Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBZWB:2026:7554

Verlenging TBS met voorwaarden met twee jaar. Wel aanpassing van de voorwaarden in die zin dat betrokken in overleg met en met toestemming van de reclassering soft-drugs mag gebruiken.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2026:7554 text/xml public 2026-08-13T15:05:38 2026-08-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-08-13 02-180674-21 Uitspraak Op tegenspraak NL Breda Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7554 text/html public 2026-08-13T14:30:41 2026-08-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:7554 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 13-08-2026 / 02-180674-21
Verlenging TBS met voorwaarden met twee jaar. Wel aanpassing van de voorwaarden in die zin dat betrokken in overleg met en met toestemming van de reclassering soft-drugs mag gebruiken.

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-180674-21

beslissing van de meervoudige kamer d.d. 13 augustus 2026

op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres] .
<nr>1</nr>De stukken
Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:

het arrest van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 26 juli 2024;

de vordering van de officier van justitie d.d. 19 juni 2026, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling (hierna telkens: tbs) met voorwaarden met twee jaar;

de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van [betrokkene] (hierna telkens: betrokkene);

het advies van drs. [forensisch psychiater] (forensisch psychiater) d.d. 3 juni 2026;

het rapport van de reclassering d.d. 1 juni 2026.
<nr>2</nr>De procesgang
Bij arrest van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 26 juli 2024 is betrokkene, wegens overtreding van de artikelen 266, 267, 285, 300, 304, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 27 van de Wet Wapens en Munitie en artikel 165 van de Wegenverkeerswet 1994, veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf en een tbs met voorwaarden, met als bijzondere voorwaarden:

de verdachte pleegt geen strafbare feiten;

de verdachte, zodra hij in vrijheid wordt gesteld en tot het moment dat hij zal worden geplaatst in een FPK, gedurende deze periode op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig is op een adres dat door de reclassering wordt bepaald, waarbij de verdachte zich onder elektronisch toezicht zal stellen ter nakoming van deze

bijzondere voorwaarde, tenzij de reclassering dit niet geïndiceerd acht. De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met de verdachte en mede

afhankelijk van de dagbesteding in de vorm van werk of scholing. De dagbesteding dient vooraf door de reclassering te worden goedgekeurd. Het is de verdachte toegestaan om zijn advocaat te bezoeken en medische behandeling(en) te ondergaan;

3. de verdachte stelt zich onder toezicht van en verleent medewerking aan de reclassering ook indien dit inhoudt;

a. zich melden op afspraken bij de reclassering, zo vaak de reclassering dat nodig acht;

b. zich niet vestigen op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;

c. zich houden aan de voorschriften en aanwijzingen die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om verdachte te bewegen tot het naleven van de voorwaarden en die worden gegeven door de reclasseringsorganisatie;

d. meewerken aan huisbezoeken door de reclassering;

e. meewerken aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is;

f. inzicht geven in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;

4. de verdachte werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact met hem hebben, als dat van belang is voor het toezicht;

5. de verdachte laat zich opnemen in forensisch psychiatrische kliniek (FPK) of soortgelijke instelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing, teneinde zich te laten behandelen. De opname start na ingang van de maatregel. De opname duurt zo lang de reclassering dat nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen die de instelling geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;

6. als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijk opvang gewenst vindt, werkt de verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

7. de verdachte laat zich behandelen door een (forensische) instelling, te bepalen door de reclassering. De behandeling start na de klinische behandeling. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Bij aanleiding die zich kan voordoen, bijvoorbeeld terugval in middelengebruik, overmatig middelengebruik of ernstige zorgen over het psychiatrische toestandsbeeld ontstaat een grote kans op risicovolle situaties en kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende klinische opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, laat veroordeelde zich opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;

8. de verdachte werkt, indien geïndiceerd, mee aan een plaatsing in een vervolg setting zoals een (forensisch) beschermde/begeleide woonvorm of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld. Hij stelt de reclassering op de hoogte van de wijzigingen in zijn dagbesteding;

9. als de reclassering dat nodig vindt, kan de terbeschikkinggestelde voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering deze beëindigt, maar maximaal

zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar;

10. de verdachte gebruikt geen drugs en werkt mee aan controle op dit verbod door middel van urineonderzoek zo vaak de reclassering dat noodzakelijk acht;

10. de verdachte gebruikt geen alcohol en werkt mee aan controle op dit alcoholverbod door middel van urine- of ademonderzoek zo vaak de reclassering dat noodzakelijk acht;

10. de verdachte geeft inzicht in zijn uitkomsten en uitgaven. Tevens werkt hij mee aan budgetbeheer/bewindvoering voor zover de reclassering dat nodig acht.

De rechtbank constateert dat het hier onder meer gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel

38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

De tbs met voorwaarden is op 26 juli 2024 aangevangen.

Tijdens het onderzoek ter openbare terechtzitting van de rechtbank van 30 juli 2026 is de officier van justitie gehoord.

Betrokkene is gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat te Den Haag en als deskundige is gehoord de heer [reclasseringswerker], reclasseringswerker bij de reclassering van het Leger des Heils.
<nr>3</nr>Het advies van de reclassering
De reclassering heeft in het rapport van 1 juni 2026 verslag gedaan over de voortgang van de maatregel. Uit dit verslag is gebleken dat het eerste anderhalf jaar van het traject in het kader van de tbs-maatregel aan forse schommelingen onderhevig is geweest en turbulent is verlopen. Twee klinische behandeltrajecten zijn voortijdig negatief beëindigd, betrokkene heeft zich niet langdurig weten te committeren aan geldende kliniekregels en behandel- afspraken. Verder liet de begeleidingsbereidheid van betrokkene te wensen over en is er sprake geweest van meerdere overtredingen en een agressieve escalatie.

Vanaf het moment dat betrokkene besloot de cassatie in vrijheid af te wachten en er in gezamenlijkheid tussen betrokkene, de reclassering en de tbs-officier besloten is het roer om te gooien, is in het afgelopen half jaar in het ambulante kader volledig ander gedrag te zien en is er alleen maar een meewerkende en positieve houding bij betrokkene. Hoewel deze ommekeer wordt aangemoedigd, is het echter nog te voorbarig om hier conclusies aan te kunnen verbinden. De ambulante behandeling moet nog van start gaan en vorm krijgen. Daarna zal moeten blijken of betrokkene zich hiervoor behandelbereid toont en wil de reclassering kunnen blijven monitoren of het betrokkene lukt de voorzichtig verworven stabiliteit op de leefgebieden vast te houden.

De reclassering adviseert daarom om de tbs-maatregel te verlengen voor de duur van twee jaar met handhaving van de huidige voorwaarden.

Ter zitting heeft de deskundige [reclasseringswerker] daaraan nog het volgende toegevoegd. Nadat betrokkene had besloten om uit de kliniek weg te gaan en het roer helemaal om te gooien, heeft hij woonruimte en werk gezocht en gevonden. Het gaat goed met hem, maar de ambulante behandeling is nog niet van de grond gekomen. Betrokkene is aangemeld bij Fivoor en er staan intakegesprekken gepland. De de deskundige blijft bij het advies in het reclasseringsrapport. Desgevraagd door de verdediging heeft de deskundige nog verklaard dat hij zich er in kan vinden dat de voorwaarde met betrekking tot het softdrugsgebruik wordt gewijzigd in die zin dat dat softdrugsgebruik alleen wordt toegestaan met toestemming van de reclassering. Op de vraag van de verdediging of de voorwaarden die zien op de opname van betrokkene in een kliniek of in een begeleide woonvorm kunnen komen te vervallen, heeft de deskundige geantwoord dat hij zich dat

voor wat betreft de opname in een kliniek wel kan voorstellen, maar dat de voorwaarde betreffende het begeleid wonen nog wel nodig is.

Betrokkene heeft op de zitting verklaard dat het heel goed met hem gaat. Hij woont bij zijn vader, heeft werk en hij is inmiddels aangemeld bij Fivoor voor een ambulante behandeling. Betrokkene wil een toekomst opbouwen en hij heeft zelf aangegeven dat een verlenging van de tbs met voorwaarden daarvoor nodig is, zodat de reclassering een oogje in het zeil kan houden.
<nr>4</nr>Het advies van de externe gedragsdeskundige
Uit het rapport van forensisch psychiater drs. [forensisch psychiater] van 3 juni 2026 blijkt dat betrokkene lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken en beperkte intellectuele capaciteiten en een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een stoornis in het gebruik van middelen.

Indien de tbs-maatregel met voorwaarden nu zou worden opgeheven en betrokkene niet terug kan vallen op professionele behandeling/begeleiding, dan wordt volgens de psychiater de kans op een nieuw geweldsdelict, een vermogensdelict al dan niet gepaard gaand met geweld en overtreding van de Wet wapens en munitie op de korte termijn (binnen 6 maanden) als minstens matig ingeschat en op de (middel)lange termijn (tussen 6 maanden en 2 jaar en langer dan 2 jaar) als hoog. Volgens de psychiater is het dan de verwachting dat betrokkene het behandelcontact staakt, terugvalt in het (overmatig) gebruik van middelen met ondermijning van de impulscontrole en agressieregulatie, conflicten krijgt met zijn netwerk (vriendin en familie) en mogelijk zijn werk en inkomsten kwijtraakt, waarmee hij in een maatschappelijk kwetsbare positie terechtkomt, zeker als dan zijn dagelijkse structuur wegvalt. Het is volgens de psychiater de verwachting dat in zo’n situatie betrokkene gevoeliger is voor onrecht/kwetsing/krenking en van daaruit verbaal en/of fysiek agressief wordt, en/of overgaat tot het plegen van een vermogensdelict al dan niet gepaard gaand met geweld om in zijn levensonderhoud te voorzien.

