Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBZWB:2026:6009

VCM.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2026:6009 text/xml public 2026-08-06T10:47:55 2026-07-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-06-04 C/02/448719 / FA RK 26-2774 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6009 text/html public 2026-08-05T15:43:43 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:6009 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 04-06-2026 / C/02/448719 / FA RK 26-2774
VCM.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448719 / FA RK 26-2774

Datum uitspraak: 4 juni 2026

Beschikking voortzetting crisismaatregel

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1951 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats 1] ,

thans verblijvende bij een [accommodatie] , locatie: [locatie] te [plaats 2] ,

advocaat mr. A.A. Nunnikhoven uit Tilburg.
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 2 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 juni 2026 bij de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

- [persoon 1] , arts in opleiding psychiater.
1.3.
Tevens tijdens de zitting aanwezig, maar niet gehoord:

- [persoon 2] , coassistente.
<nr>2</nr>Wat vaststaat 2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in een [accommodatie] . De burgemeester van Tilburg heeft de crisismaatregel op 1 juni 2026 afgegeven.
<nr>3</nr>Het verzoek 3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
<nr>4</nr>De standpunten 4.1.
Betrokkene brengt naar voren dat zij vanuit Egypte is teruggekeerd naar Nederland vanwege haar zus. Zij geeft aan dat zij op donderdagavond is aangekomen en de volgende ochtend, na een gesprek met een psychiater, is meegenomen voor opname. Betrokkene erkent dat zij in het verleden opgenomen is geweest, maar stelt dat zij inmiddels al een halfjaar in Egypte woont en dat het daar goed met haar gaat. Zij wil hier ook zo spoedig mogelijk naartoe terugkeren. Daarnaast geeft zij aan in Egypte geen medicatie te hebben gebruikt, omdat zij dit niet noodzakelijk vond. Voorts betwist betrokkene dat sprake is van een manisch toestandsbeeld.
4.2.
De psychiater verklaart dat er een vermoeden bestaat van een manisch-psychotische ontregeling; betrokkene is bekend met een bipolaire stoornis. Bij opname is geprobeerd om op vrijwillige basis medicatie te starten, maar dit is uiteindelijk niet gelukt. Daarnaast heeft betrokkene een halfjaar in Egypt verbleven en daar veel geld uitgegeven. De zorgen betreffen niet alleen het psychische functioneren van betrokkene zelf, maar ook dat van haar zus, die eveneens psychische klachten heeft. Voorts is sprake van gedesorganiseerd gedrag, zelfverwaarlozing en snelle agitatie. De psychiater geeft aan dat het uiteindelijke doel is dat betrokkene kan terugkeren naar huis, zodra zij hersteld is van de decompensatie. Tot slot acht de psychiater de verplichte zorgvorm ‘het toedienen van vocht en voeding’ niet noodzakelijk.
4.3.
De advocaat voert aan dat betrokkene boos is omdat zij zich weggestopt voelt door de opname. Volgens de advocaat is het nog maar de vraag of er daadwerkelijk sprake is van ernstig nadeel. Daarbij wijst de advocaat erop dat de gestelde zorgen voornamelijk zien op de psychische problematiek van de zus van betrokkene en op het feit dat betrokkene snel geagiteerd zou raken bij tegenspraak, hetgeen door betrokkene wordt betwist. Ten aanzien van het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel voert de advocaat aan dat de omgeving vreest dat betrokkene zal terugkeren naar Egypte en daar te veel geld zal uitgeven. Betrokkene heeft echter de afgelopen zes maanden in Egypte verbleven en daar van haar pensioen geleefd, hetgeen volgens de advocaat zonder noemenswaardige problemen is verlopen. Daarbij heeft betrokkene bewust voor deze levenswijze gekozen. De advocaat ziet hierin dan ook geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Voorts heeft betrokkene gedurende de afgelopen zes maanden geen medicatie gebruikt en is dit volgens de advocaat eveneens goed gegaan. Namens betrokkene verzoekt de advocaat daarom om afwijzing van het verzoek.
<nr>5</nr>De beoordeling 5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- ernstige psychische schade;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene is opgenomen wegens een manisch beeld. Betrokkene is onder andere snel geagiteerd bij tegenspraak. Betrokkene is daarnaast wantrouwig en denkt bijvoorbeeld dat de GGZ vooral uit is op geld. Vanwege haar manische toestandsbeeld is het risico groot dat anderen misbruik van haar maken. De advocaat heef aangegeven dat er geen sprake is van ernstig nadeel en dat betrokkene bewust er voor kiest om te leven zoals zij nu doet. Zij wil graag zo spoedig mogelijk terugkeren naar Egypte. Uiteraard is een persoon vrij om zijn leven in te richten zoals hij of zij dat wil, echter in het onderhavige geval worden de acties van betrokkene hoogstwaarschijnlijk beïnvloedt door de vermoedelijke manische problematiek waardoor misbruik door derden een gevaar vormt. Dit betekent dat de rechtbank van oordeel is dat er wel sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk bipolaire-stemmingsstoornissen.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
De verzochte vormen van verplichte zorg zijn tijdens de zitting besproken.
5.7.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- opnemen in een accommodatie.
5.7.1.
De rechtbank zal het verzoek, voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg afwijzen, omdat daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.
5.8.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Zij heeft geen ziektebesef of ziekte-inzicht en zij is er van overtuigd dat er niets met haar aan de hand is.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De voortzetting van de crisismaatregel zal worden verleend voor de duur van drie weken.
<nr>6</nr>De beslissing
De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1951 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 25 juni 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026 door mr. Jansen, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 16 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Artikel delen