ECLI:NL:RBZWB:2026:6834text/xmlpublic2026-08-05T16:53:072026-07-24Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Zeeland-West-Brabant2026-07-0112163322 CV EXPL 26-1170 (T)UitspraakBodemzaakNLBredaCiviel recht; VerbintenissenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6834text/htmlpublic2026-08-05T16:53:022026-08-05Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBZWB:2026:6834 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-07-2026 / 12163322 CV EXPL 26-1170 (T) Bevoegdheidsincident.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht
Kantonrechter Zittingsplaats Breda Zaaknummer: 12163322 CV EXPL 26-1170 Vonnis van 1 juli 2026 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid RECRUITMENT4YOU B.V.,
te Waalwijk,
eisende partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: R4Y,
gemachtigde: mr. F.A. Ozturk, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KLG EUROPE VENLO B.V.,
te Venlo,
gedaagde partij in de hoofdzaak, eisende partij in het incident,
hierna te noemen: KLG,
gemachtigde: mr. S.G.J. Habets. 1De zaak in het kort Het geschil in dit incident komt neer op de vraag of de door R4Y gehanteerde algemene voorwaarden gelden tussen partijen. Als dat het geval is, dan is de kantonrechter te Breda in de hoofdzaak op grond van het in de algemene voorwaarden opgenomen forumkeuzebeding bevoegd om van het geschil kennis te nemen. Wanneer de algemene voorwaarden geen deel uitmaken van de overeenkomsten geldt dat de kantonrechter te Breda zich onbevoegd zal verklaren. De kantonrechter verklaart zich hier bevoegd om van de vordering van R4Y in de hoofdzaak kennis te nemen. Hierna zal worden toegelicht waarom. 2De procedure2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 24 maart 2026 met producties 1 tot en met 33;- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 11, tevens incident tot onbevoegdverklaring;- de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident van R4Y met productie 1. 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3De feiten voor zover van belang in het incident3.1. R4Y is een gespecialiseerd bureau op het gebied van werving en selectie van personeel. 3.2. Op 28 januari 2025 heeft R4Y aan KLG, ter attentie van [persoon 1] (hierna: [persoon 1] ) en [persoon 2] (hierna: [persoon 2] ), twee overeenkomsten gestuurd voor werving en selectie van een Quality Specialist respectievelijk Quality Engineering Manager. In de overeenkomsten is vermeld dat op de werkzaamheden de algemene voorwaarden van R4Y van toepassing zijn en die op haar website te downloaden zijn. 3.3.
[persoon 1] heeft de beide overeenkomsten namens KLG voor akkoord ondertekend en bij e-mail van 29 januari 2025 de getekende overeenkomsten aan R4Y teruggestuurd. 3.4. In de periode van eind januari 2025 tot 14 februari 2025 heeft R4Y haar werkzaamheden on hold gezet wegens het bezwaar van KLG om voor beide vacatures een opstartfee te betalen. Na een mail van [persoon 1] van 14 februari 2025 aan R4Y waarin zij heeft medegedeeld: “Laten we zoals bedoeld verder gaan met de opdrachten voor beide vacatures en dit voorval achter ons laten.” heeft R4Y haar werkzaamheden hervat. 3.5. Bij e-mail van 10 maart 2025 heeft [persoon 2] van KLG aan R4Y gevraagd om de vacaturetekst voor de functie van Quality Engineering Manager aan te passen naar Quality Manager. 3.6. Als reactie daarop heeft R4Y bij e-mail van 10 maart 2025 aan KLG medegedeeld dat de voorgestelde wijziging als een fundamentele wijziging van de oorspronkelijke opdracht kan worden beschouwd. R4Y heeft KLG verzocht om wijzigingen zoveel mogelijk te beperken omdat een fundamentele wijziging in de functie op grond van de algemene voorwaarden extra kosten met zich kan meebrengen. 