Bevel verlenging gevangenhouding. Aanrijding N290 ter hoogte van Vogelwaarde op 11 juni 2026.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 July 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:6966
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
29-07-2026
Datum publicatie
29-07-2026
Zaaknummer
02-168086-26
Rechtsgebied
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
ECLI:NL:RBZWB:2026:6966text/xmlpublic2026-07-29T16:07:052026-07-29Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Zeeland-West-Brabant2026-07-2802-168086-26UitspraakRaadkamerNLMiddelburgStrafrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6966text/htmlpublic2026-07-29T16:06:242026-07-29Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBZWB:2026:6966 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 28-07-2026 / 02-168086-26 Bevel verlenging gevangenhouding. Aanrijding N290 ter hoogte van Vogelwaarde op 11 juni 2026.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats Middelburg parketnummer : 02-168086-26 bevel verlenging gevangenhouding van de rechtbank, meervoudige raadkamer in strafzaken van 28 juli 2026
(artikel 66 Wetboek van Strafvordering) in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte] , geboren op [geboortedag] 2006 te [geboorteplaats] ( [land] ),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres] ,
nu gedetineerd in P.I. [locatie] . Raadsvrouw mr. M.C. Geijtenbeek. Procedure Op 23 juni 2026 is tegen verdachte een bevel tot gevangenhouding verleend. De officier van justitie heeft verlenging van de geldigheidsduur van dit bevel gevorderd voor de duur van 60 dagen. De verdediging heeft de opheffing van de voorlopige hechtenis verzocht.
De verdediging heeft de schorsing van de voorlopige hechtenis verzocht. De rechtbank heeft de officier van justitie mr. K. Pieters, de verdachte en de raadsvrouw gehoord. Beoordeling Na onderzoek is gebleken dat de ernstige bezwaren en de grond(en) als bedoeld in artikel 67a van het Wetboek van Strafvordering die tot het bevel tot gevangenhouding van de verdachte hebben geleid, ook op dit moment nog bestaan. Ernstige bezwaren
Ten aanzien van de ernstige bezwaren overweegt de rechtbank dat zij op basis van de
bevindingen in het dossier ten aanzien van de defecte stuurbekrachtiging van de auto, de
hoge snelheid en het onvoldoende snelheid minderen, voldoende ernstige bezwaren ziet
voor feit 1 en feit 2. De processen-verbaal van politie, de getuigenverklaringen die op essentiële punten overeenkomen, de verklaringen van verdachte, de resultaten van diverse technische onderzoeken alsmede het proces-verbaal 2de raadkamer van 23 juli 2026 bieden een voldoende basis voor de ernstige bezwaren. Gronden
Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte een misdrijf zal begaan
waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld. Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte een misdrijf zal begaan
waardoor de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht. Hetgeen blijkt uit de omstandigheid/omstandigheden dat: -aannemelijk is dat verdachte tot het vermoedelijk begane feit is gekomen onder
invloed van psychosociale problemen, waarvoor ook thans nog geen oplossing is
gevonden; -verdachte wordt verdacht van een of meer feit(en) terwijl de omstandigheden van
verdachte en/of die waaronder deze feiten zijn gepleegd, ongewijzigd zijn gebleven; -verdachte al eerder met politie en justitie in aanraking is geweest voor (een)
(soortgelijk(e)) delict(en). Verdachte is een beginnend bestuurder en vertoonde al meermalen in een kort tijdsbestek
onverantwoord rijgedrag zoals blijkt uit het proces-verbaal voorgeleiding en het proces
verbaal ten behoeve van de raadkamer. Verdachte heeft in de korte periode dat hij in bezit is
van zijn rijbewijs meerdere malen grove verkeersovertredingen begaan en is daarvoor
beboet. Daarnaast zijn er meerdere filmpjes aangetroffen op de telefoon van verdachte
waarop is te zien dat hij zichzelf en de snelheidsmeter van de auto filmt terwijl hij met zeer
hoge snelheid in de auto rijdt en dat hij met hoge snelheid over een dubbele doorgetrokken
streep rijdt. Deze objectieve omstandigheden laten zien dat verdachte kennelijk weinig
zelfinzicht heeft in zijn rijgedrag en ook zijn rijgedrag niet aanpast nadat hij keer op keer in
overtreding is van verkeerregels en hierbij overige verkeersdeelnemers in gevaar brengt.
Daaruit blijkt van een mentaliteit waarin weinig ruimte is voor de veiligheid en de fysieke
integriteit van andere weggebruikers, en voorts blijkt daaruit van een aanmerkelijke
overschatting van de vaardigheid van verdachte van het op de juiste wijze besturen van een
motorvoertuig. Dit heeft hem er niet van weerhouden wederom in een auto te stappen
waarvan hij wist dat de stuurbekrachtiging niet naar behoren werkte en waarvoor een
waarschuwingslampje in de auto brandde, en met hoge snelheid door een bocht is gereden. Daar komt bij dat uit het proces-verbaal van bevindingen Snelheidsovertredingen van 3 juli 2026 (onderdeel van het proces-verbaal 2de raadkamer van 23 juli 2026) blijkt dat van de auto van verdachte in de periode van 4 juni 2026 tot en met 10 juni 2026 op 17 verschillende trajecten/wegen snelheidsovertredingen zijn geregistreerd. Op de dag van de aanrijding (11 juni 2026) zijn op 3 verschillende trajecten/wegen snelheidsovertredingen geregistreerd. Dit betekent in onderlinge samenhang bezien dat het recidiverisico als voldoende concreet
en acuut is te beschouwen. Het feit het rijbewijs van verdachte is ingenomen en hij enorm is
geschrokken van het ongeluk maakt dit niet anders. De rechtbank is van oordeel dat een situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering op dit moment niet aan de orde is. Schorsingsverzoek
De rechtbank is van oordeel dat het strafvorderlijk belang zwaarder weegt dan het persoonlijk belang van de verdachte bij invrijheidstelling en zal daarom het mondeling verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afwijzen. Het gedrag van verdachte heeft geleid tot meerdere dodelijke slachtoffers (waaronder kinderen) en meerdere kinderen die zwaargewond zijn geraakt. De impact op de nabestaanden, de gezinnen van de betrokken kinderen, [basisschool] in [plaats] en de stad [plaats] is enorm. Invrijheidstelling van verdachte door schorsing van de voorlopige hechtenis is onder de gegeven omstandigheden niet uit te leggen en zou tot veel onbegrip leiden. Dit is voor de rechtbank aanleiding het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af te wijzen. De rechtbank neemt de artikelen 65, 66, 67, 67a en 78 van het Wetboek van Strafvordering in aanmerking. Beslissing De rechtbank: verlengt de termijn van het bevel tot gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van 60 (zestig) dagen; wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af. Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 28 juli 2026 door:
mr. G.H. Nomes, voorzitter,
mr. L.W. Boogert en mr. K.H.P. Bovend'Eerdt, rechters,
in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier.