Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBZWB:2026:7214

Vrijspraak verkrachting en aanranding. Bewezenverklaring ontucht. Deels voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden. 38v-maatregel.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2026:7214 text/xml public 2026-08-06T13:49:35 2026-08-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-08-06 02-022564-26 Uitspraak Op tegenspraak NL Middelburg Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7214 text/html public 2026-08-05T12:53:07 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:7214 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 06-08-2026 / 02-022564-26
Vrijspraak verkrachting en aanranding. Bewezenverklaring ontucht. Deels voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden. 38v-maatregel.
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Parketnummer: 02-022564-26

Vonnis van de meervoudige kamer van 6 augustus 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2000,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [locatie] ,

raadsman mr. H. Goedegebure, advocaat te Middelburg.
<nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 23 juli 2026, waarbij de officier van justitie, mr. J.A. Castelein, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ook is de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] behandeld. [slachtoffer] zal hierna worden aangeduid met [slachtoffer] .
<nr>2</nr>De tenlastelegging
De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

feit 1: in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 30 september 2024 [slachtoffer] heeft verkracht, dan wel met [slachtoffer] die de leeftijd van twaalf jaar maar nog niet die van zestien jaar had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

feit 2: in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 30 september 2024 [slachtoffer] heeft aangerand, dan wel met [slachtoffer] die de leeftijd van twaalf jaar maar nog niet die van zestien jaar had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd.
<nr>3</nr>De voorvragen
De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
<nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs 4.1.
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde. De verklaring van [slachtoffer] is betrouwbaar en wordt ondersteund door de verklaring van verdachte zelf, de verklaringen van haar vader en stiefmoeder en de door de vader waargenomen gedragsverandering van [slachtoffer] in de periode waarin het seksuele misbruik plaatsvond.
4.2.
Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de primair ten laste gelegde feiten. Verdachte heeft vanaf het begin consistent verklaard over de aard en frequentie van de seksuele handelingen en ontkent dat deze onder dwang hebben plaatsgevonden. De verklaring van [slachtoffer] met betrekking tot de dwang wordt niet ondersteund door ander bewijs. Volgens de verdediging kan de rechtbank wel tot een bewezenverklaring komen van de subsidiair ten laste gelegde feiten.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Vaststaande feiten en omstandigheden

Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast. [slachtoffer] woonde bij haar vader in [plaats 1] . In 2022 kwam verdachte hier ook wonen, omdat hij een relatie kreeg met de stiefzus van [slachtoffer] . [slachtoffer] was toen veertien. Verdachte was tweeëntwintig. Kort hierna vonden er seksuele handelingen tussen verdachte en [slachtoffer] plaats. Uit de verklaring van [slachtoffer] blijkt een opbouw aan seksuele handelingen. Die gaan van betasten naar aftrekken, likken aan de vagina en borsten, vingeren, pijpen en uiteindelijk penetratie van de vagina van [slachtoffer] door verdachte. Volgens [slachtoffer] vonden alle seksuele handelingen plaats onder dwang en tegen haar wil. Verdachte heeft, op enkele seksuele handelingen na, de seksuele handelingen bekend. Hij ontkent dat er sprake is geweest van dwang en stelt dat alle seksuele handelingen plaatsvonden met instemming van [slachtoffer] .

Juridisch kader

Bij de beoordeling van het bewijs stelt de rechtbank voorop dat zedenzaken zich doorgaans laten kenmerken door het gegeven dat slechts twee personen aanwezig waren bij de ten laste gelegde seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Bij een ontkennende verdachte brengt dit in veel gevallen mee dat slechts de verklaring van het vermeende slachtoffer als wettig bewijsmiddel kan dienen. Op grond van het bepaalde in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechtbank niet uitsluitend worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige. Voor een bewezenverklaring moet er dan ook sprake zijn van steunbewijs, afkomstig van een andere bron dan de aangever. In zedenzaken kan een geringe mate van steunbewijs in combinatie met de betrouwbare verklaringen van het slachtoffer voldoende wettig bewijs opleveren.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat niet is vereist dat de verkrachting of ontucht als zodanig bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal, maar dat het voldoende is dat de verklaring van de aangever op bepaalde punten bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen. Daar staat tegenover dat tussen de verklaring en het overige bewijsmateriaal een niet te ver verwijderd verband mag bestaan.

De betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer]

Naar het oordeel van de rechtbank kan de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar worden geacht. Niet alleen heeft zij consistent en gedetailleerd verklaard, maar wordt deze verklaring ook op onderdelen ondersteund door de verklaring van verdachte, zowel bij de politie als ter zitting. Verdachte heeft immers bekend dat hij seksuele handelingen (waaronder ook het eenmalig seksueel binnendringen) heeft gepleegd, maar niet het ten laste gelegde “likken aan de borsten” en “likken aan de vagina” van [slachtoffer] . Omdat de rechtbank de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar acht en verdachte een groot deel van de seksuele handelingen heeft bekend, vindt de rechtbank alle ten laste gelegde seksuele handelingen bewezen.

Is er voldoende steunbewijs voor de dwang?

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de verklaring van [slachtoffer] , voor zover deze betrekking heeft op de door haar gestelde dwang waaronder de seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

De rechtbank constateert dat de verklaringen van [slachtoffer] en verdachte ten aanzien van de al dan niet aanwezige dwang lijnrecht tegenover elkaar staan. Waar [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte haar tegen haar wil betastte, dat zij zich verzette, zijn hand wegduwde en meermalen “nee” heeft gezegd op het moment dat verdachte seksuele handelingen bij haar wilde verrichten, heeft verdachte verklaard dat de seksuele handelingen steeds vrijwillig en met wederzijdse instemming hebben plaatsgevonden.

In het dossier bevinden zich verklaringen van [slachtoffer] en [getuige] , zijnde de vader en stiefmoeder van [slachtoffer] . Zij verklaren van [slachtoffer] te hebben begrepen dat de seksuele handelingen vaak plaatsvonden en dat verdachte haar daartoe dwong. De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van [slachtoffer] en [getuige] de verklaring van [slachtoffer] ondersteunen, maar afkomstig zijn uit dezelfde bron. Hun verklaringen leveren daarom geen zelfstandig bewijs op voor de aanwezige dwang en bieden onvoldoende steun voor de verklaring van [slachtoffer] dat de seksuele handelingen onder dwang hebben plaatsgevonden.

Ten aanzien van de door [slachtoffer] beschreven gedragsverandering van [slachtoffer] overweegt de rechtbank dat uit diens verklaring volgt dat [slachtoffer] zich sinds anderhalf jaar anders is gaan gedragen, onder meer doordat zij zich niet aan de huisregels hield en zich terugtrok op haar kamer. [slachtoffer] koppelt deze gedragsverandering achteraf bezien aan het seksuele misbruik dat in die periode zou hebben plaatsgevonden. Hoewel een dergelijke gedragsverandering op zichzelf verenigbaar kan zijn met de gevolgen van seksueel misbruik, kan daaruit zonder nadere objectieve aanknopingspunten niet worden afgeleid dat deze gedragsverandering daadwerkelijk het gevolg is geweest van het door [slachtoffer] gestelde misbruik. De verklaring van [slachtoffer] berust op zijn eigen interpretatie van de oorzaak van het gedrag van [slachtoffer] en vindt daarvoor geen zelfstandige bevestiging in het dossier. De rechtbank kent aan deze verklaring daarom onvoldoende bewijskracht toe als steunbewijs voor de gestelde dwang.

Nu uit het dossier evenmin ander steunbewijs voor geweld, bedreiging met geweld of andere feitelijkheden is af te leiden waardoor [slachtoffer] zou zijn gedwongen om seksuele handelingen te ondergaan, is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig bewijs aanwezig is voor de handelingen zoals primair ten laste gelegd onder feit 1 en feit 2. Verdachte zal worden vrijgesproken van deze feiten.