3.7. R4Y heeft meerder kandidaten aan KLG voorgesteld voor de functies die KLG heeft afgewezen. Op 26 mei 2025 heeft R4Y met een kandidaat een onverwachts bezoek gebracht aan KLG te Waalwijk. KLG had toen geen gelegenheid om een gesprek te voeren met R4Y en de kandidaat. 3.8. Bij brief van 29 mei 2025 heeft R4Y aan KLG medegedeeld dat de opdracht ten aanzien van de functie van Quality Manager wordt opgezegd omdat er sprake is van een wezenlijk verschil tussen de door KLG geuite wensen en de marktrealiteit. R4Y heeft toen een factuur gezonden aan KLG van € 14.306,37 inclusief btw voor de verrichte werkzaamheden. KLG heeft de factuur onbetaald gelaten. 3.9. In artikel 19 lid 2 van de algemene voorwaarden van R4Y is vermeld dat in geval van geschillen naar aanleiding van een bestaande overeenkomst waarop de algemene voorwaarden van toepassing zijn, deze bij uitsluiting worden beslecht door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda. 4Het geschil in de hoofdzaak4.1. R4Y vordert – samengevat – dat KLG wordt veroordeeld tot betaling van:
I. een bedrag van € 14.306,37 inclusief btw, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 12 juni 2025 tot de dag van volledige betaling,
II. een bedrag van € 1.110,86 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarden tot de dag van volledige betaling,
III. de kosten van de procedure, vermeerderd met wettelijke rente. 4.2. R4Y legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. KLG heeft de opdracht voor de functie van Quality Specialist feitelijk en eenzijdig ingetrokken. De opdracht voor de functie van Quality Manager mocht R4Y beëindigen door meerdere samenhangende omstandigheden. KLG is gehouden om de door R4Y verrichte werkzaamheden te vergoeden zoals R4Y gefactureerd heeft. 4.3. KLG voert verweer. KLG concludeert tot afwijzing van de vorderingen van R4Y als ongegrond en onbewezen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van R4Y in de kosten van deze procedure. 5Het geschil in het incident5.1. KLG vordert dat de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, zich onbevoegd verklaard om van de vorderingen kennis te nemen. 5.2. KLG stelt daartoe het volgende. De overeenkomsten zijn getekend door [persoon 1] die niet vertegenwoordigingsbevoegd is. R4Y hoorde dat te weten omdat [persoon 1] niet is ingeschreven in het handelsregister. Als geoordeeld wordt dat KLG afspraken heeft bekrachtigd, geldt dat er discussie was over financiële verplichtingen en dat heeft geleid tot nieuwe afspraken met een nieuwe overeenkomst (mail van 14 februari 2025). Uit de uitvoering vanaf 28 januari 2025 kan en mag niet worden geconcludeerd dat de algemene voorwaarden automatisch gelden; deze maken geen deel uit van de nieuwe afspraken. Op een eerdere opdracht in het verleden waren geen algemene voorwaarden van toepassing en R4Y wist dat de goedkeuring van [persoon 3] (hierna: [persoon 3] ) vereist was. Als geoordeeld wordt dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn, dan geldt dat wijziging van de titel van Quality Engineer Manager naar Quality Manager (bij e-mail van 10 maart 2025) door R4Y werd gezien als een fundamentele wijziging van de oorspronkelijke opdracht en de opdracht daarom op grond van artikel 7 lid 3 van de algemene voorwaarden als beëindigd geldt. Omdat R4Y vervolgens niet heeft opgemerkt dat ze bereid was de opdracht voort te zetten onder de oorspronkelijk overeengekomen voorwaarden, geldt dat er vanaf dan een nieuwe overeenkomst tot stand is gekomen waarbij de algemene voorwaarden niet opnieuw zijn overeengekomen. 