Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBZWB:2026:6626

ZM aansluitend op VCM

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2026:6626 text/xml public 2026-08-21T13:21:15 2026-07-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-06-18 C/02/448901 / FA RK 26-2858 Uitspraak Rekestprocedure Beschikking NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6626 text/html public 2026-08-21T13:20:28 2026-08-21 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:6626 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-06-2026 / C/02/448901 / FA RK 26-2858
ZM aansluitend op VCM
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448901 / FA RK 26-2858

Datum uitspraak: 18 juni 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats] ,

thans verblijvende in een [accommodatie] , locatie: [locatie] ,

advocaat mr. A.A. Nunnikhoven uit Tilburg.
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 5 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 juni 2026 in een [accommodatie] . Daarbij zijn gehoord:

betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

[persoon 1] , GZ-psycholoog;

[persoon 2] , arts in opleiding tot psychiater;

[persoon 3] , klinisch psycholoog ambulante team;

[persoon 4] , moeder van betrokkene;

[persoon 5] , vader van betrokkene.
<nr>2</nr>Wat vaststaat 2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 19 mei 2026 is ten aanzien van betrokkene een voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 9 juni 2026.
<nr>3</nr>Het verzoek 3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
<nr>4</nr>De standpunten 4.1.
Betrokkene brengt naar voren dat hij tijdens een manische episode is opgenomen. Daarnaast geeft hij aan momenteel stabiel te zijn en zijn medicatie goed in te nemen. Betrokkene wenst niet langer op de afdeling te verblijven en wil zijn leven weer oppakken, omdat hij anders vreest depressief te worden.
4.2.
De arts in opleiding tot psychiater verklaart dat betrokkene in mei is opgenomen wegens een manisch toestandsbeeld en dat hij bekend is met een bipolaire stoornis. Er hebben zich meerdere geweldsincidenten voorgedaan, zowel op de afdeling als in de thuissituatie, waarvoor betrokkene ook in de EBK heeft verbleven. Daarnaast is sprake van middelengebruik, ook op de afdeling. Voorts is betrokkene meerdere malen weggelopen, waarbij hij toezegt dit niet opnieuw te doen, maar dit in de praktijk toch herhaalt. Het doel van de behandeling is om de vrijheden stapsgewijs uit te breiden en betrokkene goed in te stellen op zijn medicatie.
4.3.
De GZ-psycholoog brengt naar voren dat de medicatie goed zijn werk begint te doen. Daarnaast acht de GZ-psycholoog de verplichte zorgvorm ‘beperken van het recht op het ontvangen van bezoek’ noodzakelijk, omdat betrokkene eerder drugs op de afdeling heeft meegenomen.
4.4.
De klinisch psycholoog brengt naar voren dat in de afgelopen jaren een patroon van ontregeling zichtbaar is. Betrokkene stopt dan met zijn medicatie uit angst voor mogelijke langdurige gevolgen of vanuit de overtuiging dat het ook zonder medicatie kan. Vervolgens treedt weer herstel op en betuigt betrokkene spijt, maar dit patroon herhaalt zich telkens.
4.5.
De ouders van betrokkene brengen naar voren dat zij overbelast zijn en de zorg in de thuissituatie niet langer aankunnen. Zij geven aan dat terugkeer van betrokkene naar huis niet meer mogelijk is, omdat de grenzen van hun draagkracht zijn bereikt.
4.6.
De advocaat voert aan dat betrokkene beschikt over een goed vermogen tot zelfreflectie. Daarnaast stelt de advocaat, dat nu het goed gaat met betrokkene, niet langer sprake is van ernstig nadeel. Om die reden verzoekt de advocaat primair om afwijzing van het verzoek. Subsidiair verzoekt de advocaat dat betrokkene nog langer op de accommodatie kan verblijven totdat een passende woonplek voor hem is gevonden.
<nr>5</nr>De beoordeling 5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk bipolaire-stemmingsstoornissen en/of middelgerelateerde- en verslavingsstoornissen.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. Onder invloed van bovengenoemde psychische stoornis, kampt betrokkene met agressie. Betrokkene had spullen uit zijn woning vernield en heeft gevochten met zijn huisgenoten en mensen op straat. Ook op de afdeling waar betrokkene thans verblijft hebben meerdere geweldsincidenten plaatsgevonden. Betrokkene is door zijn ouders uit de woning gezet en is daardoor dakloos geworden. Tot slot heeft betrokkene zucht naar middelen en heeft hij tijdens opname ook cannabis de afdeling op gesmokkeld en gebruikt.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene is ambivalent in zijn bereidheid om medicatie en begeleiding te accepteren. Daarnaast is betrokkene meermaals op eigen initiatief gestopt met zijn medicatie, waarna een manische ontregeling volgde. Tevens ziet betrokkene geen verband tussen het stoppen met medicatie en het hervallen in een manie. Tot slot heeft betrokkene geprobeerd de afdeling te ontvluchten. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten. Hieronder valt onder meer het verplicht toelaten van de contacten met het ambulante zorgteam;

beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;

- opnemen in een accommodatie.
5.7.1.
Gelet op hetgeen tijdens de zitting naar voren is gebracht is de rechtbank van oordeel dat, in afwijking van het verzoek van de officier van justitie, ook de zorgvorm ‘beperken van recht op het ontvangen van bezoek’ noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. Daarbij overweegt de rechtbank dat de inzet van deze zorgvorm noodzakelijk is om te voorkomen dat de situatie van betrokkene verslechtert, bijvoorbeeld doordat verdovende middelen de accommodatie worden binnengesmokkeld of doordat dealers zich bij de accommodatie melden. De rechtbank zal deze aanvullende vorm van verplichte zorg met toepassing van artikel 6:4 lid 2 Wvggz toewijzen.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.9.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in Wvggz.
<nr>6</nr>De beslissing
De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 december 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. De Vlieger, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 2 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Artikel delen