Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBZWB:2026:6744

Regelrechter: verweer is niet weersproken, vordering wordt daarom afgewezen. Wel veroordeling van gedaagde in de proceskosten.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 5 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2026:6744 text/xml public 2026-08-05T16:49:37 2026-07-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-25 11876015 RR FORM 25-19 (E) Uitspraak Bodemzaak NL Middelburg Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6744 text/html public 2026-08-05T16:49:26 2026-08-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:6744 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 25-03-2026 / 11876015 RR FORM 25-19 (E)
Regelrechter: verweer is niet weersproken, vordering wordt daarom afgewezen. Wel veroordeling van gedaagde in de proceskosten.

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Middelburg

Zaaknummer: 11876015 RR FORM 25-19

Vonnis van 25 maart 2026 in de experimentele procedure bij de kantonrechter als regelrechter

in de zaak van

[eiser] ,

te [plaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

procederend in persoon,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 10 september 2025 ontvangen aanvraagformulier met bijlagen van [eiser] ,- het reactieformulier van [gedaagde] ,

- de brieven van 15 oktober 2025 aan [eiser] en [gedaagde] met daarin de uitnodiging voor de zitting op 19 februari 2026,

- de mondelinge behandeling van 19 februari 2026, waar zowel [eiser] als [gedaagde] niet zijn verschenen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
<nr>2</nr>Het geschil en de beoordeling 2.1.
[eiser] vordert van [gedaagde] betaling van € 517,45. Hij stelt - samengevat - dat hij van 21 juni 2025 tot 21 juli 2025 bij [gedaagde] heeft gewerkt maar dat hij geen salaris heeft ontvangen.
2.2.
[gedaagde] heeft - samengevat en voor zover hier van belang - op het reactieformulier aangegeven dat voor de mondelinge behandeling het salaris aan [eiser] wordt betaald. [gedaagde] was namelijk in de veronderstelling dat zij geen kopie van het identiteitsbewijs en de bankpas van [eiser] had, zodat ze het salaris niet kon uitbetalen. Tijdens het verzamelen van informatie is [gedaagde] toch op deze stukken van [eiser] gestuit, zodat zij voor de mondelinge behandeling alsnog het loon zal betalen.
2.3.
Vervolgens is aan [eiser] bij e-mailberichten van 28 oktober 2025 en 11 november 2025 en bij brief van 5 januari 2026 de gelegenheid gegeven om te reageren op het bericht van [gedaagde] . [eiser] heeft niet gereageerd. Ook is [eiser] , zonder bericht van verhindering, niet op de mondelinge behandeling verschenen. Dit betekent dat het bericht van [gedaagde] dat zij het salaris betaalt voor de zitting niet is weersproken en daarmee vaststaat. De regelrechter gaat er daarom vanuit dat het salaris aan [eiser] is betaald. Dit betekent dat er geen grond is om de vordering van [eiser] toe te wijzen, zodat de vordering wordt afgewezen.
2.4.
Gelet op de erkenning van [gedaagde] dat zij nog salaris aan [eiser] moest betalen, wordt [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten van [eiser] worden vastgesteld op € 90,00 aan griffierecht (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing).
<nr>3</nr>De beslissing
De kantonrechter als regelrechter
3.1.
wijst de vordering van [eiser] af,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, waarbij die van [eiser] zijn vastgesteld op € 90,00, te betalen aan [eiser] binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door Van Spronssen en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.

Tegen dit vonnis staan geen rechtsmiddelen open.

Artikel delen