Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBZWB:2026:7580

Heling scooter, meerdere bedreiging met vuurwapen, voorhanden hebben vuurwapen en munitie en schennispleging.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2026:7580 text/xml public 2026-08-12T13:18:48 2026-08-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-08-12 02-174410-25 Uitspraak Op tegenspraak NL Breda Strafrecht; Materieel strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7580 text/html public 2026-08-12T09:19:07 2026-08-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:7580 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-08-2026 / 02-174410-25
Heling scooter, meerdere bedreiging met vuurwapen, voorhanden hebben vuurwapen en munitie en schennispleging.
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummers: 02-174410-25 en 02-329088-25 (gevoegd ter terechtzitting)

Vonnis van de meervoudige kamer van 12 augustus 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de PI [locatie] ,

raadsman mr. B.P.J.H. van de Luijtgaarden, advocaat te Roosendaal.
<nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 juli 2026, waarbij de officier van justitie mr. I. Boudhan en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.
<nr>2</nr>De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

Parketnummer 02-174410-25

op 6 juni 2025 een scooter heeft geheeld.

Parketnummer 02-329088-25

1. op 2 december 2025 een vuurwapen bij zich heeft gehad en [slachtoffer] en onbekend gebleven personen daarmee heeft bedreigd;

2. op 2 december 2025 een vuurwapen, een patroonmagazijn en munitie voorhanden heeft gehad;

3. op 2 december 2025 zich schuldig heeft gemaakt aan schennispleging.
<nr>3</nr>De voorvragen
De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
<nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs 4.1.
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan. Bij de verdenking van heling zijn hiervoor de aangifte, het aantreffen van verdachte rijdend op de scooter en het proces-verbaal van bevindingen waarin de schade aan de scooter staat omschreven, redengevend.

Voor de bedreiging, het voorhanden hebben van een wapen, een patroonhouder en munitie en de schennispleging baseert hij zich op de verklaring van verdachte, de aangifte, de beelden in het dossier en het aantreffen van het vuurwapen in de directe nabijheid van verdachte. Er dient partieel vrijspraak te volgen voor zeventien van de twintig patronen, omdat deze niet bij verdachte zijn aangetroffen.
4.2.
Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de tenlastegelegde heling. Voor de bedreiging met een wapen is vrijspraak bepleit vanwege het ontbreken van opzet. Subsidiair is een beroep gedaan op psychische overmacht. Het voorhanden hebben van een wapen, patroonhouder, munitie en de schennispleging kunnen worden bewezen, met uitzondering van de zeventien patronen als door de officier van justitie genoemd.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Parketnummer 02-174410-25

Aan verdachte is opzet- dan wel schuldheling ten laste gelegd. Verdachte heeft betwist de bestuurder te zijn geweest van de scooter. Verder heeft hij betwist dat hij wist dat de scooter van diefstal afkomstig was.

De rechtbank verwerpt deze verweren. De politie heeft als bestuurder van de scooter gezien en hem met de handen aan het stuur gefotografeerd. Als omschrijving bij de foto staat “bestuurder [verdachte] , tijdens de verkeerscontrole.” Verdachte heeft verklaard dat hij de persoon is op die foto. Daarnaast blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen dat de bestuurder van de scooter “ [verdachte] ” als naam heeft opgegeven. Uit deze omstandigheden stelt de rechtbank vast dat verdachte wel degelijk de bestuurder van de scooter was. Dat verdachte niet wist of had moeten vermoeden dat de scooter van diefstal afkomstig was, volgt de rechtbank eveneens niet. Het contactslot en het slot van de buddyseat waren beschadigd. Gelet hierop had verdachte minstens redelijkerwijs moeten vermoeden dat de scooter waarop hij reed van diefstal afkomstig was. De rechtbank acht de schuldheling wettig en overtuigend bewezen.

Parketnummer 02-329088-25

Feit 1:

De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht is vereist dat de bedreiging van zo’n aard is en onder zulke omstandigheden heeft plaatsgevonden dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen en dat het opzet van de verdachte daarop was gericht. Niet is vereist dat de bedreiging in het concrete geval op de bedreigde een zodanige indruk heeft gemaakt dat werkelijk vrees is opgewekt. De bedreiging moet wel van zo’n aard zijn en onder zulke omstandigheden zijn gedaan dat deze in het algemeen een dergelijke vrees kan opwekken.

Verdachte is naakt in een supermarkt gaan lopen en had een wapen in zijn handen. Met dat wapen heeft hij volgens getuigen rondgewandeld en gezwaaid. Dat is ook op de camerabeelden te zien. Een tweetal personen heeft tegen de politie verklaard dat verdachte het wapen op hen heeft gericht. Gezien deze omstandigheden moet worden aangenomen dat dit redelijke vrees bij deze personen heeft opgewekt. Vervolgens is de vraag of er sprake is geweest van opzet. De rechtbank is van oordeel dat verdachte door zijn handelen de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat mensen zich bedreigd voelden en konden vrezen voor hun leven. Dit maakt dat er sprake is geweest van voorwaardelijk opzet en dat daarmee de bedreiging met enig misdrijf wettig en overtuigend bewezen kan worden. Dat verdachte (wellicht) onder invloed van middelen was, maakt dit niet anders.

