Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBZWB:2026:6797

Huurachterstand. Beroep of verrekening faalt. Gedaagde is al voldoende gecompenseerd voor het feit dat de huurovereenkomst pas later is ingegaan. Zijn tegenvordering is onvoldoende onderbouwd en wordt afgewezen. Niet kan worden vastgesteld dat de wisselwoning gedurende twee maanden onbewoonbaar was en gedaagde hierdoor kosten heeft moeten maken.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 14 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2026:6797 text/xml public 2026-08-14T12:52:42 2026-07-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-07-08 12043082 CV EXPL 26-175 (E) Uitspraak Bodemzaak NL Middelburg Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6797 text/html public 2026-08-14T12:51:22 2026-08-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:6797 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 08-07-2026 / 12043082 CV EXPL 26-175 (E)
Huurachterstand. Beroep of verrekening faalt. Gedaagde is al voldoende gecompenseerd voor het feit dat de huurovereenkomst pas later is ingegaan. Zijn tegenvordering is onvoldoende onderbouwd en wordt afgewezen. Niet kan worden vastgesteld dat de wisselwoning gedurende twee maanden onbewoonbaar was en gedaagde hierdoor kosten heeft moeten maken.

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Middelburg

Zaaknummer: 12043082 CV EXPL 26-175

Vonnis van 8 juli 2026

in de zaak van

STICHTING BEVELAND WONEN ,

te Goes,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: Beveland Wonen ,

gemachtigde: AGIN Timmermans,

tegen

[huurder] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [huurder] ,

procederend in persoon.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 22 december 2025 met producties;- het mondeling antwoord in conventie en een eis in reconventie met producties;- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie met producties;- de (mondelinge) toelichting van [huurder] in conventie en in reconventie;- de conclusie van dupliek in reconventie.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
[huurder] heeft van Beveland Wonen gehuurd de woning aan [adres 1] . De huurovereenkomst voor deze woning is per 1 oktober 2024 geëindigd, omdat de woning gesloopt zou worden.
2.2.
Als wisselwoning heeft Beveland Wonen de woning aan [adres 2] aangeboden en [huurder] heeft deze geaccepteerd. De huurovereenkomst voor de wisselwoning is ingegaan op 5 september 2024. De huurprijs bedraagt € 546,90 per maand.
2.3.
Bij aanvang van de huurovereenkomst voor de wisselwoning moesten de binnenmuren nog geschilderd worden. Ook moest er nog raamdecoratie worden ingemeten en opgehangen.
2.4.
Vanwege de verhuizing heeft Beveland Wonen [huurder] huurcompensatie aangeboden ter hoogte van één maand huur. Dit bedrag is verrekenend met de eerste maand huur voor de wisselwoning.
2.5.
Omdat de wisselwoning pas vanaf 5 september 2024 beschikbaar was, heeft Beveland Wonen hiervoor op 24 oktober 2024 € 55,28 aan huurcompensatie aan [huurder] betaald.
2.6.
Op 7 november 2024 heeft Beveland Wonen per ongeluk nog eens € 473,98 naar [huurder] overgemaakt. Beveland Wonen heeft [huurder] verzocht om dit bedrag terug te betalen, maar dat heeft hij niet gedaan.
<nr>3</nr>Het geschil
in conventie
3.1.
Beveland Wonen vordert – samengevat en na wijziging van eis – dat [huurder] wordt veroordeeld tot betaling van € 473,98, met veroordeling van [huurder] in de proceskosten.
3.2.
Beveland Wonen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Zij heeft op 7 november 2024 per ongeluk een tweede keer huurcompensatie aan [huurder] betaald, terwijl zij daartoe niet verplicht was. Zij heeft dit bedrag dus onverschuldigd aan [huurder] betaald. [huurder] heeft geen gehoor gegeven aan het verzoek tot terugbetaling en verkeert dus in verzuim.
3.3.
[huurder] is het niet eens met de vordering. Hij erkent dat Beveland Wonen onverschuldigd € 473,98 aan hem heeft betaald, maar hiervan hoeft hij slechts € 298,98 terug te betalen. Omdat [huurder] van 1 september t/m 5 september 2024 geen gebruik kon maken van de wisselwoning, heeft hij recht op huurcompensatie van € 35,00 per dag. Hij wil deze vordering verrekenen met de vordering van Beveland Wonen .

