Spoedmachtiging en reguliere machtiging tot uithuisplaatsing. Spoedmachtiging is afgewezen
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24 August 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:6802
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
24-07-2026
Datum publicatie
24-08-2026
Zaaknummer
C/02/449533 / JE RK 26-1079
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
ECLI:NL:RBZWB:2026:6802text/xmlpublic2026-08-24T16:08:252026-07-24Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Zeeland-West-Brabant2026-06-23C/02/449533 / JE RK 26-1079UitspraakRekestprocedureBeschikkingNLBredaCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6802text/htmlpublic2026-08-18T11:37:482026-08-24Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBZWB:2026:6802 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 23-06-2026 / C/02/449533 / JE RK 26-1079 Spoedmachtiging en reguliere machtiging tot uithuisplaatsing. Spoedmachtiging is afgewezen
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/449533 / JE RK 26-1079
Datum uitspraak: 23 juni 2026 Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling WILLIAM SCHRIKKER JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI, over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2022 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres. De kinderrechter merkt aan als informant:
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] . 1Het verloop van de procedure1.1. De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 23 juni 2026. 2De feiten2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2.
[minderjarige] woont bij zijn moeder. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 november 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 7 augustus 2026. 3Het verzoek De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een pleeggezin of een gezinsgerichte voorziening voor de duur van 4 weken. De GI verzoekt om onverwijld te beslissen zónder voorafgaand horen van belanghebbenden. De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een reguliere machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling in een pleeggezin of een gezinsgerichte voorziening. 4De beoordeling4.1. Op grond van artikel 1:265b, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid. 4.2. Op grond van artikel 800, derde lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een beschikking over een uithuisplaatsing van een minderjarige aanstonds worden afgegeven, te weten zonder daaraan voorafgaand horen van partijen, indien de mondelinge behandeling van het verzoek niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de jeugdige. 4.3. De kinderrechter gaat uit van de volgende informatie.
[minderjarige] verblijft samen met zijn moeder in een ouder-kind-huis. Uit een onderzoek naar goed genoeg ouderschap is gebleken dat de opvoedsituatie bij de moeder niet langer voldoet, ook niet met intensieve ondersteuning. Volgens de GI is de situatie structureel onveilig. De moeder is niet in staat om haar emoties te reguleren, er zijn escalaties en [minderjarige] laat in toenemende mate zorgelijk gedrag zien. Zo slaat, krabt en bijt [minderjarige] niet alleen anderen maar ook zichzelf en houdt daar ook fysieke wonden aan over. De GI is hierover in gesprek gegaan met de moeder op 4 juni jl. Sindsdien doet de moeder belastende uitspraken naar [minderjarige] , dat hij niet langer bij haar zal verblijven. Ook is zij haar netwerk aan het mobiliseren en heeft zij meermalen uitgesproken dat [minderjarige] in het netwerk ondergebracht wordt zonder dat iemand zal weten waar hij verblijft. De GI ziet in de hiervóór geschetste omstandigheden grote zorgen rondom de veiligheid van [minderjarige] . Daarbij betrekt de GI ook dat de moeder niet in staat is om haar eigen emoties te reguleren en dit een directe invloed heeft op de emotionele en fysieke veiligheid van [minderjarige] . 4.4. De kinderrechter overweegt dat de zorgelijke situatie bij de moeder en belastende uitlatingen die zij doet blijkens de toelichting van de GI sinds 4 juni aan de orde zijn. Zonder af te doen aan de ernst van de situatie, kan daardoor op dit moment niet gesproken worden van een zodanig acute situatie dat direct en zonder het horen van belanghebbenden ingegrepen dient te worden. Zeker gelet op de ingrijpendheid van het voorliggende verzoek hecht de kinderrechter er waarde aan betrokkenen over het verzoek te hebben gehoord alvorens zij hierop een beslissing kan nemen. Dit betekent dat het spoedaspect van het verzoek van de GI zal worden afgewezen.
Deze beslissing laat onverlet dat indien zich nadien feiten en omstandigheden zouden voordoen die volgens de GI alsnog tot een spoedbeslissing nopen, de GI dit concreet en onderbouwd aan de kinderrechter kan voorleggen. 4.5. Het verzoek zal met spoed worden behandeld op de hierna te melden mondelinge behandeling. Aan de moeder wordt met haar instemming ambtshalve een advocaat toegevoegd. De GI en de moeder (en haar advocaat) worden op de mondelinge behandeling in de gelegenheid gesteld hun mening te geven over het verzoek. De vader zal een oproep ontvangen in zijn hoedanigheid als informant. 4.6. Het resterende deel van het verzoek van de GI om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling in een pleeggezin of een gezinsgerichte voorziening zal worden behandeld op na te melden zitting. 5De beslissing De kinderrechter: 5.1. wijst af het verzoek van de GI om zonder voorafgaand horen van belanghebbenden te beslissen op het verzoek; 5.2. houdt de behandeling aan van (het resterende deel van) het verzoek tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin of gezinsgerichte voorziening; 5.3. roept de GI, de moeder (en haar advocaat) en de vader op voor de zitting van
mr. De Jong op [datum] 2026 om [uur] in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda , aan Stationslaan 10 in Breda ; 5.4. bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting; 5.5. behoudt zich iedere verdere beslissing voor. Deze beschikking is gegeven door mr. De Jong, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026, in aanwezigheid van Baremans als griffier. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.