Feit 2 en 3 :

Ten aanzien van feit 2 en feit 3 heeft verdachte een bekennende verklaring afgelegd. De rechtbank stelt vast dat zeventien patronen, zoals tenlastegelegd onder feit 2, op straat zijn aangetroffen. Ten aanzien van deze zeventien patronen kan niet worden vastgesteld dat verdachte deze voorhanden heeft gehad. Daarom zal voor feit 2 partieel vrijspraak volgen voor zeventien van de in totaal twintig tenlastegelegde patronen. Voor het overige acht de rechtbank beide feiten wettig en overtuigend bewezen.
4.4.
De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Parketnummer 02-174410-25

op 6 juni 2025 te Zierikzee , gemeente Schouwen-Duiveland, een bromscooter ( [kenteken] ) voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Parketnummer 02-329088-25

1.op 2 december 2025 te St. Willebrord, gemeente Rucphen , [slachtoffer] en onbekend gebleven personen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [slachtoffer] een vuurwapen, te tonen en daarmee rond te zwaaien en te richten op die [slachtoffer] en op onbekend gebleven personen;

2.op 2 december 2025 te St. Willebrord, gemeente Rucphen , een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten pistool, van het merk Beretta, type 1931, kaliber 7.65, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, heeft gedragen en voorhanden heeft gehad en

- een patroonmagazijn geschikt om te gebruiken in combinatie met een vuurwapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk Beretta, kaliber 7.65, heeft gedragen en voorhanden heeft gehad en - bijbehorende munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten drie kogelpatronen van het merk Sellier & Bellot , kaliber 7.65, voorhanden heeft gehad;

3.op 2 december 2025 te St. Willebrord, gemeente Rucphen , opzettelijk in het openbaar, te weten in een supermarkt ( [supermarkt] ), handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten door met geheel ontbloot lijf en met zichtbaar ontbloot geslachtsdeel door voornoemde winkel te lopen en rennen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
<nr>5</nr>De strafbaarheid
Volgens de verdediging is sprake van psychische overmacht doordat verdachte, naar de rechtbank begrijpt door een ander, was gedrogeerd. De rechtbank verwerpt dit beroep op overmacht. Dat verdachte door een ander is gedrogeerd, is niet aannemelijk geworden. Nu voorts niet is gebleken van omstandigheden die zijn strafbaarheid uitsluiten, is verdachte strafbaar.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
<nr>6</nr>De strafoplegging 6.1.
De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest.
6.2.
Het standpunt van de verdediging

Een gevangenisstraf van maximaal acht maanden is passend, gelet op de samenloop van de feiten onder parketnummer 02-329088-25.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een viertal feiten, een schuldheling op 6 juni 2025 en een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht door een vuurwapen te tonen aan meerdere personen op 2 december 2025. Hij heeft dat vuurwapen voorhanden gehad, evenals een patroonmagazijn en een drietal patronen. Daarnaast was hij op dat moment naakt.

Door de schuldheling van de scooter heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen scooters en geprofiteerd van een eerder gepleegde diefstal. Dit is een vervelend feit voor aangeefster en voor de samenleving in het algemeen.

De bedreiging met een vuurwapen, dat in ieder geval bij het aantreffen door de politie geladen bleek te zijn, is zeer ernstig. De medewerkers van de supermarkt moeten bij de aanblik van verdachte die naakt met een pistool liep rond te zwaaien en dit ook op een van de medewerkers heeft gericht, erg geschrokken zijn geweest. Niet duidelijk is geworden of het wapen toen al geladen was, maar als dit zo was had het ook ernstiger af kunnen lopen, met name nu verdachte erg in de war leek

De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij zich meermalen schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten. Opvallend aan zijn strafblad is dat hij op 22 augustus 2024 ook al is veroordeeld voor schuldheling en in 2023 onder invloed heeft gereden. Verdachte ontkent echter veelvuldig op zitting dat hij drugs gebruikt. Hij heeft gesteld gedrogeerd te zijn, maar kon niet aangeven wanneer en door wie dat is gebeurd.

Er is tevens op meerdere manieren geprobeerd om een beeld te krijgen van de geestelijke toestand van verdachte. Psychiater dr. [psychiater] heeft geprobeerd hem te onderzoeken, maar uit zijn rapport van 20 maart 2026 blijkt dat verdachte niet heeft meegewerkt. Hij heeft daarbij aangegeven geen psychiater, psycholoog of reclasseringsmedewerker te willen spreken. De psychiater kon hierdoor geen diagnose stellen, maar stelt dat er wel sprake is van een zorgelijk beeld. Er zijn aanwijzingen dat er sprake is van verslavingsproblematiek. Een acuut psychotisch beeld (mogelijk door drugs uitgelokt) kan niet worden uitgesloten tijdens de bedreiging met het wapen. Verdachte heeft ook niet meegewerkt aan het opstellen van een reclasseringsadvies. Gezien deze houding schat de reclassering de kans op onttrekken aan voorwaarden in als hoog en worden er geen mogelijkheden gezien om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag te veranderen.