in reconventie
3.4.
[huurder] vordert – samengevat – dat Beveland Wonen wordt veroordeeld tot betaling van € 1.093,80 aan schadevergoeding.
3.5.
[huurder] stelt dat de wisselwoning een tijdlang onbewoonbaar was. De binnenmuren moesten nog geschilderd worden en de raamdecoratie moest nog worden ingemeten en opgehangen. Daarom heeft [huurder] van 2 september t/m 11 november 2024 bij zijn moeder verbleven. Hij heeft over deze periode echter wel huur betaald aan Beveland Wonen . Hierdoor heeft hij schade geleden.
3.6.
Beveland Wonen voert het volgende verweer. [huurder] heeft volgens haar niet voldaan aan zijn stelplicht, omdat hij heeft nagelaten zijn stellingen met concrete feiten en stukken te onderbouwen. Zo blijkt nergens uit dat de wisselwoning gedurende een periode van twee maanden onbewoonbaar is geweest. Dit heeft [huurder] ook nooit aan Beveland Wonen medegedeeld. Verder was [huurder] volledig op de hoogte van de staat van de wisselwoning, zoals blijkt uit de door hem ondertekende aanvangsrapportage. Hij heeft daar geen enkel bezwaar tegen gemaakt. Uit diezelfde aanvangsrapportage blijkt ook dat de wisselwoning klaar was voor gebruik (op de meubels en de raamdecoratie na) en dus bewoonbaar was.
<nr>4</nr>De beoordeling
in conventie
4.1.
Partijen zijn het erover eens dat het bedrag van € 473,98 door Beveland Wonen onverschuldigd aan [huurder] is betaald. [huurder] moet dit bedrag op grond van artikel 6:203 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) daarom aan Beveland Wonen terugbetalen, tenzij het beroep op verrekening slaagt. Hierover wordt het volgende overwogen.
4.2.
De huurovereenkomst voor de wisselwoning zou aanvankelijk ingaan op 2 september 2024, maar die datum is gewijzigd naar 5 september 2024. Dit blijkt ook uit de huurovereenkomst die is overgelegd. [huurder] kon pas vanaf 5 september 2025 gebruik maken van de wisselwoning. Hij was over de periode van 2 t/m 4 september 2024 dus geen huur verschuldigd. Omdat hij over die periode wel huur heeft betaald, heeft hij recht op compensatie door Beveland Wonen .
4.3.
Uitgaande van de overeengekomen huurprijs van € 546,90 per maand is Beveland Wonen (€ 546,90 / 31 =) € 17,64 per dag aan compensatie verschuldigd. De kantonrechter ziet in het door [huurder] gestelde geen grond voor een hogere vergoeding.
4.4.
Gelet op het voorgaande heeft [huurder] voor de wisselwoning (€ 17,64 * 3 =) € 52,92 meer huur aan Beveland Wonen betaald dan hij hoefde te betalen. Beveland Wonen is ten aanzien hiervan echter niets meer aan [huurder] verschuldigd, omdat zij op 24 oktober 2024 al € 55,26 aan huurcompensatie aan hem heeft betaald. Het beroep van [huurder] op verrekening slaagt dus niet. De kantonrechter wijst de vordering van € 473,98 toe.
4.5.
[huurder] is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Beveland Wonen worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

146,14

- griffierecht

€

350,00

- salaris gemachtigde

€

288,00

(2 punten × € 144,00)

- nakosten

€

43,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

827,64

in reconventie
4.6.
[huurder] heeft tegenover de gemotiveerde betwisting van Beveland Wonen onvoldoende onderbouwd dat de wisselwoning gedurende twee maanden onbewoonbaar was en dat hij Beveland Wonen daarop heeft gewezen. De vordering is daarom niet toewijsbaar.
4.7.
[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Beveland Wonen worden begroot op:

- salaris gemachtigde

€

288,00

(2 punten × € 144,00)

Totaal

€

288,00
<nr>5</nr>De beslissing
De kantonrechter:

in conventie
5.1.
veroordeelt [huurder] om aan Beveland Wonen te betalen een bedrag van € 473,98;
5.2.
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 827,64, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;

in reconventie
5.3.
wijst de vordering van [huurder] af;
5.4.
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 288,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;

in conventie en in reconventie
5.5.
veroordeelt [huurder] tot betaling van de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.6.
verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Burgt en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.

Artikel delen