wel uitmaakt is dat ze zich zorgen maakt over [minderjarige] en heel weinig informatie krijgt over haar. De moeder wordt nauwelijks betrokken in het leven van [minderjarige] . Zij zou graag willen weten hoe het met [minderjarige] gaat, of ze het leuk vindt om op vakantie te gaan en wat haar bezighoudt, gewoon zoals een moeder dat graag wil weten van haar kind. De moeder had ook verwacht dat zij wel wat werkjes zou krijgen die [minderjarige] op school had gemaakt.
<nr>5</nr>De beoordeling 5.1.
Op grond van artikel 34, eerste lid, van de Paspoortwet, wordt bij een aanvraag (van een reisdocument) door of ten behoeve van een minderjarige een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent.
5.2.
In artikel 36 lid 1 van de Paspoortwet is geregeld dat bij een aanvraag voor een minderjarige die onder toezicht is gesteld en jonger is dan zestien jaar, indien een persoon die het gezag over de minderjarige uitoefent weigert een verklaring van toestemming af te geven, in plaats van die verklaring een verklaring van toestemming van de bevoegde rechter kan worden overgelegd. Lid 2 van dit artikel bepaalt onder meer dat de rechtbank een verklaring van toestemming kan afgeven op verzoek van een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. De kinderrechter neemt de beslissing die haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
5.3.
Op grond van de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken overweegt de kinderrechter als volgt. Gebleken is dat [minderjarige] geen identiteitsbewijs heeft. De kinderrechter onderschrijft het door de GI aangevoerde belang dat [minderjarige] over een reisdocument cq legitimatiebewijs kan beschikken. Dit is immers van belang voor vakanties, uitjes en medische bezoeken. De GI heeft herhaaldelijk geprobeerd om de toestemming van de moeder te verkrijgen, maar dat is steeds zonder resultaat geweest. De moeder heeft uiteindelijk en na herhaaldelijk aandringen van de GI schriftelijk ingestemd met de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart. Echter kan de moeder het identiteitsbewijs van [minderjarige] niet zelf aanvragen, omdat zij daarvoor een kopie van haar eigen identiteitskaart moet overleggen. Deze heeft zij op dit moment niet, hoewel de moeder heeft verklaard dat zij in augustus een afspraak heeft bij de gemeente om voor zichzelf een nieuw identiteitsbewijs aan te vragen. Onduidelijk is of dat daarna leidt tot het daadwerkelijk aanvragen van een paspoort voor [minderjarige] en op welke termijn dat zal zijn. Daar komt bij dat de moeder vooralsnog alleen schriftelijk heeft ingestemd met de aanvraag van een identiteitskaart voor [minderjarige] . De GI heeft naar het oordeel van de kinderrechter voldoende gemotiveerd waarom de vervangende toestemming moet zien op de aanvraag van een paspoort voor [minderjarige] . Gelet hierop acht de kinderrechter het in het belang van [minderjarige] dat vervangende toestemming wordt verleend om een paspoort aan te vragen. De kinderrechter zal het verzoek van de GI dan ook toewijzen.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
<nr>6</nr>De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verleent toestemming aan de GI – welke toestemming die van de moeder vervangt – voor de aanvraag van een Nederlands paspoort voor [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2021 in [geboorteplaats] ;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026 door mr. Zuijdweg, kinderrechter, in aanwezigheid van Casant als griffier, en op schrift gesteld op

19 juni 2026



Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel delen