Onbetaald gelaten eigen bijdrage voor verblijf in zorginstelling toegewezen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 5 August 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:6836
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
24-07-2026
Datum publicatie
05-08-2026
Zaaknummer
11969449 CV EXPL 25-5880 (E)
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
ECLI:NL:RBZWB:2026:6836text/xmlpublic2026-08-05T16:51:072026-07-24Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Zeeland-West-Brabant2026-07-0111969449 CV EXPL 25-5880 (E)UitspraakBodemzaakNLTilburgCiviel recht; VerbintenissenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6836text/htmlpublic2026-08-05T16:50:552026-08-05Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBZWB:2026:6836 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-07-2026 / 11969449 CV EXPL 25-5880 (E) Onbetaald gelaten eigen bijdrage voor verblijf in zorginstelling toegewezen.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht
Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 11969449 CV EXPL 25-5880 Vonnis van 1 juli 2026 in de zaak van de publiekrechtelijke rechtspersoon CENTRAAL ADMINISTRATIEKANTOOR (CAK),
te 's-Gravenhage,
eisende partij,
hierna te noemen: CAK,
gemachtigde: Flanderijn & van Eck, tegen
[gedaagde]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon. 1De zaak in het kort Het gaat in deze zaak om de door [gedaagde] onbetaald gelaten eigen bijdragen aan CAK voor verblijf in een zorginstelling. [gedaagde] voert als verweer aan dat hij de vordering niet kan betalen. De kantonrechter wijst de vordering van CAK toe. Hierna zal worden uitgelegd waarom. 2De procedure2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 september 2025 met producties 1 en 2;- de conclusie van antwoord met als bijlage een schriftelijk verweer;- de akte van CAK met producties 2a tot en met 5;
- de antwoordakte van [gedaagde] met producties;- de akte uitlaten producties van CAK. 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3De feiten3.1. CAK is op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) belast met de vaststelling en de inning van de eigen bijdrage. 3.2.
[gedaagde] verblijft of verbleef in de [zorginstelling] en is voor dat verblijf op grond van de Wlz maandelijks een eigen bedrage verschuldigd aan CAK. Die eigen bijdrage heeft CAK (jaarlijks) vastgesteld bij beschikkingen aan de hand van (inkomens)gegevens van [gedaagde] . 3.3.
[gedaagde] heeft eigen bijdragen aan CAK onbetaald gelaten die gefactureerd zijn in de periode van 21 november 2023 tot en met 21 maart 2025 van totaal € 12.653,46. 4Het geschil4.1. CAK vordert – samengevat – dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag van € 13.744,31 met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure. 4.2. CAK legt aan de vordering het volgende ten grondslag. CAK heeft de door [gedaagde] te betalen eigen bijdrage vastgesteld bij beschikkingen die formele rechtskracht hebben. [gedaagde] is aan eigen bijdrage een totaalbedrag van € 12.653,46 verschuldigd. De eigen bijdrage is op grond van artikel 3.3.1.3 van het Besluit langdurige zorg verschuldigd binnen 30 dagen nadat de beschikking bekend is gemaakt. Daarom is het verzuim van [gedaagde] ingetreden direct na de op de factuur vermelde betaaldatum. Aan buitengerechtelijke incassokosten is een bedrag van € 1.090,85 verschuldigd omdat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht die voldoen aan de vereisten van het rapport Voorwerk II. 4.3.