Feit 1 en feit 2, subsidiair

De onder feit 1 en feit 2 subsidiair ten laste gelegde feiten kunnen wettig en overtuigend bewezen worden. Verdachte heeft op de zitting verklaard over de seksuele handelingen die hebben plaatsgevonden tussen hem en de destijds veertien-/vijftienjarige [slachtoffer] . Het merendeel van de in de tenlastelegging genoemde handelingen heeft verdachte bekend. Met betrekking tot de handelingen waarover verdachte heeft verklaard dat deze niet, of met een andere frequentie, hebben plaatsgevonden, ziet de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de verklaringen van [slachtoffer] .

Conclusie

De rechtbank acht de onder 1 en onder 2 subsidiair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.
4.4.
De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

feit 1, subsidiair

meermalen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2022 tot en met 26 februari 2024 te [plaats 1] , gemeente Borsele, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] -2008, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte zijn penis en vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en zijn penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht;

feit 2, subsidiair

meermalen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2022 tot en met 26 februari 2024 te [plaats 1] , gemeente Borsele, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] -2008, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte zijn penis door die [slachtoffer] laten betasten en de borsten en vagina van die [slachtoffer] betast en gelikt.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
<nr>5</nr>De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
<nr>6</nr>De strafoplegging 6.1.
De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen van 48 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaren. De officier van justitie verzoekt aan het voorwaardelijke gedeelte van de gevangenisstraf de bijzondere voorwaarden te verbinden zoals deze zijn geadviseerd door de reclassering, met uitzondering van het contact- en locatieverbod. Tevens vordert de officier van justitie een contact- en gebiedsverbod op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr) voor een periode van vijf jaren op te leggen en te bepalen dat voor elke overtreding één maand vervangende hechtenis wordt toegepast. Hij vordert de dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel.
6.2.
Het standpunt van de verdediging

Bij een veroordeling verzoekt de verdediging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de periode die hij reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De verdediging bepleit te volstaan met een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank

De aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] . Zij was veertien jaar toen het seksueel misbruik begon. Verdachte maakte als partner van de stiefzus van [slachtoffer] deel uit van haar directe leefomgeving en werd daardoor als familielid beschouwd. Het seksuele misbruik vond plaats in de woning van [slachtoffer] , de plek waar zij zich bij uitstek veilig moest kunnen voelen. Van verdachte had mogen worden verwacht dat hij die positie zou respecteren en de grenzen van [slachtoffer] zou bewaken. In plaats daarvan heeft hij misbruik gemaakt van het in hem gestelde vertrouwen. Verdachte was zich bewust van de kwetsbare positie van [slachtoffer] , maar heeft desondanks steeds zijn eigen seksuele verlangens vooropgesteld. Dat verdachte zich enkel heeft laten leiden door zijn eigen seksuele verlangens vindt ook steun in de verklaring die verdachte ter terechtzitting heeft afgelegd, inhoudende dat zijn “verlangens te groot waren”.

Met zijn handelen heeft verdachte misbruik gemaakt van een kwetsbare minderjarige, waarbij hij haar lichamelijke en geestelijke integriteit ernstig heeft aangetast. Dit soort feiten brengen, juist aan minderjarigen die nog aan het begin van hun seksuele ontwikkeling staan, grote schade toe. Dat [slachtoffer] veel nadelige gevolgen heeft ondervonden en nog altijd de gevolgen van hetgeen verdachte haar heeft aangedaan ondervindt, blijkt ook uit de door haar ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring en de onderbouwing van het verzoek tot schadevergoeding.

De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 4 mei 2026, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 8 juli 2026. Uit dit advies blijkt dat de reclassering problemen constateert ten aanzien van het psychosociaal functioneren en de houding van verdachte. Het ontbreekt hem aan zelfinzicht, emotie en verantwoordelijkheid. Bij de reclassering is dan ook niet de indruk ontstaan dat verdachte is doordrongen van de impact van zijn delictgedrag. De reclassering merkt verder op dat uit het dossier volgt dat verdachte tweemaal wordt verdacht van het sturen van pornografische beelden van zichzelf naar twee verschillende minderjarige meisjes. De reclassering acht het dan ook zorgelijk dat er drie minderjarige meisjes in beeld zijn. Het recidiverisico wordt daarom ingeschat als gemiddeld. De reclassering adviseert een straf met bijzondere voorwaarden: meldplicht, ambulante behandeling, locatie- en contactverbod, en het vermijden van contact met minderjarigen en digitale omgevingen met seksueel kindermisbruik. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard bereid te zijn zich aan de geadviseerde voorwaarden te houden.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op de rapportage van Forensische Zorg Zeeland van 20 juli 2026, opgesteld door klinisch psycholoog [persoon] . Uit de rapportage blijkt dat bij verdachte sprake is van ADHD. Verder fungeert verdachte cognitief op een lager niveau dan gemiddeld. Hierdoor is het lastiger voor hem om situaties goed te overzien, langere gevolgen te bedenken en complexe sociale situaties te begrijpen. Verdachte heeft moeite met het aanvoelen van sociale regels en grenzen, te meer wanneer deze niet expliciet worden uitgesproken. Dit maakt dat hij situaties sneller als “wederzijds” kan ervaren, terwijl er feitelijk sprake is van ongelijkheid of grensoverschrijding. Verdachte neigt ertoe zijn gedrag te bagatelliseren, te rechtvaardigen of de schuld deels buiten zichzelf te leggen, bijvoorbeeld door te spreken over wederzijdse instemming of door weg te kijken van leeftijd- en machtsverschil. Gelet op de impulsiviteit en het verminderd vermogen tot werken aan langetermijndoelen wordt ambulante behandeling binnen een forensisch kader noodzakelijk geacht.

De straf

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, de langere pleegperiode, het leeftijdsverschil tussen [slachtoffer] en verdachte, de tussen hen bestaande vertrouwensrelatie, de kwetsbare positie van [slachtoffer] en het feit dat het seksuele misbruik in de huiselijke sfeer heeft plaatsgevonden. Hoewel dwang niet is vast komen te staan, heeft verdachte wel misbruik gemaakt van zijn positie en zijn eigen seksuele verlangens laten prevaleren boven de belangen van [slachtoffer] . Ook heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Nu de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt dan waarvan de officier van justitie bij de strafeis is uitgegaan, ziet de rechtbank aanleiding een lagere straf op te leggen dan is gevorderd. De rechtbank vindt, alles afwegend, passend en geboden om aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

De rechtbank is van oordeel dat een proeftijd van twee jaren, in combinatie met de op te leggen (bijzondere) voorwaarden, voldoende waarborgen biedt voor begeleiding en toezicht en daarmee passend en geboden is.

Vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Sr

Ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten wordt aan verdachte de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van twee jaren opgelegd, inhoudende een gebiedsverbod voor [plaats 2] ( [gemeente] ) en daarnaast een contactverbod met [slachtoffer] . De duur van de vervangende hechtenis van deze verboden zal de rechtbank bepalen op twee weken per overtreding met een maximum van zes maanden. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank twee weken per overtreding voldoende om de maatschappij te beveiligen en strafbare feiten te voorkomen.

Nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens [slachtoffer] wordt bevolen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
<nr>7</nr>Het beslag 7.1.
De teruggave

De rechtbank zal de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen gelasten aan verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.
<nr>8</nr>De vordering van de benadeelde partij
Benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 37.946,85 voor de feiten 1 en 2, bestaande uit € 25.446,85 ter zake van materiële schade en € 12.500,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte deze feiten heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

Materiële schade

Medische informatie en behandelingen

De rechtbank is van oordeel dat deze niet betwiste kosten in voldoende rechtstreeks verband staan tot de bewezen verklaarde feiten en zal het gevorderde bedrag van € 832,50 toewijzen.

Studievertraging en studieschuld

De benadeelde partij vordert een schadevergoeding van € 22.650,00 voor studievertraging en € 1.381,35 voor een studieschuld. De rechtbank is van oordeel dat de feiten en omstandigheden die tot toewijzing van het gevorderde zouden kunnen leiden niet voldoende vaststaan, mede gelet op de betwisting daarvan door de verdediging. Verdere behandeling van dat deel van de vordering levert daarom naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op, zodat de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Kosten bril

De benadeelde partij vordert een schadevergoeding van € 583,00 voor de aanschaf van een nieuwe bril. De rechtbank is van oordeel dat dit gedeelte van de vordering onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank zal de benadeelde partij voor dit gedeelte niet-ontvankelijk verklaring in haar vordering, omdat dit nader onderzoek vergt en dat een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Immateriële schade

De rechtbank is van oordeel dat verdachte met het bewezenverklaarde op grove wijze inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de benadeelde partij. De aard en de ernst van de normschending door verdachte brengt mee dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen, dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze, zodat zij in aanmerking komt voor vergoeding van immateriële schade.

