Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBZWB:2026:7154

Wvggz - zorgmachtiging 6 maanden - bipolaire stemmingsstoornis bij ontbrekend ziektebesef en -inzicht - van buitensporig uitgavepatroon is niets gebleken.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3 September 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2026:7154 text/xml public 2026-09-03T13:52:59 2026-08-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-07-03 C/02/449391 / FA RK 26-3135 Uitspraak Rekestprocedure Beschikking NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7154 text/html public 2026-09-01T09:47:59 2026-09-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:7154 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-07-2026 / C/02/449391 / FA RK 26-3135
Wvggz - zorgmachtiging 6 maanden - bipolaire stemmingsstoornis bij ontbrekend ziektebesef en -inzicht - van buitensporig uitgavepatroon is niets gebleken.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/449391 / FA RK 26-3135

Datum uitspraak: 3 juli 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1951 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene,

wonend in [plaats] ,

verblijvende bij de [accommodatie] , [afdeling] te [plaats] ,

advocaat: mr. A.A. Nunnikhoven uit Tilburg.
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juli 2026 bij de [accommodatie] , [afdeling] , aan [adres] te [plaats] . Daarbij zijn aanwezig en gehoord:

betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

arts, mevrouw [persoon 1] ;

agoog, mevrouw [persoon 2] ;