Ter zitting heeft verdachte ook aangegeven niet mee te willen werken aan hulpverlening. Hij heeft wel een oproep gekregen van de GGZ WNB voor een verkennend gesprek over een eventuele zorgmachtiging. Dit is een traject dat nog moet gaan lopen.

Op grond van de weigerachtige houding van verdachte om mee te werken, is de rechtbank van oordeel dat het starten van een hulpverleningstraject in het kader van een op te leggen straf niet passend of zinvol is. De rechtbank zal daarom geen voorwaardelijke straf opleggen met daaraan te koppelen voorwaarden, maar volstaan met een onvoorwaardelijke straf.

De rechtbank neemt bij de op te leggen staf in aanmerking wat rechters ingeval van soortgelijke feiten als straf opleggen. Volgens de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) is een gebruikelijke straf voor het dragen van het vuurwapen dat hier aan de orde is acht maanden gevangenisstraf en voor het tonen van een vuurwapen zes maanden gevangenisstraf. Het gaat hier om het meerdere keren tonen van een vuurwapen in een supermarkt met klanten. Daarnaast neemt de rechtbank in aanmerking dat het wapen schietklaar was toen verdachte door de politie is aangehouden. Daarnaast is ook nog sprake van heling van een scooter.

In het voordeel van verdachte neemt de rechtbank bij de strafbepaling in aanmerking dat het bij de feiten onder parketnummer 02-329088 gaat om gedragingen die in ieder geval deels zijn terug te voeren op een vermoedelijke psychotische ontregeling van verdachte. Daarnaast is sprake van samenloop voor zover dit het voorhanden hebben en tonen van het vuurwapen betreft.

Alles afwegende, oordeelt de rechtbank de eis van de officier van justitie passend en geboden en zal zij verdachte een gevangenisstraf opleggen van twaalf maanden met aftrek van het voorarrest.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.
<nr>7</nr>De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van € 2.076,30,= voor het feit onder parketnummer 02-174410-25.

De posten in de vordering zijn niet met stukken onderbouwd. Zonder nadere toelichting kan de rechtbank de vordering niet beoordelen. Er is nader debat nodig waartoe dit strafgeding zich niet leent. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat de behandeling van deze vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
<nr>8</nr>De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 57, 285, 254b en 417bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
<nr>9</nr>Beslissing
De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Parketnummer 02-174410-25

Schuldheling;

Parketnummer 02-329088-25

feit 1: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

feit 2: overtreding van artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie, meermalen gepleegd;

feit 3: opzettelijk in het openbaar, terwijl een persoon daarbij zijns ondanks tegenwoordig is, handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid verrichten;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.W. Louwerse, voorzitter, mr. M.E.I. Beudeker en

mr. C.M.B. Gijselman, rechters, in tegenwoordigheid van G.T.A. Knoop, griffier.

Bijlage I: De tenlastelegging

Parketnummer 02-174410-25:

hij op of omstreeks 6 juni 2025 te Zierikzee , gemeente Schouwen-Duiveland, althans in Nederland een bromscooter ( [kenteken] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door (eigen) misdrijf verkregen goed betrof( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht )

Parketnummer 02-329088-25:

1.hij op of omstreeks 2 december 2025 te St. Willebrord, gemeente Rucphen , althans in Nederland, [slachtoffer] en/of een of meeronbekend gebleven personen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en/of daarmee (rond) te zwaaien en/of te richten op die [slachtoffer] en/of onbekend gebleven personen( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

2.hij op of omstreeks 2 december 2025 te St. Willebrord, gemeente Rucphen , althans in Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten pistool, van het merk Beretta, type 1931, kaliber 7.65 zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool heeft gedragen en/of voorhanden heeft gehad, en/of- een patroonmagazijn geschikt om te gebruiken in combinatie met een vuurwapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk Beretta, kaliber 7.65, heeft gedragen en/of voorhanden heeft gehad, en/of- (bijbehorende) munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten ongeveer 20 kogelpatronen, van het merk Sellier & Bellot , kaliber 7.65, heeft gedragen en/of voorhanden heeft gehad( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie )

3.hij op of omstreeks 2 december 2025 te St. Willebrord, gemeente Rucphen , althans in Nederland, opzettelijk in het openbaar, te weten in een supermarkt ( [supermarkt] ), een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten door met geheel ontbloot lijf en/of met (zichtbaar)ontbloot geslachtsdeel door voornoemde winkel te lopen en/of rennen( art 254b Wetboek van Strafrecht )

Artikel delen