ECLI:NL:RBZWB:2026:6759text/xmlpublic2026-08-21T15:48:152026-07-23Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Zeeland-West-Brabant2026-06-22C/02/448951 / FA RK 26-2876UitspraakRekestprocedureBeschikkingNLBredaCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6759text/htmlpublic2026-08-21T15:47:452026-08-21Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBZWB:2026:6759 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 22-06-2026 / C/02/448951 / FA RK 26-2876 Toewijzing RM - 6 maanden
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/448951 / FA RK 26-2876
Datum uitspraak: 22 juni 2026 Beschikking rechterlijke machtiging op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
verblijvende in een [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat mr. M.C.A. Hollants uit Tilburg. 1Het verloop van de procedure1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 8 juni 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 juni 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; mevrouw [persoon 1] , behandelaar; de heer [persoon 2] , vader van betrokkene bijgestaan door zijn advocaat mevrouw [persoon 3] ; mevrouw [persoon 4] , moeder van betrokkene via een telefonische verbinding. 1.3. Tevens was bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar is niet gehoord;
- [persoon 5] , begeleider KDI. 2Wat vaststaat2.1. De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 12 juni 2026. Betrokkene verblijft met deze machtiging in de [accommodatie] . 3Het verzoek3.1. Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden. 4De standpunten 4.1. Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat hem op een groep zetten geen zin heeft omdat hij toch weet dat hij naar het centrum wil. Betrokkene heeft de afgelopen tijd gemerkt, bij het weglopen op straat, dat hij het op zulke momenten gezellig vindt en daar dus wil blijven. Betrokkene geeft aan dat hij weg wil uit de rotzorg en zijn leven wil oppakken op de straat. Betrokkene heeft mensen gevonden die eventueel voor hem willen zorgen. Betrokkene weet dat zijn ouders het hier niet mee eens zijn en misschien gekwetst maar hij is van mening dat hij ook eigen rechten heeft en dit is zijn wens. Daarnaast denkt betrokkene dat de mensen op de straat hem wel begrijpen in tegenstelling tot de mensen op de groep. Voorts geeft betrokkene aan dat hij uitkijkt met wie hij op straat omgaat. 4.2. De behandelaar verklaart dat betrokkene weet hoe zij in het verzoek staat en het verstandig vinden dat betrokkene op het terrein blijft wonen. Betrokkene is daarnaast aangemeld voor een 18plus-groep. De behandelaar ziet veel risico’s als betrokkene op straat leeft en gun het betrokkene om op een plek te zitten waar afspraken gemaakt kunnen worden. De bedoeling is dat betrokkene terug gaat naar de groep waar hij vandaan komt en hij is aangemeld voor psychomotorische therapie. Wanneer betrokkene op straat leeft is er weinig zicht op hem en wordt hij mishandeld en beroofd. Daarnaast maakt de behandelaar zich zorgen over het mogelijk alcoholgebruik en misbruik. Een alternatief voor de huidige groep van betrokkene is er niet. 4.3. De moeder van betrokkene geeft aan dat zij zich zorgen maakt om zijn welzijn. De moeder snapt heel goed dat betrokkene meer vrijheden wilt en gunt hem dit ook, alleen is bang dat het de verkeerde kant op gaat bij teveel vrijheden. 4.4. De vader van betrokkene staat ervan te kijken hoe betrokkene reageert op de mondelinge behandeling. Het komt er eigenlijk op neer dat betrokkene liever zwerver wil zijn. Volgens de vader ziet betrokkene daarbij de onveiligheid niet en hier moet wel aan gedacht worden. 4.5. De advocaat van vader verklaart dat er in het verleden veel is gebeurd. De advocaat snapt de wens van betrokkene en snapt vader ook, maar je kunt niet van een ouder verwachten dat hij zijn kind loslaat. 4.6. De advocaat van betrokkene bepleit afwijzing van het verzoek. Voor betrokkene staat vrijheid hoog op het lijstje en ziet hij een leven voor zich zonder vier muren om zich heen en mensen die hij niet goed kent. 5De beoordeling5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een verstandelijke handicap met een psychische stoornis. Er is sprake van een licht verstandelijke beperking gepaard gaande met een laag sociaal-emotioneel ontwikkelingsniveau en zeer lage adaptieve vaardigheden. Daarnaast is sprake van ADHD, autisme en motorische tics als gevolg van een genetische afwijking in combinatie met prenatale en perinatale factoren. 5.3. Het gedrag dat voortvloeit uit deze handicap en stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene in het sociale contact kwetsbaar is, zich moeilijk kan verhouden tot een ander en met name acteert vanuit zijn eigen behoeften. Daarnaast is betrokkene zeer beïnvloedbaar omdat hij er graag bij wil horen en door zijn beperkte inzicht in oorzaak en gevolg en impulsiviteit kan hij in risicovolle situaties belanden. Gedurende zijn tijd op straat is betrokkene beroofd, mishandeld en verwaarloosde hij zichzelf. Betrokkene at slecht, sliep amper en verzorgde zichzelf niet. Voorts heeft betrokkene in het verleden waarschijnlijk traumatische (seksuele) ervaringen opgedaan en is er een risico op nieuwe ervaringen die betrokkene psychisch letsel zullen berokkenen. In de accommodatie wordt een toename van incidenten gezien waarbij de incidenten ook steeds heftiger worden. 5.4. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene krijgt de juiste professionele en gespecialiseerde begeleiding om het ernstig nadeel voortkomend uit de aandoeningen en het gedrag van betrokkene zoveel mogelijk te beperken. Bij vertrek is er een zodanig groot risico voor de omgeving van betrokkene (agressie en seksueel grensoverschrijdend gedrag) als ook voor hemzelf (afroepen van agressie, misbruik, verwaarlozing en lichamelijk letsel) op ernstig nadeel dat dit geen optie is. 5.5. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene wil niet verblijven in de accommodatie, wil geen zorg ontvangen en zwerft liever op straat. Betrokkene geeft duidelijk aan bij vrijwillig verblijf weg te willen blijven en daarover geen afspraken te willen maken met de begeleiding. 5.6. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De eventuele mantelzorg, vader, is overbelast en kan geen veilige oplossing bieden. 5.7. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden. 6De beslissing De rechtbank: 6.1. verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ; 6.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 december 2026. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026 door mr Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 7 juli 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.