Omdat betrokkene feitelijk nog moet starten met het ambulante forensisch psychiatrische behandeltraject is continuering van de lopende tbs-maatregel met voorwaarden noodzakelijk om het recidiverisico substantieel te kunnen verlagen en een langer durend ambulant behandeltraject mogelijk te maken. Hiervoor is volgens de psychiater zeker langer dan een jaar nodig. Op grond van dit alles adviseert de psychiater om de terbeschikkingstelling met voorwaarden met twee jaar te verlengen.
<nr>5</nr>Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting gebleven bij haar vordering om tbs met voorwaarden met twee jaar te verlengen, omdat de ambulante behandeling van betrokkene de gewenste route lijkt te zijn en deze ambulante behandeling nog niet is aangevangen. Betreffende de gevraagde wijziging van voorwaarden heeft de officier van justitie aangevoerd dat zij zich daarin kan vinden, echter alleen voor zover het gaat om de wijziging van de voorwaarden waarmee ook de reclasseringswerker de heer Van der Haghen heeft ingestemd.
<nr>6</nr>Het standpunt van de verdediging
De verdediging is het niet eens met een verlenging van de tbs met voorwaarden voor de duur van twee jaar. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat betrokkene het buiten de klinieken heel goed doet en dat ook een relatiebreuk hem niet heeft gedestabiliseerd, hetgeen een aanwijzing is dat betrokkene veel in zijn mars heeft. De verdediging is van mening dat een verlenging wel gerechtvaardigd is om te zien of het op de langere termijn zo blijft gaan. De verdediging wil echter graag zien waar betrokkene over een jaar staat en wat er bij Fivoor in die tijd is gebeurd. Voorts heeft de verdediging verzocht om een aantal voorwaarden te wijzigen dan wel te laten vervallen. Verzocht is om de voorwaarde van het drugsverbod te veranderen, in die zin dat het harddrugs verbod blijft staan. Ten aanzien van de softdrugs is verzocht de voorwaarde te wijzigen in die zin dat het gebruik van softdrugs door betrokkene wordt toegestaan mits dat gebeurt in overleg met en met toestemming van de reclassering. Voorts is verzocht om alle voorwaarden te laten vervallen voor zover die zien op klinische opnames, met uitzondering van de passage in voorwaarde 7, waarbij wordt gedoeld op een kortdurende klinische opname bij middelengebruik (detox-opname).
<nr>7</nr>Het oordeel van de rechtbank
De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de tbs met voorwaarden eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van de forensisch psychiater drs. [forensisch psychiater] en de reclassering wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium, waarbij door de psychiater duidelijk is aangegeven dat een verlenging met één jaar onvoldoende is. Gelet ook op het gegeven dat een ambulante behandeling van betrokkene nog niet van de grond is gekomen en eerst nog intakegesprekken plaats moeten vinden, is de rechtbank van oordeel dat de tbs met voorwaarden met twee jaar moet worden verlengd.

Betreffende het verzoek van de verdediging om de voorwaarden die zien op de (klinische) behandeling van veroordeelde (de voorwaarden 5, 6, deels 7 en 8) te laten vervallen, is de rechtbank van oordeel dat, indien de ambulante behandeling van betrokkene zal gaan lopen zoals voorzien, betrokkene van die voorwaarden geen nadeel zal ondervinden. Het is naar het oordeel van de rechtbank op dit moment nog te vroeg om deze voorwaarden te laten vervallen, omdat het niet ondenkbaar is dat deze voorwaarden bij een eventuele terugval nog nodig zijn. De rechtbank zal het verzoek van de verdediging op dit punt dan ook afwijzen.

Wel is de rechtbank het met de verdediging eens dat het wenselijk is dat betrokkene onder toezicht van de reclassering op een verantwoorde wijze om leert gaan met het gebruik van softdrugs. Daarom zal de gestelde voorwaarde onder 10 worden gewijzigd, in die zin dat betrokkene geen harddrugs gebruikt en meewerkt aan controle op dit verbod door middel van urineonderzoek zo vaak de reclassering dat noodzakelijk acht en dat betrokkene alleen softdrugs gebruikt mits dat gebeurt in overleg met en met toestemming van de reclassering.
<nr>8</nr>De beslissing.
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden van betrokkene met twee jaar.

De rechtbank wijzigt voorwaarde 10 met dien verstande dat die voorwaarde komt te luiden:

betrokkene gebruikt geen hard-drugs en werkt mee aan controle op dit verbod door middel van urineonderzoek zo vaak de reclassering dat noodzakelijk acht en

betrokkene gebruikt alleen soft-drugs mits dit gebeurt in overleg met en met toestemming van de reclassering.

Deze beslissing is gegeven door mr. C.H.M. Pastoors, voorzitter, mr. D. van Kralingen en mr. M. Koek, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier F.J.M. Nouws en is uitgesproken ter openbare zitting op 13 augustus 2026.

Artikel delen