ECLI:NL:RBZWB:2026:7678text/xmlpublic2026-09-25T13:59:302026-08-14Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Zeeland-West-Brabant2026-07-14C/02/447574 FA RK 26/2171UitspraakRekestprocedureBeschikkingNLBredaCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7678text/htmlpublic2026-09-25T13:59:092026-09-25Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBZWB:2026:7678 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 14-07-2026 / C/02/447574 FA RK 26/2171 Vervangende toestemming vakantie afgewezen.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Breda Zaaknummer: C/02/447574 FA RK 26/2171 datum uitspraak: 14 juli 2026 beschikking betreffende vervangende toestemming vakantie in de zaak van
[de vrouw]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. N.J.R.M. Elings, en
[de man]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
zonder advocaat.
1 Het procesverloop 1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 21 april 2026 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- het e-mailbericht van de man van 12 mei 2026. 1.2 De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 7 juli 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, waarbij de vrouw is bijgestaan door haar advocaat. Bijzonder toestemming om de zitting bij te wonen is verleend aan de vader van de man. Tevens was aanwezig een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad. 1.3 Na te noemen minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn gelet op hun leeftijd in staat gesteld hun mening kenbaar te maken tijdens een zogenoemd kindgesprek. [minderjarige 1] heeft aangegeven niet op gesprek te komen bij de kinderrechter, maar ze heeft wel haar mening in dezelfde brief gegeven. [minderjarige 2] is op kindgesprek geweest bij de kinderrechter. De kinderrechter heeft tijdens de zitting aangegeven hetgeen zij van [minderjarige 2] mocht vertellen. 2De feiten 2.1 Blijkens de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:
- partijen hebben een relatie met elkaar gehad.
- uit hun relatie zijn de volgende, nu nog minderjarige kinderen geboren:
1. [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2011,
2. [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2015.
- Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over die minderjarigen. 3Het verzoek 3.1 De vrouw verzoekt de rechtbank: om aan haar toestemming te verlenen – welke toestemming die van de man vervangt – om van maandag 3 augustus 2026 tot en met 22 augustus op vakantie naar Accra (Ghana) te gaan; om aan haar toestemming te verlenen – welke toestemming die van de man vervangt – om de kinderen van de juiste vaccinaties voor deze reis te voorzien alsook voor de aanvraag van een visum voor deze reis. 4De beoordeling4.1 Sinds begin 2026 verzoekt de vrouw de man toestemming te geven voor de vakantie van haar met de kinderen naar Ghana. Haar huidige vriend woont aldaar. Voor Accra, waar de vrouw naartoe gaat, geldt een positief reisadvies (geel). De vrouw heeft getracht met haar advocaat de zorgen bij de man weg te nemen. Zij is eerst alleen in de winter naar Ghana gegaan om te kijken of het daar veilig genoeg was. Beide kinderen gaven destijds bij beide ouders ook andere signalen af of zij al dan niet op vakantie wilden gaan. Daarop hebben beide kinderen op 17 maart 2026 een gesprek gehad met de advocaat van de vrouw. De kinderen hebben bij de advocaat van de vrouw aangegeven mee te willen op vakantie naar Accra te Ghana. Ook hebben zij aangegeven dat zij vader missen en zij hem vaker willen zien. Op 24 maart 2026 heeft de terugkoppeling van het gesprek met de kinderen met partijen plaatsgevonden. Hoewel het in eerste instantie een fijn gesprek leek te zijn, sloeg de sfeer om daar de man aangaf dat hij niet van plan is om de toestemmingsformulieren te tekenen. Hij wilde eerst zelf nog van de kinderen horen wat ze hebben gezegd en of dit klopt. Hij heeft zorgen van de kinderen gehoord waarop hij heeft aangegeven niet te tekenen als zij niet op vakantie willen. De advocaat heeft aangegeven dat zij liever niet wil dat de kinderen nog verder over de vakantie worden uitgehoord daar ze dan nog verder in een loyaliteitsconflict komen. Daarbij trek je de mening van de kinderen in twijfel door opnieuw met ze in gesprek te gaan over de vakantie. De kinderen hopen ook op rust, niet op een nog langere periode van onrust over deze vakantie. De man heeft later aangegeven niet overtuigd te zijn van het feit dat zij mee op vakantie willen gaan. Hij is niet bereid om