5.3. R4Y betwist de gestelde onbevoegdheid en voert het volgende aan. Er is schijn van vertegenwoordiging gewekt door KLG omdat [persoon 1] ook in 2021 een offerte van R4Y heeft ondertekend die is uitgevoerd. [persoon 1] was tijdens het hele offertetraject het aanspreekpunt van KLG als HR manager en uit correspondentie blijkt dat [persoon 1] regelmatig afstemming zocht bij [persoon 3] . R4Y mocht er daarom gerechtvaardigd op vertrouwen dat [persoon 1] ondertekend heeft na interne goedkeuring. Na ondertekening hebben ook andere medewerkers van KLG, zoals [persoon 2] en de heer [persoon 4] , actief uitvoering gegeven aan de opdrachten. KLG heeft nooit gesteld dat de algemene voorwaarden niet van toepassing zijn. Uit het handelsregister blijkt niet dat [persoon 3] als bestuurder of gevolmachtigde van KLG is geregistreerd. In een e-mail van 14 februari 2025 deelt [persoon 1] mede om verder gaan, hetgeen wijst op de bestaande overeenkomsten en niet op beëindiging van de bestaande overeenkomsten. Na wijziging van het functieprofiel heeft R4Y niet het rechtsgevolg ingeroepen van beëindiging in de zin van artikel 7 lid 3 van de algemene voorwaarden. Partijen zijn doorgegaan met dezelfde opdrachten, dezelfde vacatures en dezelfde samenwerking. Hierdoor is het forumkeuzebeding uit artikel 19 van de algemene voorwaarden onverkort van toepassing. 5.4. Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover relevant, worden in gegaan. 6De beoordeling in het incident6.1. Tussen partijen is in geschil of het in artikel 19 lid 2 van de algemene voorwaarden van R4Y opgenomen forumkeuzebeding van toepassing is. Hiertoe moet worden beoordeeld of tussen partijen overeenkomsten tot stand gekomen zijn en, zo ja, of de algemene voorwaarden van R4Y van toepassing zijn. Overeenkomsten tot stand gekomen met de algemene voorwaarden? 6.2. De overeenkomsten kunnen in beginsel alleen tot stand zijn gekomen als [persoon 1] bevoegd was om KLG te vertegenwoordigen. KLG betwist de bevoegdheid van [persoon 1] . Omdat R4Y zich beroept op het rechtsgevolg van bevoegde vertegenwoordiging, namelijk rechtsgeldige overeenkomsten, rust op haar de stelplicht daarvan. De kantonrechter stelt vast dat R4Y niet onderbouwd heeft dat [persoon 1] een toereikende volmacht had om KLG te vertegenwoordigen. 6.3. De vraag is dan of R4Y er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [persoon 1] bevoegd was om de overeenkomsten te sluiten (artikel 3:61 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW)). 6.4. Voor toerekening van schijn van (toereikende) volmachtverlening aan de vertegenwoordigde (KLG) kan plaats zijn als de wederpartij (R4Y) gerechtvaardigd op volmachtverlening heeft vertrouwd op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van KLG komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. Dat risicobeginsel gaat echter niet zo ver dat voor toepassing daarvan ook ruimte is in gevallen waarin het tegenover de wederpartij gewekte vertrouwen uitsluitend is gebaseerd op verklaringen en gedragingen van de onbevoegd handelende persoon ( [persoon 1] ). Er moeten feiten en omstandigheden worden vastgesteld die KLG betreffen en die rechtvaardigen dat deze partij in haar verhouding tot R4Y het risico van de onbevoegde vertegenwoordiging draagt. De schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan ook berusten op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na de totstandkoming van de betrokken rechtshandeling. 6.5. De kantonrechter oordeelt als volgt. KLG heeft schijn van vertegenwoordigings-bevoegdheid gewekt door niet na ondertekening door [persoon 1] aan R4Y te melden dat [persoon 1] niet vertegenwoordigingsbevoegd is. KLG heeft de situatie laten voortbestaan en R4Y de opdrachten laten uitvoeren. [persoon 1] was als HR manager het primaire aanspreekpunt en zij voerde ook de onderhandelingen over de opdracht. De omstandigheid dat zij intern moest overleggen over de kosten maakt nog niet dat zij niet vertegenwoordigingsbevoegd is. Daarbij komt dat verschillende medewerkers van KLG ook uitvoering hebben gegeven aan de opdrachten. Deze omstandigheden betreffen KLG en komen in de verhouding tussen R4Y en KLG voor risico van KLG. Naar verkeersopvattingen mocht R4Y er daarom gerechtvaardigd op vertrouwen dat [persoon 1] bevoegd was om in naam van KLG de overeenkomsten te sluiten. Het feit dat [persoon 3] in 2022 namens KLG een opdracht heeft gegeven aan R4Y wil nog niet zeggen dat R4Y daarom had moeten twijfelen of [persoon 1] wel vertegenwoordigingsbevoegd was. De bevoegdheid van [persoon 3] hoeft de (schijn van) bevoegdheid van [persoon 1] namelijk niet uit te sluiten. Op grond van het voorgaande wordt uitgegaan van rechtsgeldig gesloten overeenkomsten door [persoon 1] (op 29 januari 2025) waarop de algemene voorwaarden van R4Y van toepassing zijn. Nieuwe afspraak/nieuwe opdracht? 