De hoogte van de gevorderde schadevergoeding heeft de benadeelde partij mede onderbouwd met een verwijzing naar de Rotterdamse schaal. Voor de hoogte van de vordering is aansluiting gezocht bij ’15.2 Ontucht met binnendringen, sub b ‘ernstig’, waarbij is uitgegaan van € 12.500,00.

De rechtbank heeft eveneens gekeken naar de Rotterdamse schaal en zal de door de benadeelde partij genoemde categorie als uitgangspunt nemen. De bandbreedte voor het toekennen van het smartengeld ligt in dit geval tussen € 6.000,00 en € 12.500,00. Bij bepaling van de hoogte van de immateriële schade heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de hoogte van de schadevergoeding die in min of meer vergelijkbare gevallen zijn toegekend. Alles overwegende begroot de rechtbank de omvang van de immateriële schade naar billijkheid op een bedrag van € 8.000,00.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de gevorderde immateriële schade. Nader onderzoek naar de juistheid en omvang van dat deel van de vordering (in zoverre) zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Wettelijke rente

De rechtbank zal de toegewezen schadevergoeding vermeerderen met de wettelijke rente. Ten aanzien van de materiële schade wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf de data van de desbetreffende facturen. Ten aanzien van het smartengeld wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf 13 mei 2023, de datum gelegen in het midden van de bewezen verklaarde periode.

Schadevergoedingsmaatregel

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 8.832,50. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast.
<nr>9</nr>De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w, 57, 245 en 247 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
<nr>10</nr>Beslissing
De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de primair onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het subsidiair onder feiten 1 en 2 tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1, subsidiair: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

feit 2, subsidiair: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden, waarvan 6 (zes) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen 3 dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op [locatie] of telefonisch 088-8041505;

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Forensische Zorg Zeeland of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling is al gestart. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;

* dat verdachte op geen enkele wijze contact zoekt met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt verdachte dat één van zijn ouders hierbij aanwezig zijn. Dit betreft niet de omgangsregeling met zijn dochter;

* dat verdachte gedurende de proeftijd:1. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;2. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd; games met chatfunctie, die specifiek ontwikkeld zijn voor minderjarigen vermijdt;3. geen gebruikmaakt van virtuele machines, versleutelprogramma's (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);4. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd;5. tijdens zijn toezicht geen gebruikmaakt van Social Media zoals; Snapchat, Instagram, Telegram, Tiktok, Minecraft, Roblox, Whatsapp, Signal, Facebook, X (voorheen Twitter) etc.;6. geen naaktbeelden van zichzelf via Social Media verstuurt;7. geen naaktbeelden via Social Media vraagt/ontvangt;Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die verdachte in gebruik heeft. Verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voortoegang. Op verzoek past verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) 3 keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van betrokkene;

- van rechtswege geldende voorwaarden daarbij zijn:

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde/voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Maatregel

- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 2 (twee) jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2008;

- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 2 (twee) jaren zich niet zal ophouden in het navolgende gebied: [plaats 2] ( [gemeente] );

- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 2 (twee) weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 (zes) maanden;

- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;

- beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon;

