Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBZWB:2026:6606

Nadere beschikking. Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing bij de ouder zonder gezag op goede gronden verleend. Reguliere machtiging tot uithuisplaatsing bij de ouder zonder gezag voor de duur van zes maanden.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2026:6606 text/xml public 2026-08-21T12:21:39 2026-07-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-06-18 C/02/449104 / JE RK 26-1016 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6606 text/html public 2026-08-21T12:21:19 2026-08-21 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:6606 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-06-2026 / C/02/449104 / JE RK 26-1016
Nadere beschikking. Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing bij de ouder zonder gezag op goede gronden verleend. Reguliere machtiging tot uithuisplaatsing bij de ouder zonder gezag voor de duur van zes maanden.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/449104 / JE RK 26-1016

Datum uitspraak: 18 juni 2026

(Nadere) beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Etten-Leur,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2024 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

bijgestaan door mr. T. van Riel (waarnemend voor mr. M.J.E.M. Edelmann) uit Breda,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2] ,

bijgestaan door mr. N. van Vliet (waarnemend voor mr. M. Hofland) uit Breda.
<nr>1</nr>Het (verdere) verloop van de procedure 1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

de in deze zaak gegeven beschikking van 10 juni 2026 en alle daarin genoemde stukken;

de brief van mr. Hofland van 17 juni 2026, met producties.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 juni 2026. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:

een vertegenwoordiger van de GI;

de vader met mr. Van Vliet;

- de moeder met mr. Van Riel.
1.3.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan de opa moederszijde (mz) en de oma vaderszijde (vz). De aanwezigen hebben hiertegen geen bezwaar.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] is op 20 februari 2024 onder toezicht van de GI gesteld. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, laatstelijk tot 20 februari 2027.
2.3.
Bij beschikking van 10 juni 2026 heeft de kinderrechter een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader zonder gezag verleend van 10 juni 2026 tot 24 juni 2026. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden.
2.4.
[minderjarige] verblijft op basis van deze machtiging bij de vader zonder gezag.
<nr>3</nr>Het (resterende) verzoek 3.1.
De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de ouder zonder gezag voor de duur van vier weken.
3.2.
De GI verzoekt aansluitend een machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige] te verlenen voor de duur van zes maanden bij de ouder zonder gezag.
3.3.
De GI verzoekt de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
<nr>4</nr>De standpunten 4.1.
Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. Sinds maart 2026 verbleven [minderjarige] en de moeder samen in een moeder-kind huis. De moeder heeft een terugval in drugsgebruik gehad, waardoor de veiligheid van [minderjarige] in het moeder-kind huis niet langer kon worden gewaarborgd. De moeder is momenteel onvoldoende in staat om de zorg en verantwoordelijkheid voor [minderjarige] te dragen. De moeder moet eerst met zichzelf aan de slag gaan. Zij staat op de wachtlijst voor schematherapie. Het moeder-kind huis heeft aangegeven dat er geen plek voor [minderjarige] en de moeder is om aansluitend aan het detoxtraject van de moeder terug te keren, maar dat er mogelijk in de toekomst wel weer een plek voor hen is. Voordat [minderjarige] bij de vader werd geplaatst, was er wekelijks omgang tussen hen. Er is veel hulpverlening ingezet bij de vader thuis. De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader voor de duur van zes maanden, zodat de vader kan laten zien dat hij de verantwoordelijkheid voor [minderjarige] kan dragen. De GI verwacht niet dat de machtiging voor de volledige duur zal worden benut, in verband waarmee niet is verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling.Voordat de moeder en [minderjarige] in het moeder-kind huis verbleven, woonden zij samen bij de opa (mz). Er is niet voor gekozen om [minderjarige] weer daar te plaatsen, omdat er in het verleden tussen de moeder en de oma (mz) problemen zijn geweest waar de moeder nog last van heeft. Er is contact geweest met SMO over de woonsituatie van de moeder, maar er is op dit moment geen concreet plan voor een woning, waardoor het risico bestaat dat de moeder weer bij de grootouders (mz) zal gaan wonen na de detox. Het is belangrijk dat er stabiliteit voor [minderjarige] komt.
4.2.
Door de moeder wordt geen verweer gevoerd tegen het resterende verzoek. Zij heeft er echter wel moeite mee dat [minderjarige] niet bij de opa (mz) is geplaatst. [minderjarige] heeft daar eerder gewoond. De moeder zal niet bij de opa (mz) verblijven, omdat zij aan zichzelf wil werken. Het contact tussen [minderjarige] en de vader is nog pril. Het is belangrijk dat er continuïteit en stabiliteit voor [minderjarige] is en dat wordt onderzocht wat het meest in het belang van [minderjarige] is; ook als dat betekent dat [minderjarige] en de moeder weer in het moeder-kind huis worden geplaatst. De moeder erkent dat het niet goed is gegaan en is keihard aan het werk om het recht te zetten. Daar is tijd voor nodig. De moeder staat open voor therapie en behandeling.
4.3.
Door de vader is verzocht het resterende verzoek toe te wijzen en het resterende deel van de spoedmachtiging af te wijzen. De vader had gehoopt dat de GI een machtiging tot uithuisplaatsing had verzocht voor de duur van de ondertoezichtstelling. De ondertoezichtstelling loopt tot 20 februari 2027. Als de machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden wordt verleend, zal er een extra zitting nodig zijn. De vader vindt het daarom wenselijk dat de GI de duur van het verzoek aanpast, zodat extra druk op het systeem wordt voorkomen. Dat is in het belang van [minderjarige] . De vader vindt het belangrijk dat er aan de onderliggende problematiek van de moeder wordt gewerkt voordat [minderjarige] weer bij haar kan wonen. Op dit moment moet worden gekozen voor de veiligheid en stabiliteit van [minderjarige] . De vader staat open voor alle hulpverlening zodat hij [minderjarige] kan bieden wat zij nodig heeft.
<nr>5</nr>De (nadere) beoordeling 5.1.
Bij voornoemde beschikking van 10 juni 2026 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader zonder gezag verleend van 10 juni 2026 tot 24 juni 2026 en iedere verdere beslissing aangehouden, zonder voorafgaand verhoor van belanghebbenden. Tijdens de zitting van 18 juni 2026 zijn de belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om hun standpunt kenbaar te maken. Naar aanleiding daarvan is naar het oordeel van de kinderrechter niet gebleken dat sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die aanleiding geven tot een ander oordeel. Dit betekent dat de spoedbeslissing op goede gronden is genomen.
5.2.
Naar aanleiding van de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, is de kinderrechter van oordeel dat het in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] is dat zij langer bij de vader kan verblijven. De moeder heeft een terugval in drugsgebruik gehad en heeft tijd nodig om aan haar persoonlijke problematiek te werken. Hierdoor kan [minderjarige] niet bij haar verblijven. Voor nu is het in het belang van [minderjarige] dat er veiligheid, stabiliteit en rust komt. De vader kan dit aan [minderjarige] bieden. Er is veel hulpverlening ingezet om te monitoren hoe het met [minderjarige] gaat in de thuissituatie van de vader. Het gaat goed met [minderjarige] bij de vader. Gezien het voorgaande zal het reguliere verzoek van de GI tot verlening van een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader worden toegewezen voor de verzochte duur.
5.3.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5.4.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader zonder gezag met ingang van 18 juni 2026 tot 18 december 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. Pellikaan, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier, en op schrift gesteld op 6 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel delen