Afwijzing verlenging OTS en verlenging MUHP, in verband met gezagsbeëindiging van de ouders en toekenning voogdij aan de GI.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30 July 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:6037
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
06-07-2026
Datum publicatie
30-07-2026
Zaaknummer
C/02/447411 / JE RK 26-693
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
ECLI:NL:RBZWB:2026:6037text/xmlpublic2026-07-30T15:13:552026-07-06Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Zeeland-West-Brabant2026-06-05C/02/447411 / JE RK 26-693UitspraakRekestprocedureBeschikkingNLBredaCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6037text/htmlpublic2026-07-30T15:10:022026-07-30Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBZWB:2026:6037 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 05-06-2026 / C/02/447411 / JE RK 26-693 Afwijzing verlenging OTS en verlenging MUHP, in verband met gezagsbeëindiging van de ouders en toekenning voogdij aan de GI.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummers: C/02/447411 / JE RK 26-693
Datum uitspraak: 5 juni 2026 Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Brabant,
locatie Etten-Leur, hierna te noemen de GI, over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] . De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. A.G. Ouwejan,
[de gezinshuisouders]
,
hierna te noemen: de gezinshuisouders,
gevestigd in [woonplaats 3] . 1Het verloop van de procedure1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 april 2026. 1.2. De zitting heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 21 mei 2026. Daarbij waren aanwezig: de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk in de Poolse taal; de advocaat van de vader,
- een vertegenwoordiger van de GI.
De vader is niet op de zitting verschenen. De gezinshuisouders zijn, zoals zij vooraf aan de rechtbank hebben laten weten, niet verschenen. 1.3. De zaak met het kenmerk C/02/445242 / FA RK 26/901 over het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de Raad) tot de beëindiging van het gezag van de vader en van de moeder is gelijktijdig op zitting behandeld. In dat kader waren tijdens de zitting ook aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad en, als informant, de grootvader (vaderszijde) van [minderjarige] , de heer [persoon] . 1.4.
[minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om haar mening kenbaar te maken. Zij heeft op 20 mei 2026 via videobellen met de voorzitter van de meervoudige kamer gesproken. 2De feiten2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2.
[minderjarige] staat onder toezicht van de GI sinds 8 juni 2021. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 26 november 2025 laatstelijk de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening verlengd met ingang van 8 december 2025 tot 8 juni 2026. 3Het verzoek3.1. De GI verzoekt om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden. Ook verzoekt de GI om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening te verlengen voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt daarnaast om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De beoordeling4.1. De rechtbank overweegt als volgt. Bij beschikking van deze rechtbank van heden, 5 juni 2026, in de zaak met het kenmerk C/02/445242 / FA RK 26/901 is het gezag van de moeder en van de vader over [minderjarige] beëindigd en is de GI belast met de voogdij over haar. Gezien het feit dat de GI door deze beslissing de voogdij over [minderjarige] draagt, heeft zij geen belang meer bij voormelde verzoeken en komt de rechtbank niet meer toe aan de beoordeling hiervan. Dit betekent dat de verzoeken zullen worden afgewezen. 5De beslissing De rechtbank: 5.1. wijst de verzoeken af. Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026 door mr. Toekoen, mr. Bogaert en mr. Van den Heuvel-Beerens, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas, als griffier. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.