Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBZWB:2026:7208

Verlenging tbs met dwangverpleging met 2 jaar.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2026:7208 text/xml public 2026-08-06T13:50:34 2026-08-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-08-06 02-196523-19 Uitspraak Op tegenspraak NL Middelburg Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7208 text/html public 2026-08-05T13:02:44 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:7208 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 06-08-2026 / 02-196523-19
Verlenging tbs met dwangverpleging met 2 jaar.

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Parketnummer: 02-196523-19

Beslissing van de meervoudige kamer van 6 augustus 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,

verblijvende in FPC [locatie] ,

raadsvrouw mr. M.C. Geijtenbeek, advocaat te Goes.
<nr>1</nr>Inleiding
Bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van

6 augustus 2020 is betrokkene, wegens overtreding van de artikelen 245 en 247 van het

Wetboek van Strafrecht, veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien maanden, met aftrek

van het voorarrest, en is aan hem tbs met verpleging van overheidswege (hierna: tbs) opgelegd. De rechtbank constateert dat het hier gaat om misdrijven als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

De tbs is op 21 augustus 2020 aangevangen.

Bij beslissing van deze rechtbank van 21 augustus 2024 is de tbs laatstelijk verlengd voor een termijn van twee jaar.
<nr>2</nr>Procesverloop
De rechtbank heeft op 12 juni 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.

De vordering is op de openbare terechtzitting van 23 juli 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. J. Castelein, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw. Voorts is als deskundige gehoord [persoon] , verpleegkundig ggz specialist bij FPC [locatie] .
<nr>3</nr>Advies tbs-instelling
De tbs-instelling heeft in het rapport van 7 mei 2026 geadviseerd de tbs te verlengen met twee jaar. Betrokkene is gediagnosticeerd met een stoornis in het autismespectrum, een antisociale persoonlijkheidsstoornis en een stoornis in cannabisgebruik (thans volledig in

remissie in een gereguleerde omgeving). De kernproblematiek die ten grondslag ligt aan het indexdelict, is nog actueel. Daarbij is er sprake van een hoog recidiverisico bij verval van de huidige maatregel, zorg en toezicht. De afwikkeling van het behandel- en resocialisatietraject neemt nog meer dan twee jaar in beslag.

Op 5 juni 2024 is betrokkene intern overgeplaatst naar [afdeling 1] , een sociaal therapeutische afdeling. In eerste instantie lijkt de afdeling goed bij hem aan te sluiten, maar na een periode op deze afdeling wordt duidelijk dat hij snel overprikkeld en overbelast raakt zodra hij veel negatieve prikkels te verwerken krijgt. Dit leidt tot een incident op 31 augustus 2025, waarbij hij een medepatiënt probeert aan te vallen. Hierdoor wordt betrokkene teruggeplaatst naar [afdeling 2] en zet hij zich wisselend in voor zijn traject. Betrokkene krijgt vanaf halverwege 2025 herhaaldelijk time-outs vanwege schelden, stemverheffing en verbale agressie. Er wordt gesproken over een overplaatsing aangezien er geen enkele afdeling binnen FPC [locatie] passend lijkt voor hem. Desondanks wil betrokkene zich inzetten voor een traject binnen FPC [locatie] , hoewel betrokkene hierbij wel benoemt geen vooruitgang in zijn behandeling te boeken. Op 5 januari 2026 veroorzaakt hij een ernstig geweldsincident, waarbij hij fysieke agressie heeft geuit richting een medepatiënt. Betrokkene wordt hiervoor aangehouden. Op 20 januari 2026 wordt hij teruggeplaatst naar FPC [locatie] . Aangezien het slachtoffer van het incident een medepatiënt op [afdeling 2] betreft, wordt het niet veilig geacht om hem terug te plaatsen op [afdeling 2] . Hierdoor wordt hij geplaatst op [afdeling 3] . De tbs-instelling constateert dat de behandeling binnen FPC [locatie] stagneert en dat hier geen passende behandelafdeling voor betrokkene is. In combinatie met het ernstige geweldsincident, besluit de tbs-instelling een overplaatsingsverzoek te doen. De vervolginstelling dient haar eigen visie op de koers te laten en te bepalen wat een passend vervolgtraject is. De verwachting is dat het behandel- en resocialisatietraject met bijbehorende verlofstappen nog enige jaren in beslag neemt.

Ter zitting heeft de deskundige daaraan nog het volgende toegevoegd. Betrokkene is inmiddels geaccepteerd door de [kliniek] in [plaats] . Hij staat daar op de wachtlijst. In afwachting van zijn plaatsing wordt gekeken hoe zijn tijd zo goed mogelijk benut kan worden. Daarbij kan, indien dit voldoende veilig wordt geacht en een juiste stap in zijn behandeling is, ook worden gekeken naar de mogelijkheden tot verlof. De deskundige merkt op dat dit geen toezegging is, maar verlof niet volledig hoeft te zijn uitgesloten vanwege de overplaatsing. In de nieuwe tbs-instelling zal betrokkene niet bij nul starten. Hij heeft immers al jaren behandeling gehad, verloven genoten en deze ervaring en kennis neemt hij mee. De verlenging beperken tot één jaar is niet passend gelet op de wachttijd en de beperkte behandeling in afwachting van zijn overplaatsing.
<nr>4</nr>Standpunt van partijen 4.1.
Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen gebleven.
4.2.
Het standpunt van de verdediging

Voor betrokkene bestaat er op dit moment geen duidelijke koers vanwege de overplaatsing naar [plaats] . Hij staat op de wachtlijst, maar het is volstrekt onduidelijk wanneer hij daadwerkelijk wordt overgeplaatst. De duur hiervan is bovendien bepalend voor wat er nog mogelijk is binnen de kliniek met betrekking tot de behandeling en verlof. Een verlenging van één jaar biedt de mogelijkheid om de ontwikkelingen en de koers van betrokkene te blijven monitoren.
<nr>5</nr>Beoordeling
De rechtbank is bevoegd om van de vordering kennis te nemen, omdat zij in eerste aanleg

kennis heeft genomen van de misdrijven ter zake waarvan de tbs is gelast.

De vordering is tijdig, dat wil zeggen niet eerder dan twee maanden en niet later dan één

maand voor het tijdstip waarop de tbs door tijdsverloop zou eindigen, ingediend. De

officier van justitie is ontvankelijk in de vordering.

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de

algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en moet voortvloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op het advies van de instelling van 7 mei 2026 wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium, zodat de rechtbank de tbs van betrokkene zal verlengen.

Vervolgens moet worden beoordeeld of de tbs met één of met twee jaar moet worden

verlengd. In tbs-zaken geldt als uitgangspunt dat indien aannemelijk is dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan één jaar, de tbs in beginsel – behoudens bijzondere omstandigheden - verlengd moet worden met twee jaar. Uit het advies van de instelling blijkt dat het behandel- en resocialisatietraject van betrokkene meer dan twee jaar in beslag neemt. Van bijzondere omstandigheden om van dit uitgangpunt af te wijken is niet gebleken. Hoewel de rechtbank begrijpt dat de overplaatsing en met name het daadwerkelijke moment van overplaatsing onduidelijkheid met zich brengt voor betrokkene, is dit niet aan te merken als een dergelijke bijzondere omstandigheid.

De rechtbank volgt het advies en zal de tbs met twee jaar verlengen.
<nr>6</nr>Beslissing
De rechtbank:

verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met 2 (twee) jaar.

Deze beslissing is genomen door mr. H. Skalonjic, voorzitter, en mr. J. Bergen en mr. B. Akdikan, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.A. Lequin, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 6 augustus 2026.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Artikel delen