Benadeelde partij

T.a.v. feiten 1 en 2

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 8.832,50, waarvan € 832,50 aan materiële schade en € 8.000,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente:

over een bedrag van € 90,00 vanaf 13 maart 2026;

over een bedrag van € 90,00 vanaf 26 maart 2026;

over een bedrag van € 90,00 vanaf 10 april 2026;

over een bedrag van € 90,00 vanaf 22 april 2026;

over een bedrag van € 90,00 vanaf 8 mei 2026;

over een bedrag van € 90,00 vanaf 21 mei 2026;

over een bedrag van € 90,00 vanaf 4 juni 2026;

over een bedrag van € 112,50 vanaf 2 juli 2026;

over een bedrag van € 90,00 vanaf 15 juli 2026;

over een bedrag van € 8.000,00 vanaf 15 mei 2023;

tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] , € 8.832,50 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente:

over een bedrag van € 90,00 vanaf 13 maart 2026;

over een bedrag van € 90,00 vanaf 26 maart 2026;

over een bedrag van € 90,00 vanaf 10 april 2026;

over een bedrag van € 90,00 vanaf 22 april 2026;

over een bedrag van € 90,00 vanaf 8 mei 2026;

over een bedrag van € 90,00 vanaf 21 mei 2026;

over een bedrag van € 90,00 vanaf 4 juni 2026;

over een bedrag van € 112,50 vanaf 2 juli 2026;

over een bedrag van € 90,00 vanaf 15 juli 2026;

over een bedrag van € 8.000,00 vanaf 15 mei 2023;

tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 69 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

* 1 STK GSM (Omschrijving: G2803060);* 1 STK Computer (Omschrijving: G2803062).

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Bergen, voorzitter, en mr. H. Skalonjic en mr. B. Akdikan, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 6 augustus 2026.

De griffier en de oudste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

1

hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1

augustus 2022 tot en met 30 juni 2024 te [plaats 1] , gemeente

Borsele en/of [plaats 3] , gemeente Borsele, en/of [plaats 4] in elk geval

in Nederland

door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of

een andere feitelijkheid

[slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer

handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte zijn

penis en/of vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en bestaande dat

geweld of die andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een

andere feitelijkheid uit;

- het fysieke en/of geestelijke overwicht van verdachte op die [slachtoffer] , en/of

- het grote leeftijdsverschil tussen verdachte en die [slachtoffer] , en/of

- het onverwacht op de kamer van die [slachtoffer] te komen, en/of

- het voorbijgaan aan de woorden "nee" van die [slachtoffer] en/of het aangeven

door die [slachtoffer] dat zij niet wil en/of dat verdachte moest stoppen, en/of

- het aan de armen omhoog trekken van die [slachtoffer] , en/of

- het naar voren duwen van die [slachtoffer] , en/of

- het naar beneden trekken van de broek van die [slachtoffer] , en/of

- het hoofd van die [slachtoffer] naar zijn, verdachtes, penis duwen, en/of

- het op het bed duwen van die [slachtoffer] , en/of

- het duwen van zijn, verdachtes, hand op de mond van die [slachtoffer] ;

en

hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 juli

2024 tot en met 30 september 2024 te [plaats 1] , gemeente

Borsele en/of [plaats 3] , gemeente Borsele, en/of [plaats 4] in elk geval

in Nederland

met een persoon, te weten [slachtoffer]

een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden

uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten

het duwen/brengen van zijn penis en/of vingers in de mond van die [slachtoffer]

en/of de penis in de vagina van die [slachtoffer]

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak

en welke opzetverkrachting werd voorafgegaan door, vergezeld van

en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door

- het fysieke en/of geestelijke overwicht van verdachte op die [slachtoffer] , en/of

- het grote leeftijdsverschil tussen verdachte en die [slachtoffer] , en/of

- het onverwacht op de kamer van die [slachtoffer] te komen, en/of

- het voorbijgaan aan de woorden "nee" van die [slachtoffer] en/of het aangeven

door die [slachtoffer] dat zij niet wil en/of dat verdachte moest stoppen, en/of

- het aan de armen omhoog trekken van die [slachtoffer] , en/of

- het naar voren duwen van die [slachtoffer] , en/of

- het naar beneden trekken van de broek van die [slachtoffer] , en/of

- het hoofd van die [slachtoffer] naar zijn, verdachtes, penis duwen, en/of

- het op het bed duwen van die [slachtoffer] , en/of

- het duwen van zijn, verdachtes, hand op de mond van die [slachtoffer] ;