zijn handtekening te zetten op het toestemmingsformulier. Door en namens de vrouw is ter zitting toegelicht dat de kinderen sinds kort weer wat beter in hun vel zitten, maar dat dat langere tijd niet het geval was. De vrouw heeft verder aangegeven dat zij de vakantie goed doordacht en voorbereid heeft. Zij gaat wel naar Ghana vanwege haar huidige vriend. De kinderen hebben haar nieuwe partner twee keer gezien op vakantie te Turkije, niet in Nederland. De vrouw heeft inderdaad trouwplannen met haar nieuwe vriend, maar daar is nu geen tijd meer voor om dat te regelen. De vrouw heeft leuke activiteiten bedacht die zij daar met de kinderen kan doen, de kinderen staan immers op de eerste plaats. Door deze procedure en wat hieraan is voorafgegaan is de vrouw nu overspannen. De kinderen worden meegetrokken in de negativiteit van de man. Bij de vrouw hebben de kinderen meermaals aangegeven dat ze mee willen gaan. 4.2 De man heeft ter zitting toegelicht dat [minderjarige 1] op het moment erg opstandig is en moeilijk gedrag vertoont. [minderjarige 2] is heel erg teruggetrokken op het moment. Als de kinderen bij de man zijn, zijn zij heel duidelijk en geven ze aan niet op vakantie naar Ghana te willen. De man vertrouwt de nieuwe partner van de vrouw niet en er zijn door de huidige partner van de vrouw vreemde berichten gestuurd naar [minderjarige 2] waar de man zorgen over heeft. Daarnaast heeft [minderjarige 2] het gevoel gehad dat zij als een moederfiguur moest optreden voor [minderjarige 1] , omdat de vrouw veel aan het zwembad zou hebben gelegen tijdens de vakantie in Turkije vorig jaar. De partner van moeder was werkzaam in het hotel te Turkije en hij heeft 2,5 week in het appartement verbleven bij de moeder en kinderen. In Ghana zou de nieuwe partner ook in de accommodatie van de vrouw en kinderen verblijven en de vrouw zou trouwplannen hebben. Gelet op hetgeen de kinderen bij hem aangeven, wil de man geen toestemming verlenen. Hij maakt zich zorgen om de kinderen. 4.3 In artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat geschillen over het samen uitoefenen van het gezag op verzoek van een ouder aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank neemt dan een beslissing die zij in het belang van het kind vindt. 4.4 De rechtbank stelt vast dat het partijen niet is gelukt om ten aanzien van de aanstaande vakantie naar Ghana overeenstemming te bereiken. De rechtbank zal, ook in het belang van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] , een beslissing nemen. De rechtbank vindt het zorgelijk dat beide kinderen verschillende signalen afgeven bij hun ouders. Ter zitting is ook duidelijk geworden dat de communicatie tussen ouders te wensen over laat. Er wordt niet met elkaar gecommuniceerd over de kinderen, hoe het met ze gaat en wat hun behoeftes zijn. Dit is tijdens de gesprekken met de advocaat van de vrouw ook geconstateerd. De rechtbank acht dit zorgelijk. Met de Raad is de rechtbank dan ook van oordeel dat de kinderen verkeren in een loyaliteitsconflict. De kinderrechter heeft enkel van [minderjarige 2] mogen vertellen dat het niet goed met haar gaat en dat zij niet gelukkig is. Ook de advocaat van de vrouw heeft ter zitting aangegeven dat zij niet alles mocht vertellen van de kinderen tegen de ouders en dus evenmin ter zitting. De terugkoppeling van de kinderen naar ouders, en hetgeen daarover aanwezig is in de processtukken, is als zodanig onvolledig. Hoewel de rechtbank de vrouw het gunt een nieuw leven op te bouwen met haar huidige partner, is zij gelet op het hiervoor genoemde van oordeel dat deze vakantie emotioneel gezien te beladen is voor de kinderen. De kinderen gaan met de vrouw mee op vakantie, maar ze gaan ook naar de nieuwe vriend van de vrouw terwijl ze gelijktijdig aangeven -wat daar ook aan ten grondslag ligt- vaker bij hun vader te willen zijn. Dit in combinatie met hun huidige emotionele toestand, waarbij [minderjarige 2] aangeeft dat het niet goed met haar gaat en [minderjarige 1] opstandig en dwars is, acht de rechtbank het in emotioneel opzicht teveel gevraagd van de kinderen om naar de nieuwe partner van de vrouw te gaan. De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw daarom af. 5De beslissing De rechtbank: 5.1 wijst het verzoek van de vrouw af. Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Kraats, (kinder)rechter en in tegenwoordigheid van mr. Mandemakers, griffier, in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026. Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.