6.6. KLG beroept zich er voorts op dat met de e-mail van 14 februari 2025 een nieuwe afspraak is gemaakt en daarmee geen gebondenheid bestaat aan de algemene voorwaarden van R4Y. De kantonrechter is van oordeel dat dit beroep van KLG faalt. [persoon 1] geeft in haar e-mail van 14 februari 2025 aan R4Y namelijk juist aan verder te willen gaan met de opdrachten voor beide vacatures en in de mail wordt geen ook afstand genomen van de eerder overeengekomen afspraken waaronder de algemene voorwaarden. 6.7. Daarnaast beroept KLG zich op een fundamentele wijziging van de opdracht die R4Y in een e-mail van 10 maart 2025 had genoemd waardoor de opdracht op grond van artikel 7 lid 3 van de algemene voorwaarden als beëindigd zou gelden. De kantonrechter is van oordeel dat ook dit beroep van KLG faalt. Uit de e-mail van 10 maart 2025 van R4Y en het verdere verloop volgt namelijk niet dat R4Y artikel 7.4 van de algemene voorwaarden daadwerkelijk heeft ingeroepen en evenmin dat is uitgegaan van beëindiging van de opdrachten. R4Y is ook niet tot tussentijdse afrekening overgegaan. Daarom gaat de kantonrechter ervan uit dat de overeenkomsten met de toepasselijke algemene voorwaarden steeds in stand zijn gebleven. 6.8. Op grond van het forumkeuzebeding als genoemd in artikel 19.2 van de algemene voorwaarden acht de kantonrechter te Breda zich bevoegd tot kennisname van het geschil. Het door KLG gedane beroep op onbevoegdheid zal daarom worden afgewezen. Proceskosten 6.9. KLG zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van de R4Y begroot op: - salaris gemachtigde € 144,00 - nakosten € 72,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 216,00 6.10. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen zoals in de beslissing is vermeld. 7De beoordeling in de hoofdzaak7.1. De kantonrechter zal de hoofdzaak naar de rol verwijzen voor beraad mondelinge behandeling. 7.2. Omdat KLG in haar conclusie van antwoord heeft aangegeven de producties 24 tot en met 33 van de dagvaarding niet te hebben ontvangen van R4Y, wordt R4Y verzocht om die stukken alsnog aan KLG toe te zenden en die toezending aan de kantonrechter te bevestigen. 7.3. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 8De beslissing De kantonrechter in het incident 8.1. wijst de vordering af, 8.2. veroordeelt KLG in de kosten van het incident, aan de zijde van R4Y tot op heden begroot op € 216,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe en te vermeerderen met de kosten van betekening als KLG niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 8.3. veroordeelt KLG tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in de hoofdzaak 8.4. bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van woensdag 8 juli 2026 voor: beraad mondelinge behandeling, overlegging van een bevestiging door R4Y dat zij de producties 24 tot en met 33 aan KLG heeft verzonden. 8.5. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. Van Sprundel-Jansen en in het openbaar uitgesproken op 1juli 2026. HR 19 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK7671 en HR 2 december 2011, ECLI:NL:HR:BU4909 HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:143, hersteld bij HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:277 HR 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1119