(art 242 Wetboek van Strafrecht

Art 243 lid 2 Wetboek van Strafrecht (nieuw))

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1

augustus 2022 tot en met 26 februari 2024 te [plaats 1] , gemeente

Borsele, en/of [plaats 3] , gemeente Borsele, en/of [plaats 4] , in elk geval

in Nederland,

met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] -2008, die de leeftijd van twaalf jaren

maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,

buiten echt,

een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of

mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer] , hebbende verdachte zijn penis en/of vinger(s) in de vagina van die

[slachtoffer] geduwd/gebracht en/of zijn penis in de mond van die [slachtoffer]

geduwd/gebracht;

(art 245 Wetboek van Strafrecht)

2

hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1

augustus 2022 tot en met 30 juni 2024 te [plaats 1] , gemeente

Borsele, en/of [plaats 3] , gemeente Borsele, en/of [plaats 4] , in elk geval

in Nederland,

door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of

een andere feitelijkheid

[slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer

ontuchtige handelingen, hebbende verdachte zijn penis door die [slachtoffer]

laten betasten en/of de borsten en/of vagina van die [slachtoffer] betast en/of

gelikt en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of

bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid uit;

- het fysieke en/of geestelijke overwicht van verdachte op die [slachtoffer] , en/of

- het grote leeftijdsverschil tussen verdachte en die [slachtoffer] , en/of

- het onverwacht op de kamer van die [slachtoffer] te komen, en/of

- het voorbijgaan aan de woorden "nee" van die [slachtoffer] en/of het aangeven

door die [slachtoffer] dat zij niet wil en/of dat verdachte moest stoppen, en/of

- het aan de armen omhoog trekken van die [slachtoffer] , en/of

- het naar voren duwen van die [slachtoffer] , en/of

- het naar beneden trekken van de broek van die [slachtoffer] , en/of

- het hoofd van die [slachtoffer] naar zijn, verdachtes, penis duwen, en/of

- het op het bed duwen van die [slachtoffer] , en/of

- het duwen van zijn, verdachtes, hand op de mond van die [slachtoffer] ;

en

hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 juli

2024 tot en met 31 augustus 2024 te [plaats 1] , gemeente Borsele,

en/of [plaats 3] , gemeente Borsele, en/of [plaats 4] , in elk geval in

Nederland,

met een persoon, te weten [slachtoffer]

een of meer seksuele handelingen heeft verricht, hebbende verdachte

zijn penis door die [slachtoffer] laten betasten en/of de borsten en/of vagina van

die [slachtoffer] betast en/of gelikt

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak,

en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of

gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door

- het fysieke en/of geestelijke overwicht van verdachte op die [slachtoffer] , en/of

- het grote leeftijdsverschil tussen verdachte en die [slachtoffer] , en/of

- het onverwacht op de kamer van die [slachtoffer] te komen, en/of

- het voorbijgaan aan de woorden "nee" van die [slachtoffer] en/of het aangeven

door die [slachtoffer] dat zij niet wil en/of dat verdachte moest stoppen, en/of

- het aan de armen omhoog trekken van die [slachtoffer] , en/of

- het naar voren duwen van die [slachtoffer] , en/of

- het naar beneden trekken van de broek van die [slachtoffer] , en/of

- het hoofd van die [slachtoffer] naar zijn, verdachtes, penis duwen, en/of

- het op het bed duwen van die [slachtoffer] , en/of

- het duwen van zijn, verdachtes, hand op de mond van die [slachtoffer] ;

(art 246 Wetboek van Strafrecht

Art 241 lid 2 Wetboek van Strafrecht (nieuw))

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1

augustus 2022 tot en met 26 februari 2024 te [plaats 1] , gemeente

Borsele, en/of [plaats 3] , gemeente Borsele, en/of [plaats 4] , in elk geval

in Nederland,

met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] -2008, die toen de leeftijd van zestien jaren

nog niet had bereikt,

buiten echt,

een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende

verdachte zijn penis door die [slachtoffer] laten betasten en/of de borsten en/of

vagina van die [slachtoffer] betast en/of gelikt;

(art 247 Wetboek van Strafrecht)

Artikel delen