[gedaagde] voert als verweer het volgende aan. [gedaagde] kan de vordering niet betalen. Er is medio 2024 loonbeslag gelegd waardoor het voor [gedaagde] niet mogelijk was de gevraagde € 1.200,00 te betalen zonder in ernstige financiële problemen te komen. [gedaagde] is een keer bij de gemeente geweest voor hulp, maar die kon hem niet helpen. [gedaagde] heeft geen vertrouwen in het rechtssysteem. 4.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5De beoordeling Producties buiten beschouwing? 5.1. CAK verzoekt de kantonrechter om de door [gedaagde] overgelegde producties bij antwoordakte buiten beschouwing te laten omdat niet voldaan is aan de wegwijsplicht. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de producties op voorhand buiten beschouwing te laten. [gedaagde] mocht bij antwoordakte producties overleggen en CAK heeft ook de gelegenheid gehad om daarop te reageren. Hoofdsom 5.2. Het gaat in deze zaak om de privaatrechtelijke invordering van een bestuursrechtelijke schuld. De onderliggende beschikkingen staan in rechte vast en hebben formele rechtskracht gekregen. Dit betekent dat zowel inhoudelijk, als wat betreft de wijze van totstandkoming van de geldigheid van de beschikkingen dient te worden uitgegaan. Daarom dient ook uitgegaan te worden van de juistheid van de facturen die CAK heeft gestuurd die gebaseerd zijn op de beschikkingen. De door [gedaagde] gestelde betalingsonmacht wegens financiële problemen kan er niet toe leiden dat CAK geen recht heeft op betaling. De kantonrechter kan partijen verder geen betalingsregeling opleggen. Voor het sluiten van een betalingsregeling dient [gedaagde] contact op te nemen met (de gemachtigde van) CAK. 5.3.
[gedaagde] beroept zich op ontbrekend vertrouwen in de rechtsstaat en voert in zijn schriftelijke reactie aan dat systemen en processen waarop burgers moeten vertrouwen niet beschikbaar waren. Wat [gedaagde] daarmee bedoelt aan te voeren, is de kantonrechter niet duidelijk. Voor zover [gedaagde] bedoelt te stellen dat zaken voor hem onduidelijk waren dan had van hem verwacht mogen worden dat hij daarover contact had opgenomen met CAK en bij gebreke van een onderbouwing door [gedaagde] valt niet in te zien waarom contact niet mogelijk zou zijn geweest. Op de beschikkingen is ook steeds vermeld dat er gedurende een periode van 6 weken bezwaar kan worden gemaakt (digitaal, via een bezwaarformulier of met een brief) en er contact op kan worden genomen bij twijfel of er bezwaar moet worden gemaakt. 5.4. Voor wat betreft de door [gedaagde] overgelegde producties bij antwoordakte stelt CAK in haar laatste akte terecht dat het op de weg van [gedaagde] had gelegen om duidelijk te maken waarom hij de producties heeft overgelegd. Zonder toelichting van [gedaagde] op de producties is het de kantonrechter niet duidelijk wat [gedaagde] precies met de producties wil onderbouwen. De stukken betreffen (onder meer) een kopie van de dagvaarding van deze procedure, correspondentie en facturen die zien op een vordering van CAK over een andere periode dan in deze procedure is gevorderd en aanmaningen die zien op de onderhavige vordering en een beschikking tot opheffing van een ondercuratelestelling per 1 september 2022. Bij gebreke van ingenomen stellingen van [gedaagde] bij antwoordakte over de producties wordt voorbij gegaan aan de producties. 5.5. Op grond van het voorgaande is het door CAK gevorderde bedrag van totaal € 12.653,46 toewijsbaar. Buitengerechtelijke kosten 5.6. CAK vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. CAK heeft onbetwist gesteld dat zij werkzaamheden heeft verricht die niet kunnen worden beschouwd als werkzaamheden ter voorbereiding van een procedure, zodat de kosten voor deze werkzaamheden als buitengerechtelijke incassokosten voor vergoeding in aanmerking komen. Voor de hoogte van de toewijsbare vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zoekt de kantonrechter aansluiting bij het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: Besluit) bepaalde tarief. Het gevorderde bedrag van € 1.090,85 komt overeen met de tarieven in het Besluit en is toewijsbaar. Proceskosten 5.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van CAK worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 146,14 - griffierecht € 1.461,00 - salaris gemachtigde € 864,00 (2 punten × € 432,00) - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.615,14 6De beslissing De kantonrechter 6.1. veroordeelt [gedaagde] om aan CAK te betalen een bedrag van € 13.744,31, 6.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.615,14 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 6.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Badal en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.