zus van betrokkene, mevrouw [persoon 3] .
<nr>2</nr>Wat vaststaat 2.1.
Bij beschikking van 4 juni 2026 heeft de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 25 juni 2026.
2.2.
Betrokkene verblijft met deze machtiging in voornoemde [accommodatie] .
<nr>3</nr>Het verzoek 3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden met de volgende vormen van verplichte zorg:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.
<nr>4</nr>De standpunten 4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het goed met haar gaat. Een zorgmachtiging vindt zij overdreven. Het is volgens betrokkene niet nodig dat zij zorg krijgt. Met betrokkene is niets aan de hand. Van een psychische stoornis is dan ook geen sprake. Hetgeen in de stukken staat over Egypte en veel geld uitgeven is verzonnen. Bovendien heeft [accommodatie] niets met het uitgavepatroon van betrokkene te maken. Wat betreft de noodzaak van medicatie, luistert betrokkene naar [de psychiater] . Hij heeft gezegd dat er geen medicatie nodig is. Volgens betrokkene is het onjuist dat haar kamer vies is. Het is juist betrokkene die anderen helpt en alles schoon houdt.
4.2.
De arts verklaart, samengevat, als volgt. Bij betrokkene is gestart met het toedienen van 750 mg depakine. Dit gaf in het begin een verbetering. Het leek alsof betrokkene rustiger werd. Het herstel heeft echter niet doorgezet. Bij betrokkene is nog steeds sprake van veel onrust en boosheid. In haar emoties kan betrokkene groepsontwrichtend gedrag vertonen. Recent is besloten om de dosering depakine op te hogen. Het effect daarvan is nog niet zichtbaar. Betrokkene dient daarom nog langer opgenomen te blijven. Hoe lang een opname nodig is, is niet te voorspellen. Eerst moet worden bezien of een hogere dosering medicatie effect gaat hebben. Daarnaast moet er het vertrouwen zijn dat betrokkene afspraken nakomt en er een overeenstemming is over de behandeling. Er is nu geen enkele vorm van gesprek mogelijk met betrokkene. Wanneer betrokkene nu met ontslag zal gaan, zal zij zichzelf verwaarlozen. Ook is betrokkene erg kwetsbaar en kan zij op verzoeken van anderen ingaan waarvan betrokkene zelf slechter wordt. Betrokkene vertoont ontremd gedrag naar medecliënten, hetgeen buiten de kliniek niet anders zal zijn. Dat betrokkene langere tijd in Egypte heeft verbleven en zij daar veel geld heeft uitgegeven is van familie vernomen. Betrokkene heeft in het verleden meerdere episoden meegemaakt. De onrust, buitensporige boosheid en de chaos die betrokkene nu kent, worden veroorzaakt door de psychische stoornis en niet door het gegeven dat betrokkene boos is vanwege haar opname.
4.3.
De agoog vult hierop nog aan dat de kamer van betrokkene rommelig kan ogen. Zij maakt versieringen en stukjes van alles. Waar anderen iets weggooien, bewaart betrokkene het.
4.4.
De zus van betrokkene verklaart dat betrokkene, nadat zij terugkwam uit Egypte, is onderzocht en vervolgens is opgenomen. Betrokkene vindt dat zij niets mankeert. Het is belangrijk dat betrokkene haar medicatie inneemt. Dat zij zichzelf zou verwaarlozen, gelooft de zus niet. Wel werd ander gedrag bij betrokkene gezien. De onrust bij betrokkene nam toe. Dat zij in Egypte veel geld heeft uitgegeven is niet bewezen.
4.5.
De advocaat voert, samengevat, het volgende aan. Bij betrokkene is geen sprake van een psychische stoornis maar van enorme boosheid. Dit komt voort uit de gang van zaken. Direct nadat betrokkene terugkwam uit Egypte is zij opgenomen. Betrokkene ervaart het alsof zij onterecht is opgenomen. Ook is betrokkene, volgens haar, onder valse voorwendselen teruggehaald uit Egypte. Ook hier is betrokkene boos over en geeft onrust. Niet is gebleken dat betrokkene in Egypte veel geld heeft uitgegeven. Onduidelijk is waar dit signaal vandaan komt en hoeveel geld zij dan uitgegeven zou hebben. Dit is bovendien iets van betrokkene zelf. Zij heeft het recht haar eigen geld uit te geven en te verblijven waar zij wenst. Voorts is van maatschappelijke teloorgang niets gebleken. Ook het oproepen van agressie door hinderlijk gedrag is niet onderbouwd. Volgens betrokkene is er dan ook geen sprake van ernstig nadeel. Dit maakt dat het verzoek afgewezen dient te worden.
<nr>5</nr>De beoordeling 5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van bipolaire-stemmingsstoornissen. De enkele ontkenning van betrokkene dat er iets met haar aan de hand is, geeft de rechtbank geen reden om aan de medische verklaring en de toelichting van de arts te twijfelen. Bij betrokkene is sprake van een manisch-psychotisch toestandsbeeld in het kader van een bipolaire stoornis.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstige psychische schade;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene zich niet laat begrenzen, zij ontremd en groepsontwrichtend gedrag vertoont en zij makkelijk in conflict raakt met anderen. Dit wordt momenteel ook op de afdeling waargenomen. Daarnaast is betrokkene gedesorganiseerd, wat maakt dat er een risico is op zelfverwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Uit de overlegde stukken en de verklaring van de arts op zitting is gebleken dat dit gedrag en haar boosheid veroorzaakt worden door de psychische stoornis. Dat betrokkene veel geld zou hebben uitgeven in Egypte is uit de stukken onvoldoende gebleken. Ook uit de toelichting van de arts is dit niet komen vast te staan. Zorgen over het uitgavepatroon van betrokkene, zal de rechtbank dan ook niet meenemen in de beoordeling van het verzoek.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. De rechtbank heeft er onvoldoende vertrouwen in dat met betrokkene (behandel)afspraken zijn te maken over zorgverlening in een vrijwillig kader. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat het betrokkene ontbreekt aan ziektebesef en -inzicht, zij argwanend is richting zorgverlening en zij medicatie en opname niet nodig vindt. Daarbij komt dat de dosering medicatie recent is opgehoogd en het effect daarvan nog moet worden bezien. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;

- opnemen in een accommodatie, zo lang als nodig en zo kort als mogelijk.
5.7.1
De rechtbank bepaalt daarbij dat onder ‘aanbrengen van beperkingen

in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ moet worden verstaan dat betrokkene periodiek contact heeft met haar ambulant behandelteam en zij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen is niet nodig gebleken en wordt afgewezen.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.
<nr>6</nr>De beslissing
De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1951 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, zoals is weergegeven in rechtsoverweging 5.7.1;

- opnemen in een accommodatie, zo lang als nodig en zo kort als mogelijk;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 januari 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026 door mr. Gremmen, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier, en op schrift gesteld op 14 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Artikel delen